Naar ‘WinterWelVaart 2017’


Een week voor de Kerstdagen zijn mijn vrouw en ik een dagje naar Groningen (Stad) geweest. Er was een gezellige kerstmarkt met een uitgebreide selectie aan (winterse) producten, kunst, antiek, eten, drinken en allerlei snuisterijen. Het was er behoorlijk druk!
–  Gelukkig was er vooral moois te zien, maar naast activiteiten in en bij de schepen, was er ook werk van beeldende kunstenaars te bewonderen.
–  Het was genieten dus die middag. Alles werkte ook mee: het weer, het eten, de plek waar we hebben gegeten en de mooie boten.
–  Natuurlijk moesten we langs een aantal favorieten: Jan Velthuis, Piet Sebens en Fiona Zondervan.
–  In een kunsthandel hebben we een schilderijen van Leo Bervoets bekeken. We hadden nog nooit van deze kunstschilder gehoord. Ook niet eerder werk van hem gezien. Wat we zagen waren prachtige, kleurrijke werken.

Een lijst met schertsfiguren


De lijst met namen van schertsfiguren lijkt wel oneindig.
Maak zelf maar eens een lijstje.
Het zal je dan ook opvallen dat de meesten hun macht misbruik(t)en, en/of dat (nog steeds) doen.
Mijn hoop en wens is dat ik zo snel mogelijk in 2018 namen op deze lijst kan doorstrepen:

  1. Henk Krol;
  2. Trump;
  3. Netanyahu;
  4. Erdogan;
  5. Poetin;
  6. Thierry Baudet;
  7. Wilders;
  8. Rutte;
  9. Theresa May;
  10. Boris Johnson;
  11. Bouterse;
  12. Wiebes;
  13. Hans von Baalen;
  14. Opstelten;
  15. Erica Terpstra;
  16. Camiel Eurlings;
  17. Annie Schreier;
  18. Jos van Rey;
  19. Ik stop hier. M.a.w.: enz., enz., enz., enz., enz.

Poedel(en) (nummer 61)


Om mijn vader na zijn ernstig auto-ongeluk afleiding te bezorgen zorgde mijn moeder er o.a. voor dat er een hond in huis kwam. Een kortharige poedel. “Pasja” was zijn naam.

–  Het was een goede, lieve hond. Tenminste zolang mijn vader leefde. Na zijn dood ging ‘Pasja’ zich heel anders gedragen. Dat kwam misschien ook wel door mijn moeder, want zij had weinig aandacht voor de hond. Dat dacht ik tenminste. Zij ging vrijwel niet met hem naar buiten. Wel deed zij de voordeur open met (volgens mij) de gedachte: ‘Hond, je moet je maar even zelf zien te redden.’

–  Het gebeurde – op het moment dat de postbode kwam – dat de hond dwars door de onderste ruit van de voordeur rende. Enorme schrik en ravage natuurlijk!
–  Omdat de hond meestal alleen naar buiten ging, moest hij wel regelmatig gewassen worden. Als ik thuis was, dan ging ik met hem onder de douche. Dat vond de hond helemaal niet leuk, maar het was nodig! Na flink wat shampoo en spoelingen was hij weer helemaal de ‘oude’. Schoon en fris dus. En: gelukkig had de poedel kort haar. 🙂

Briefjespostbode (nummer 60)


In de zesde klas van de lagere school – de ‘hoogste’ klas – ging ik naar Franse les. Op de fiets naar een lagere school in het dorp. Volgens mij was ik op dat moment de enige van ‘mijn school’ die naar Franse les ging.

In het lokaal van de school waar de Franse les werd gegeven zaten kinderen die ik nog kende van de kleuterschool.

Papa fume une pipe’ was een van de eerste zinnen die ik leerde in de Franse les. Een zin om nooit te vergeten. ‘La bonne’ ook. Mijn broer wist er iets geks over te vertellen met ‘un soldat’.

Op die school zat ook een jongen die ‘verliefd’ was op een meisje uit mijn klas. Hij vroeg mij, of ik af en toe een briefje aan haar wilde geven. Zo heb ik heel wat briefjes voor dat meisje meegenomen. Op de terugweg naar huis las ik stiekem de briefjes. Het waren altijd ‘verliefde woorden’ die ik las. Ik vond het wel grappig, want ik dacht ook: ‘Hij liever dan ik’.
Ik kan mij niet meer herinneren, of ik ooit een briefje aan hem heb moeten geven. ?

Mijn oma en Canasta (nummer 59)


Mijn vrouw en ik woonden in hetzelfde dorp als mijn grootouders. Je kon mijn opa en oma geen groter plezier doen, dan bij hen thuis ‘Canasta’ te spelen. Zo af en toe deden we dat dus ook.

Als we binnenkwamen lag er al een groen ‘kaartkleedje’ op de tafel en een bakje van plastic voor de speelkaarten. Ook stonden er de koffiekopjes met een schoteltje voor een plak koek, of iets dergelijks.

Het was duidelijk genoeg. Mijn oma kon nauwelijks wachten om Canasta te gaan spelen. Het liefst zou zij direct met het kaartspel beginnen, zodra wij er waren. Mijn vrouw en oma speelden samen tegen opa en mij. Als je haar hoorde ‘snuiven’ dan had zij goede kaarten. Mijn opa deelde meestal de kaarten en noteerde de punten. Gewoonlijk speelden we twee potjes Canasta op een avond. Het was altijd gezellig.