‘Nijntje in ’t museum’ in het Sallaans vertaald

Ik ben zo vrij geweest – ik bedoel: of het wel mag; weet ik echt niet – het boekje ‘Nijntje in ’t museum’ van Dick Bruna te vertalen in het Sallaans, mijn streektaal. Ik zou heel graag willen dat het boekje in alle Sallandse musea verkrijgbaar zou zijn.
Het was best wel moeilijk om het gedicht in het ‘Sallaans’ om te zetten, maar dit is het dan geworden:

1.
Op ‘n dag zei vrou Pluus:
‘k ad ‘n goed gevuul net
‘k goa noar ’t museum
wie giet ur met

2.
Ikke, zei vaa Pluus, maor heur is vrou
is Nijntje niet te klein
te klein, oe kump ie doar nou bie
‘k bin al groot, zei Nijn

3.
Gelukkug, Nijntje moch ok met
zie liepen stewig deur
wa goed, noar ’t museum
Nijn vond ’t spannend, heur

4.
’t Allereerste wa Nijn zag
was ’n mooie schilderieje
’n appel mit ’n lieste errumme
hej liekt bienoa, wa i’j

5.
Kiek Nijn, doar boven in de lucht
‘n mobile hangt an ‘t plafond
‘t zit met haakies an mekare
umdet ’t aanders valt op de grond

6.
‘n Beer, ‘n echte beer, riep Nijn
maor vaa Pluus zei: ’t liekt ’n beetien
’n echte beer is lekker zachte
maor disse is van stien

7.
’n Blaue sönne, ’n gele sönne
Nijn mus denk’n: kon‘k det maor
maor deze sönnen waren emaakt
deur ’n echte kunstenaor

8.
Die strepen ma ‘k weh sien
‘k vind echt biezunder dus
allent ’k weet nie presies
hoe ‘k kieken mus

9.
Kiek Nijn, zei vaa, ’n k’nien
doar liek ie weh wa op
nee det bin ’k echt nie, zei Nijn
en blauw bin ‘k nie op mien kop

10.
Det is mooi, riep Nijntje uut
det mit die kleuren doar
’t liekt weh of ’t eknipt is
mit ’n gwoone schere, kloar

11.
’t Was tied om naor huus te gaon
wah jammer, zei Nijn
maor oo, wah ep ‘k völle eseen
‘k vind museums fijn

12.
En as ‘k groter binvertalen
al oaver un poar joar
dan wee ‘k noe a weh wah ’k wöd
dan wöd ‘k kunstenaor

Er is meer nodig voor de Nederlandse taal

Er is veel aandacht nodig voor de Nederlandse TAAL. 

Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Dat besef is er bij mij altijd geweest! Dus blijf ik mijn ‘stinkende’ best doen, want Nederlands is en blijft mijn eigen taal.

Zeker, een moeilijke taal! Maar het is een kwestie van volhouden.

Toch nog drie opmerkingen:

  1. Wat je soms leest, is om te huilen.
  2. Let op dat je geen ENGELS in je “moerstaal” gebruikt (zeker niet als het echt NIET nodig is).
  3. Als een vreemde taal NIET nodig is, waarom zou je die taal dan gebruiken?

Bestaat toeval?


Een bericht in de krant, het DvhN, over streektalen en Nijntjeboekjes in streektalen bij Bornmeer, bracht mij op het idee.
–  Afgelopen maand februari heeft deze uitgeverij twee nieuwe boekjes laten verschijnen. Daniël Lohues heeft ‘Nijntje in de dierentuin’ voor zijn rekening genomen, op zijn manier en in zijn streektaal, het Drents.
–  Niet dat ik mij met hem wil meten, want in mijn ogen is er maar één Daniël Lohues, maar ik dacht: Wat zou het leuk zijn om een nijntje te laten maken in ‘mijn’ streektaal, het Sallands. Dus heb ik contact gezocht met deze uitgeverij die per e-mail reageerde: ‘Volgende week gaan we op een rijtje zetten welke nijntjes voor een vertaling in aanmerking zouden komen, daarna zullen we contact met u opnemen over de mogelijkheden voor een Sallandse Nijntje.’
–  Een vervangster mailde mij dat een uitgave van Nijntje in het Sallands zeker een interessante optie is, maar dat de mogelijkheid voor het verschijnen van een nieuwe Nijntje op zijn vroegst dit najaar is en de volgende verschijningsmogelijkheid in het voorjaar 2019. In hetzelfde bericht: ‘Voor de uitgave van een streektaal-Nijntje is wel vaak externe financiering nodig, wellicht hebt u zelf zicht op subsidiemogelijkheden? Of een partij/partijen die bij voorbaat een aantal exemplaren wil/willen afnemen? En hebt u ook al een vertaler op het oog?’
– 
Over hoe het verder moest gaan, qua financiering e.d., had ik niet nagedacht en dat was ik ook niet van plan. Gewoon geen zin. Ik beantwoordde: ‘Voor de vertaling van het boekje in het Sallands kan ik wel zorgen. Ik hoef er geen cent voor te krijgen. Wel heb ik nagedacht over de afname. Er zijn in het streektaalgebied Salland (waartoe het gebied in en rond Kampen en het Vechtdalgebied eigenlijk ook moet worden gerekend) afzetmogelijkheden genoeg. Ik denk met name aan de vele musea, boekwinkels en VVV’s.’
[Intussen had ik het boekje ‘nijntje in het museum’ al gekocht en thuis in het ‘Sallaans’ ‘vertaald’.]
– 
Er kwam een nieuw bericht uit Friesland: ‘Voor een succesvolle publicatie en presentatie van een nijntje in streektaal is de aansluiting bij en samenwerking met lokale partijen juist onontbeerlijk, precies vanwege de kennis van en contacten in de regio. Het zijn inderdaad de partijen die u noemt – streektaalorganisaties, musea, VVV’s, boekhandels – die hiervoor nodig zijn, maar waarvoor in iedere regio weer andere contactpersonen zijn die ons als uitgeverij helaas niet allemaal bekend zijn. Als u mij een aantal namen, adressen, telefoonnummers kunt laten weten van mogelijk geïnteresseerde partijen/personen dan kunnen wij contact met hen zoeken. Ook u kunt met uw aanbod als vertaler en de voorwaarden die we hieronder al hebben ‘besproken’ eens informeren bij de door u genoemde organisaties of zij hiervoor voelen.’
–  Wat nu, dacht ik. Even googelen en ik kwam uit bij de ‘IJsselacademie’ in Zwolle. Ik heb per e-mail contact gezocht en gekregen: ‘U bent zeker aan het juiste adres. Ik stuur uw mailwisseling en mijn  antwoord aan u ook even door aan … de projectleider Streektaalkunde bij de IJsselacademie. … Misschien binnenkort even een afspraak maken?’
–  Kort daarna kwam het verrassende mailtje van uitgeverij Bornmeer: ‘Toevalligerwijs werden wij deze week benaderd door een boekhandel in de Sallandse regio, die aangaf zich graag in te willen zetten voor een Sallandse Nijntje. Zij zullen zelf een vertaler benaderen en een groot gedeelte van de oplage afnemen. Dit alles lijkt als resultaat te hebben dat er in het voorjaar van 2019 een Sallandse Nijntje wordt gepubliceerd. …‘
–  Direct heb ik de ‘IJsselacademie’ hiervan op de hoogte gebracht. Als antwoord kreeg ik: ‘Nou dat is natuurlijk altijd mooi. Ben benieuwd naar het eindresultaat! Wie weet is het te zijner tijd iets om te presenteren op het Zunnewendefestival in Hellendoorn?’

Mijn vrouw (Ally) merkte op: ‘Misschien heeft boekhandel Waanders wel gereageerd!
Dat zou mooi zijn!

IJsselacademie, ook ik ben zeer benieuwd op de afloop. Maar er zal nog een jaar moeten worden gewacht.’

Moi Nijntje

Daniël Lohues heeft het boekje Nijntje in ’t dierenpark, van Dick Bruna, in het Drents vertaald.
–  Uitgeverij Bornmeer geeft al jaren Nijntje-boeken in streektalen uit. Met het Fries is begonnen, al mag je dat geen streektaal noemen natuurlijk. Daarna in het Brabants, Zeeuws, Maastrichts, Rotterdams, Haags, Gronings, Twents (door Herman Finkers), enz.
–  Al heet ik dan niet Lohues of Finkers, toch wil ik proberen een Nijntje-boekje in het Sallands te vertalen. De reden? Misschien helpt het om de Sallandse streektaal levend te houden, want ik heb het idee dat het Sallands gaat verdwijnen. En dat zou ontzettend jammer zijn.)

Zij maakt zich zorgen over de (haar) streektaal


Volgens de krant (Dagblad v/h Noorden, 26.11.2016) wil Annie Schreijer-Pierik (Annie ’63) het Drents, Gronings en Twents op de Europese agenda zetten.

Tijdens het lezen van het stuk, moest ik denken aan haar als boerin (o.a. over de afschaffing van de melkquota) en CDA-politica (in Den Haag), nu als CDA-Europarlementslid (sinds 2014; eigenlijk was zij ‘lijstduwer’) en ook even aan een ‘tenenkrommend gesprek’ op tv tussen haar en Herman Finkers (over de toekomst van Vliegveld Twente).

En dan nu de ‘Streektaal’?
Waarom nu pas haar aandacht voor het Nedersaksisch dialect? Bij gebrek aan wat anders?
Misschien is het wel goed bedoeld, maar waarom is zij er niet (veel) eerder mee gekomen?
En waarom heeft ze het niet over alle streektalen in Nederland? (Omdat zij is opgegroeid met het Twents?)

Ik ben opgegroeid in Salland en met het Sallands.
Waarom noemt zij die streektaal niet?
Sallands is toch ook een Nedersaksisch dialect?

Zij beweert, aldus de krant, dat er een hoop (Europees) geld op de plank ligt.
(‘… We hebben budget. … Laat het niet liggen. …’ En meer blabla.)

Toegegeven, als Annie zich in iets vast bijt, dan laat zij niet meer los en doet zij dat (vaak) tegen beter weten in.
Dus waarschijnlijk ook met het onderwerp streektaal, want anders had zij al veel eerder haar paard VOOR in plaats van (nu) ACHTER de wagen gespannen. Kort gezegd:

Het is te laat.