- Minister Hoekstra van Financiën onlangs nog om acht uur (!) in Parijs werd verwacht door zijn Franse collega Le Maire om te komen praten over de aankoop van aandelen van Air France-KLM? (‘Het blijft een arrogant volk, die Fransen. Maar gelukkig lijkt Hoekstra een rustig persoon en kan hij de gebeurtenis prima aan.’)
- Premier Netanyahu van Israël wordt aangeklaagd wegens het plegen van corruptie? (‘Deze man wordt ‘aangepakt’? Eindelijk! En nu wil hij onwettige bezette gebieden op de Westbank ook gaan annexeren? Het is opvallend zo vlak voor de Israëlische parlementsverkiezingen op morgen, 9 april a.s.’)
- President Donald Trump van de VS nog steeds president is? (‘Hoe bestaat het! Gaat hij dan toch de volledige rit als president van de VS uitzitten?)
- Er een Duits onderzoek – ook een Nederlands? – komt naar de uitkering van SS’ers? [Uit een recent onderzoek blijkt dat tot nu toe in 98 gevallen een uitkering werd ingetrokken door Duitsland. Pas in 1998 is in Duitsland een wet aangenomen die het mogelijk maakt om uitkeringen aan militairen die oorlogsdaden hebben begaan in te trekken.] (‘In de media was er tot nu toe voor deze ‘rotzooi’ heel weinig aandacht. Het is onbegrijpelijk en onbeschrijfelijk dat dit überhaupt heeft kunnen gebeuren. Stiekem gedoe! Ik heb mijn kijk op Duitsland bijgesteld.’)
- Pas na een jaar en 53 zittingsdagen het Openbaar Ministerie met de strafeis tegen Holleeder is gekomen? (‘Lang leve de democratie’! Maar had die eis niet veel en veel eerder kunnen/moeten komen? Natuurlijk!’)
Tag archieven: SS
Uit logeren (kv 113)
Het was maar vier kilometer fietsen, maar toch leek het een eind rijden. Het logeren bij mijn oom en tante duurde meestal slechts een dag en een nacht.
Zij woonden aan de rand van het dorp, in een knus huis, met een mooie tuin, vlakbij de melkfabriek en naast de directeurswoning. Op een mooi plekje.
Iets verderop lag ‘Tranendal’. De naam was voor elke dorpeling duidelijk. Wie daar woonde was diep gezonken. Van mijn ouders hoorde ik dat er iemand woonde die in de oorlog bij de SS had gezeten. Ook vertelden zij dat Victor van Vriesland een tijdje in het huis ondergedoken is geweest.
Mijn tante was een lieve vrouw. Ze had bijzondere ogen, want de pupillen stonden lager dan bij de meeste andere mensen. Daarom kon zij niet goed zien. Mijn oom was ‘gek’ op mijn tante, en af en toe zelfs nog een beetje jaloers ook. Ze hadden een hondje, ‘Trilby’ genaamd. Het hondje begon te trillen zodra er iets onverwachts gebeurde. Bij wijze van spreken kon dat gebeuren bij het horen van het geluid van de deurbel.
Mijn broer en ik sliepen in een kamertje boven. ’s Morgens werd ik vaak vroeg wakker van het gerammel van de melkbussen die bij de melkfabriek werden afgeleverd.
Toen mijn tante overleed, kreeg ik een foto met haar afbeelding van mijn oom.
Het boek van Alexander Münninghoff: De Stamhouder.
“Een generatie bouwt, de volgende breidt uit, maar de derde maakt er een puinhoop van.”
Dat las ik eens in het boek “De Stamhouder” van Alexander Münninghoff met de geschiedenis van zijn grootouders, zijn ouders en hemzelf (“Bully”) als erfgenaam van een kapitaal- dat hij nooit zou krijgen – de familiebanden, intriges en grote geheimen.
De schrijver begint met een bijzondere jeugdherinnering:
“Mijn eerste aanraking met de geheimen die mijn leven zouden gaan beheersen was de vondst die ik op een verloren namiddag op de zolder van ons huis in Voorburg deed. Achter een paar hermetisch gesloten kisten ontdekte ik in de klerenkast, verscholen achter een dikke haag van zwaar naar mottenballen ruikende uitgehangen winterjassen, nog een kist die – achteraf wonderlijk genoeg – open bleek te kunnen. Er lag, naast wat hemden, broeken en prullaria, een helm in.”
De helm blijkt de SS-helm van zijn vader (Frans) te zijn.
Het boek bevat niet alleen geheimen in zijn familie, maar geeft ook de karakters en de posities van de verschillende familieleden, inclusief die van de schrijver, weer.
Zijn vader beschrijft hij als een opstandige zoon van de grootvader, een potentaat. De anekdote in het begin van zijn boek laat zien dat het voor Münninghoff moeilijk moet zijn geweest om de geheimen van zijn familie openbaar te maken. Het zal de schrijver veel moeite hebben gekost om te zeggen wat hij weet over zijn grootvader, zoals het gegeven dat deze man na de oorlog met hulp van bevriende rooms-katholieke politici zijn zoon Frans, de oud SS’er, uit de gevangenis heeft weten te houden. Nog meer moeite moet het hem hebben gekost om over zijn vader te vertellen dat hij “zelfzuchtig en kwaadaardig” was, na de oorlog de ene zwendel na de andere opzette en de erfenis van zijn zoon opsoupeerde.
Schrijver laat de lezer meemaken dat de familiegeschiedenis draait om winstbejag en honger naar macht, en dat de gruwelijke gevolgen daarvan tot op de dag van vandaag doorwerken.
[Dat Münninghoff nu pas met dat boek komt, heeft misschien te maken met het feit dat hij kort na WOII niet met een dergelijk boek durfde te komen? Ik denk van wel.]
