De sneeuwwinter van 1979 (Kv 126)


Sellingen leek op 14 februari 1979 ingesneeuwd en onbereikbaar.

De meeste gemeenteambtenaren, dat wil zeggen: zij die buiten Sellingen woonden, konden die morgen niet naar het gemeentehuis in die plaats komen, omdat de harde wind had gezorgd voor enorme bergen sneeuw op de wegen.

De automobilisten, die het toch probeerden, liepen hopeloos vast tegen de sneeuwbelten en waren weer naar huis gegaan.

Het ‘regende’ plotseling telefoontjes in het gemeentehuis. Het waren bijna allemaal telefoontjes van collega’s die zich absent meldden en zeiden dat zij niet door de sneeuwbelten konden komen.

Toch bleek Sellingen, en dus ook het gemeentehuis, wèl bereikbaar! Een aangever presteerde het om voor een overlijdensaangifte naar het gemeentehuis te gaan. In zijn auto was hij vanuit Barnflair, waar hij woonde, eerst naar de N976 gereden, maar kwam niet verder dan in de buurt van de molen in Ter Haar. Omkeren dus, en reed daarna via Ter Apelkanaal, Slegge en Sellingerbeetse (‘de Beetse’) naar Sellingen. De rit ging zonder veel problemen, want hij was in het gemeentehuis gearriveerd!

Toen de man hoorde dat veel gemeenteambtenaren en een wethouder zich telefonisch hadden afgemeld wegens de grote hoeveelheden sneeuw op de weg, begon hij te grijnzen.

Nadat de overlijdensakte was opgemaakt en ondertekend vertrok hij weer, maar niet nadat hij nog een kop koffie had genomen, richting Ter Apel.

Bruiloft, trouwdag (kv 114)


Je trouwdag schijnt de mooiste dag in je leven te zijn …

Je kunt een trouwdag net zo duur maken als je zelf wilt. Mijn broer en ik zijn die dag samen eerst naar Hattem gereden, omdat in die plaats een kapper werkte die Nederlands kampioen knippen was geworden. Hij moest ons maar ‘kappen’! Nadat hij ons super had geknipt zijn we in ons hemd in de auto gestapt en teruggereden.

Thuisgekomen kleedde ik mij voorzichtig om en wachtte ik tot het tijd was om de bruid op te halen voor ‘het trouwen in het gemeentehuis’.
‘Mijn baas’ heeft ons getrouwd. Het enige wat ik van zijn speech nog onthouden heb, is zijn opmerking dat ik flink moest studeren. (Ik volgde toen de opleiding GA-I in Zwolle. Hij gaf er ook les. Als hij les gaf, ‘moest’ ik met hem meerijden in zijn auto.)

Na het kerkelijk huwelijk begon het bruiloftsfeest. Eerst kwam de receptie, d.w.z. het gezoen, de handen en handjes schudden, de felicitaties, de cadeaus, de bloemen en kamerplanten (erg veel cyclamen), enz.!

Wel is mij een enorme ergernis bijgebleven. Een collega van toen had ‘het gore lef’ om na afloop van de receptie op onze kosten een diner te bestellen en te gaan nuttigen. Ik heb er nooit met hem over gepraat, maar wie het voorval wil horen, vertel ik het gewoon.

We waren voorgoed bij elkaar. Samenwonen kon tin die tijd niet, mocht niet, deed je dus niet, men zou er toch schande van (willen) spreken (en heus niet alleen door de dorpsgemeenschap).

Hubert ??? (nummer 68)


Op een dag stond een lid van de familie Van D. voor het loket van de Burgerlijke Stand. De man vroeg om een uittreksel van de geboorteakte voor zijn oom. De geboortedatum en de geslachtsnaam wist hij wel, maar niet de voornaam. Toch kon de akte snel worden gevonden. De voornaam luidde “Hubert” en dat werd dus ook zo gezegd. Maar dat bleek niet juist, want hij zei:
Hubert? Hubert? Hubèrt!

Er werd maar snel een uittreksel gemaakt en daarna snel afgerekend!