Aleid Rensen van het “Dierenpark Emmen” leeft niet meer. Zij was mede-eigenaar van het oude dierenpark. Ooit hebben mijn vrouw en ik bij haar thuis twee katjes (twee broertjes) op mogen halen.
We hadden eerder al een rode kater met de naam Roest, maar deze eigenwijze kat werd overreden door de plaatselijke slager. Spekkie was zijn bijnaam. We misten de kat enorm. Hij moest altijd mee als mijn vrouw boodschappen ging doen met de auto. De kat sprong dan op de achterbank van de auto en ging dan languit op de hoedenplank liggen om daarna naar buiten te gaan kijken. Nieuwsgierig dat het beest was! Misschien werd dat ook zijn dood!
Graag wilden we weer een rode kat hebben. We kwamen weer terecht bij het Dierenasiel in Emmen. De arts wist wel iemand die een rode kat voor ons had.
Zo kwamen we bij de familie Rensen terecht. Mevrouw Rensen deed open. We kwamen in de woonkamer en zagen er een hond lopen met een aapje op de rug. Aleid Rensen zei dat er vaker jonge dieren uit de dierentuin in haar huis waren of werden grootgebracht. Het waren meestal jonge dieren die door de ouders waren verstoten.
Het gesprek kwam op de kat. Zij zei dat zij een rood katje voor ons had, maar dan moesten we er een tweede katje bijnemen, een zwart katje. Zij haalde de katjes op en deed ze in de kattenmand die we hadden meegenomen. Toen we beide katjes zagen, waren we ‘verkocht’. We hebben beide katjes mee naar huis genomen.
We noemden ze Tim en Tom. Tim was de “voetballer” en speelde vaak met een propje papier en kwam het propje regelmatig brengen met de bedoeling dat je het dan weg gooide. De kat rende er dan achteraan, haalde het op en bracht het propje weer terug. Net een hond!. Tom was de kat die altijd en overal bij mijn vrouw te vinden was. Regelmatig gingen beide katten ook met ons wandelen. Tim en Tom waren aparte, zeer eigenwijze katten, maar we hebben veel plezier van ze gehad.