Twee zeer verdiende plaatsen in de Top 2000 van dit jaar


Op plaats 318 in de Top 2000 van dit jaar staat Skik met het nummer “Op Fietse”.
Op nummer 680 de Bökkers met “Iederene Hef Een Reden”.

Al zeg ik het zelf: “Prima resultaten!”

De Bökkers stonden met hun nummer vorig jaar (2018) op nummer 1303. Dit jaar (2019 dus) zowaar op 680. (Met 623 plaatsen gestegen.)

Voor de duidelijkheid: Skik is met het nummer “Op Fietse” 56 plaatsen gestegen!

En de winnaar is …


… de provincie Drenthe.

Hiep, hiep, hoera, en gefeliciteerd natuurlijk!

In Rotterdam blijkt men het beste Engels te kunnen spreken. Als provincie scoort Zuid-Holland het hoogst.

Dat is sneu, want het was beter geweest als in die stad en provincie het Nederlands op de eerste plaats zou staan.

De provincie Drenthe eindigt in dat lijstje op de laatste plaats.

Met het Nederlands misschien ook wel. Maar gelukkig scoort deze provincie met het Nedersaksisch het hoogst!

Eindelijk erkenning van het Sallands (Nedersaksisch) als streektaal


Dat werd ook tijd.

In de krant was te lezen dat het Nedersaksisch officieel als streektaal is erkend. Dat betekent ook dat het Nedersaksisch niet langer kan worden gezien als een minderwaardig dialect, maar als een volwaardige taal.

Ook las ik dat het Nedersaksisch is ontstaan uit het Nederduits, dat in Westfalen en Nedersaksen werd gesproken, en dat het Standaardnederlands is voortgekomen uit Hollandse dialecten. Beide zijn voortgekomen uit het Germaans.

Het Nedersaksisch taalgebied loopt van Oost-Nederland via Noordoost-Duitsland tot aan Denemarken!
In Nederland bestaan – al jaren – Nedersaksische varianten, nl. Drents, Twents, Veluws, Sallands, Achterhoeks, Gronings, Urks en Stellingwerfs.

Maar ook in het gebied waar Sallands wordt gesproken bestaan tal van taalverschillen. Als oud-Dalfsenaar spreek ik het Sallands bijna dagelijks nog. Niet tegen iedereen.

In o.a. Nieuwleusen en Heino worden andere woorden gebruikt dan in Dalfsen. Zelfs dichterbij Dalfsen worden verschillende woorden gebruikt. Met Oudleusen bijvoorbeeld is er al verschil in het gebruik van woorden.

In het verhaal in de krant wordt door een oud-fabrieksdirecteur gezegd dat het dialect de taal van het werkvolk was. Onzin. Ik herinner mij een klant van mijn ouders die eens tegen mij zei toen ik hem in het Hollands antwoordde: ‘Ie wilt zeker burgemeester word’n.

Ik herinner mij nog iets anders. Samen met mijn vrouw heb ik eens de ‘Groene Kustweg’ gereden, tot boven in Denemarken. Een prachtige route. Een grote belevenis.

Het gebeurde ergens in het Noorden van Duitsland – ik geloof op de terugweg – bij een pont, dat ik met Sallands naar de overgangstijden en de kosten vroeg. Het was geen enkel probleem. Men sprak er Plattdeutsch, of gewoon Platt.

Erkenning van het Nedersaksisch als taal is natuurlijk fijn/mooi, maar hoe nu verder? ?

Zolang het maar niks gaat kosten zeker!

Zij maakt zich zorgen over de (haar) streektaal


Volgens de krant (Dagblad v/h Noorden, 26.11.2016) wil Annie Schreijer-Pierik (Annie ’63) het Drents, Gronings en Twents op de Europese agenda zetten.

Tijdens het lezen van het stuk, moest ik denken aan haar als boerin (o.a. over de afschaffing van de melkquota) en CDA-politica (in Den Haag), nu als CDA-Europarlementslid (sinds 2014; eigenlijk was zij ‘lijstduwer’) en ook even aan een ‘tenenkrommend gesprek’ op tv tussen haar en Herman Finkers (over de toekomst van Vliegveld Twente).

En dan nu de ‘Streektaal’?
Waarom nu pas haar aandacht voor het Nedersaksisch dialect? Bij gebrek aan wat anders?
Misschien is het wel goed bedoeld, maar waarom is zij er niet (veel) eerder mee gekomen?
En waarom heeft ze het niet over alle streektalen in Nederland? (Omdat zij is opgegroeid met het Twents?)

Ik ben opgegroeid in Salland en met het Sallands.
Waarom noemt zij die streektaal niet?
Sallands is toch ook een Nedersaksisch dialect?

Zij beweert, aldus de krant, dat er een hoop (Europees) geld op de plank ligt.
(‘… We hebben budget. … Laat het niet liggen. …’ En meer blabla.)

Toegegeven, als Annie zich in iets vast bijt, dan laat zij niet meer los en doet zij dat (vaak) tegen beter weten in.
Dus waarschijnlijk ook met het onderwerp streektaal, want anders had zij al veel eerder haar paard VOOR in plaats van (nu) ACHTER de wagen gespannen. Kort gezegd:

Het is te laat.

‘Annie 63’ was zelfs bij de SONT te zien?


Nee, niet bij de Sont tussen Denemarken en Zweden, maar bij de SONT in Drenthe.

nedersaksisch-taalgebied‘Annie 63’ (Schreijer-Pierik) schijnt zich niet enkel te interesseren voor boeren, koeien, melk en varkens, maar ook voor de ‘Streektaalorganisaties Nedersaksisch Taalgebied’ (SONT).
De SONT-voorzitter ‘wil geen Friese toestanden’ en noemt ‘het niks minder dan uniek dat het Europees parlement aandacht besteedt aan het Nedersaksisch’.

Dat is ‘mooi gezegd’ natuurlijk, maar meneer de voorzitter, je moet wel realistisch blijven. Het bezoek van ‘Annie 63’ en haar Duitse college Jens Gieseke aan SONT zal voor velen ongetwijfeld bijzonder zijn (geweest), maar wat is de maatschappelijke waarde van het bezoek voor de Nedersaksische taal?
Dat je je niet hoeft te schamen, als je bijvoorbeeld Drents, Gronings, Sallands of Twents spreekt?

Persoonlijk heb ik daar nooit last van gehad. Gelukkig maar, denk ik dan.
Waarom zou ik ook?
Dat zou ik wel – mij schamen dus – als iemand mij niet kon verstaan als ik alleen Sallands praatte.

Volgens ‘Annie 63’ verdient het Nedersaksisch een ‘impuls’, las ik in de krant, maar wat wordt er precies bedoelt?

Een ‘impuls’!
Waar hebben die twee (voor mij overbodige) Europarlementariërs het in vredesnaam over!