Ons huis stond vlak naast de lagere school (basisschool). Mijn broer en ik zaten op deze school.
De afstand tussen ons huis en de school stelde niet veel voor, d.w.z. een slootje, twee bermen, een smal verhard weggetje oversteken en nog de tuinafrastering over klimmen. Dat was alles. De breedte? Hooguit vijfentwintig meter?
Maar als er “ruzie” kwam, waar ik onverwachts bij betrokken was of werd – vreemd genoeg kwam die vaak zomaar en meestal tijdens het speelkwartier – dan was deze situatie voor mij reuze handig. Niet dat er vaak geruzied werd. Gelukkig niet, toch gebeurde het. Zomaar. Eigenlijk dom dus.
Het gebeurde soms ook dat de overmacht zo was of werd, omdat bijna alle jongens zich met de ruzie gingen bemoeien. Raar vond ik dat ook.
Ik kon toen goed hardlopen en verspringen. Als er ‘ruzie’ was of kwam, en er gingen zich meer jongens gingen mee bemoeien, dan rende ik naar het schoolhek, zwaaide mij er over, sprong over het slootje, liep snel over de ‘Hoevenweg’ en klom dan over de omheining van onze tuin. Veilig was ik!
Meestal liep ik naar de keuken om wat water te drinken en wachtte daar op het fluitje van de meester als teken dat de schoolpauze was afgelopen. Als mijn moeder uit de winkel in de keuken kwam en zij zag mij maar daar, dan maakte zij een kop warme chocolademelk klaar. Zelf dronk zij meestal thee. We kletsten dan wat tot het fluitje van de meester te horen was. Dan ging terug naar het schoolplein. De “ruzie” was dan weer vergeten.
Mijn broer liep nooit weg bij een ‘ruzie’! Soms hielp hij mij zelfs als ik ruzie had of kreeg. De jongens die de ruzie zochten, keken wel uit als mijn broer mij kwam helpen, want hij begon vrijwel direct met een klomp, beide klompen of zijn broeksriem te slaan. Hij was werkelijk nergens bang voor!
Ik eigenlijk ook niet, maar ik had en heb nog steeds een enorme hekel aan ruzie. Dom en zinloos vind ik het nog steeds. Daarom ging ik er ook liever snel vandoor met het idee: “Aju-paraplu, jullie zoeken het samen maar uit!
Heel herkenbaar. Mooi verhaal. Ik heb in hetzelfde huis gewoond. Mijn vader, helaas overleden, is Frits Prins.
Bedankt voor de reactie.
Ik heb je vader goed gekend.