Louis van Gasteren (kv 115)


Van Gasteren was een Nederlandse filmregisseur, filmproducent en beeldend kunstenaar. Een ‘geheimzinnig persoon’ na het lezen van zijn levensgeschiedenis. Iemand die niet alles heeft verteld. Hij overleed in 2016. (Aldus Wikipedia.)

Mijn vrouw en ik waren eens met mijn broer en schoonzus voor een vakantiereis op weg. Naar Praag e.o.. Praag was toen de hoofdstad van (wat toen heette) Tsjechoslowakije. We zouden met een Ilyushin-18 gaan. Maar voordat we konden vertrekken moesten we op (het oude) Schiphol nog een tijdje wachten. Vervelen hoefden we ons niet, want er was genoeg te zien. Zo keken we naar een filmopname van Van Gasteren. Het was interessant, dat wel, alleen herinner ik er mij niet veel meer van. Alleen nog een in het wit geklede dame (een actrice?) die op zijn aanwijzingen vaak moest ‘opkomen’. Opeens kregen we te horen dat we naar het vliegtuig moesten.

Zonder enige bedenking stapte ik aan boord!

Bruiloft, trouwdag (kv 114)


Je trouwdag schijnt de mooiste dag in je leven te zijn …

Je kunt een trouwdag net zo duur maken als je zelf wilt. Mijn broer en ik zijn die dag samen eerst naar Hattem gereden, omdat in die plaats een kapper werkte die Nederlands kampioen knippen was geworden. Hij moest ons maar ‘kappen’! Nadat hij ons super had geknipt zijn we in ons hemd in de auto gestapt en teruggereden.

Thuisgekomen kleedde ik mij voorzichtig om en wachtte ik tot het tijd was om de bruid op te halen voor ‘het trouwen in het gemeentehuis’.
‘Mijn baas’ heeft ons getrouwd. Het enige wat ik van zijn speech nog onthouden heb, is zijn opmerking dat ik flink moest studeren. (Ik volgde toen de opleiding GA-I in Zwolle. Hij gaf er ook les. Als hij les gaf, ‘moest’ ik met hem meerijden in zijn auto.)

Na het kerkelijk huwelijk begon het bruiloftsfeest. Eerst kwam de receptie, d.w.z. het gezoen, de handen en handjes schudden, de felicitaties, de cadeaus, de bloemen en kamerplanten (erg veel cyclamen), enz.!

Wel is mij een enorme ergernis bijgebleven. Een collega van toen had ‘het gore lef’ om na afloop van de receptie op onze kosten een diner te bestellen en te gaan nuttigen. Ik heb er nooit met hem over gepraat, maar wie het voorval wil horen, vertel ik het gewoon.

We waren voorgoed bij elkaar. Samenwonen kon tin die tijd niet, mocht niet, deed je dus niet, men zou er toch schande van (willen) spreken (en heus niet alleen door de dorpsgemeenschap).

Uit logeren (kv 113)


Het was maar vier kilometer fietsen, maar toch leek het een eind rijden. Het logeren bij mijn oom en tante duurde meestal slechts een dag en een nacht.

Zij woonden aan de rand van het dorp, in een knus huis, met een mooie tuin, vlakbij de melkfabriek en naast de directeurswoning. Op een mooi plekje.

Iets verderop lag ‘Tranendal’. De naam was voor elke dorpeling duidelijk. Wie daar woonde was diep gezonken. Van mijn ouders hoorde ik dat er iemand woonde die in de oorlog bij de SS had gezeten. Ook vertelden zij dat Victor van Vriesland een tijdje in het huis ondergedoken is geweest.

Mijn tante was een lieve vrouw. Ze had bijzondere ogen, want de pupillen stonden lager dan bij de meeste andere mensen. Daarom kon zij niet goed zien. Mijn oom was ‘gek’ op mijn tante, en af en toe zelfs nog een beetje jaloers ook. Ze hadden een hondje, ‘Trilby’ genaamd. Het hondje begon te trillen zodra er iets onverwachts gebeurde. Bij wijze van spreken kon dat gebeuren bij het horen van het geluid van de deurbel.

Mijn broer en ik sliepen in een kamertje boven. ’s Morgens werd ik vaak vroeg wakker van het gerammel van de melkbussen die bij de melkfabriek werden afgeleverd.

Toen mijn tante overleed, kreeg ik een foto met haar afbeelding van mijn oom.

Een bijna ‘afgerolde’ vingernagel (kv 112)


Op een dag werd ik achternagezeten door mijn broer. Zomaar. Uit gekkigheid, denk ik. Broer, dacht ik, jij krijgt mij niet te pakken.

Het begon in de keuken. Ik trok snel een keukenstoel bij de tafel vandaan, schoof de stoel tussen hem en mij en rende daarna door de woonkamer naar de deur voor de trap naar boven. Hij struikelde over de stoel, schoof hem snel opzij en rende mij achterna. Halverwege de trap had hij mij bijna bij de rechterenkel. Bijna, want zijn hand – ik weet niet meer welke – kwam onder mijn schoenzool, dat de vorm van een soort van zigzagvorm had, terecht. ‘Mijn vinger’, schreeuwde mijn broer plotseling.

Wat er daarna allemaal is gebeurd, weet ik niet meer. Wel weet ik dat het voorval voor zijn leven zichtbaar blijft.

Amerika (de VS) deugt niet


Nog steeds niet. Met mijn moeder – met wie ik overigens heel goed overweg kon – had ik eens verschil van mening over het feit dat de Verenigde Staten geen tweede atoombom op Japan had mogen gooien. Zij wilde geen kwaad woord horen over de Amerikanen (VS), omdat zij ‘onze bevrijders’ waren. Mijn broer reageerde ook zo. Nog steeds, geloof ik. Wat mijn vader toen dacht, weet ik niet.

Aan dat gesprek met mijn moeder moest ik denken toen ik las dat de VS de Palestijnse diplomatieke vertegenwoordiging in Washington heeft gesloten. De zoveelste (onbegrijpelijke) Amerikaanse (straf)maatregel tegen de Palestijnen (in navolging van de Israelische regering?). De VS dreigt zelfs met sancties tegen het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag. Niet te geloven! Hoe dan wel?

Waarvoor is de VS bang? Omdat het Israël steunt – ook financieel? – bij onbegrijpelijke, afschuwelijke en onbeschofte maatregelen tegen de Palestijnen? Bang dat het Strafhof Amerikaanse oorlogsmisdaden ontdekt en wereldkundig gaat maken?

Tegen het ICC zeg ik dan:
Het onderzoek had al veel eerder gekund/ gemoeten, maar ga a.u.b. alsnog snel aan de gang met een onderzoek. Dat bent u verplicht. En neem dan het huidige gebeuren in o.a. Hongarije, Polen en Roemenië onder de loep, want het deugt daar in elk geval NIET met de democratie.

Lamentabele onzin


Deze woorden passen bij Maarten van Rossem, maar ik ben het wel met hem eens. Al die spellingsherzieningen hebben de Nederlandse taal er niet gemakkelijk(er) op gemaakt. Eerder ongemakkelijk(er), ingewikkeld(er) en moeilijk(er).

Mijn schoonmoeder heeft een tijdlang Nederlands gegeven op de MULO. Ik hoor haar nog ‘mopperen’ op al die onzalige, nieuwe spellingen. ‘Mopperen op iets’ paste eigenlijk helemaal niet bij haar, maar op de een of andere manier heb ik dat ook van haar onthouden.

Is er ook een maar bij?
Ooit heb ik les van haar gehad op de middelbare school. Het ezelsbruggetje, met gebruik van het werkwoord ‘lopen’, heb ik ook van haar onthouden. Dat werkwoord kon je gebruiken om er achter te komen of je een woord met een ‘d’ of ‘dt’ moest schrijven.