Kanoën op de Vecht in de Broekhuizen (15)


De kano stond buiten op een paar houten ‘bokken’. Het cadeau van mijn ouders voor mijn veertiende verjaardag, Een tweepersoons kano zelfs! Er mankeerde iets aan, was de opmerking, want er moest iets aan de bodem worden gedaan. Aan de onderkant moest nog zeildoek komen en er moest ook geteerd worden.

Van mijn moeder kreeg ik later een stuk zeildoek (‘swilkie‘) en een handvol koperen kopspijkertjes. Mijn vader gaf nog een paar bokkenpoten en een blik met vloeibare teer.
Mijn broer en ik keerden de kano om en spanden het zeildoek over de hele onderkant van de kano en knipten het zeildoek op maat. We spijkerden het vast aan de hoogste zijkanten van de kano. Het teren was een smerig karwei. De teer stonk vreselijk en het drogen duurde langer dan we verwachtten, maar toen alles droog was, keerden we de kano om en verfden de rest van de kano met witte bootverf.

De kano zag er als nieuw uit! Er moest nog een naam op komen. Het werd de voornaam van het meisje met wie ik later ben getrouwd!

De kano werd naar de (Overijsselse) Vecht bij de stuw in “de Broekhuizen” gebracht. Hoe dat is gegaan, weet ik niet meer. De sluiswachter was van onze komst op de hoogte. Hij vond het prima dat de kano aan ‘de stille kant’ van de Vecht, vlakbij de stuw, kwam te liggen.

Mijn broer en ik gingen de eerste tocht maken. We gingen voorzichtig in de kano zitten. Eerst mijn broer met zijn peddel en daarna was ik. Hoewel de kano behoorlijk wiebelde, ging alles goed.
–  Het samen kanoën bleek niet moeilijk. Het was vooral een kwestie van ‘evenwicht bewaren’ en tegelijk peddelen.

Op de rivier was de stroming van het water goed merkbaar. We peddelden naar de overkant. Bij een aantal oevers was vrijwel niets van stroming te merken.
–  Plotseling zagen we een smalle ‘doorgang’ in de walkant. Het bleek een in- en uitgang van de ‘oude rivierarm’ van de Vecht te zijn. We zagen er veel riet, allerlei waterplanten en veel zang- en watervogels. Èn we hoorden enorm veel kwakende kikkers. –  Steeds verder peddelden we totdat we niet verder konden vanwege de waterplanten. Het was er prachtig!

–  We peddelden weer terug. Op de rivier gingen we nog een eindje stroomopwaarts en dan terug naar de stuw. Plotseling stopte mijn broer met peddelen. Hij wees met zijn peddel naar iets dat in het water dreef. Het was een condoom met een knoop erin! We moesten plotseling hard lachen, maar wel zo hevig dat de kano behoorlijk begon te wiebelen.

–  Met een stuk touw maakten we de kano vast aan het paaltje op de wal. Tevreden gingen we op de fiets naar huis. We zwaaiden nog even naar de sluiswachter die bij de sluis aan het werk was. Hij zag ons fietsen en zwaaide terug.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *