Een dagje ‘MORE’


Eerst naar Deventer om met het pontje naar de overkant van de IJssel te kunnen komen. Het pontje was stampvol met passagiers.
Aan de overkant kwamen we langs de oude zaagmolen en fietsten we verder langs de IJssel, naar het pontje bij Gorssel. (Ally was op dat pontje per ongeluk in een plas water gaan zitten. Kletsnat was haar zitvlak geworden, maar gelukkig waren haar broeken snel weer droog.)

Oude zaagmolen

De expositie van EUAN UGLOW en CHRISTIAAN KUITWAARD vonden wij mooi. Er hing ook werk van Noordelijke Realisten, nl. Matthijs Röling, Pieter Pander en Annemarie Busschers. ( www.museummore.nl )

De volgende ‘ramp’ overkwam ons bij de lunch. De drankjes werden vrij snel bezorgd, maar het brengen van het eten duurde en duurde. Minstens anderhalf uur hebben we moeten wachten. De reden? De bestelbon was aan een andere bon blijven plakken! ?

Vanuit Gorssel namen we eerst de verkeerde afslag naar het pontje.
Na het pontje, terug naar Deventer, kregen we nog wat oponthoud. Er liep een koe (pink) op de weg. Een paar mensen hielden het dier tegen dat toen zelf maar onder het draad door in het weiland rende!
Het pontje bij Deventer was zo vol met passanten dat wij met de fietsen niet mee konden. Dus even wachten de volgende pont!

Aan het eind van de fietstocht smaakte het ijsje ons prima!

Morgen gaan we naar de Deventer Boekenmarkt. De grootste van Europa, las ik, met bijna 900 boekenkramen, op plaatsen langs de IJsselkade en in de historische binnenstad. Ruim zes kilometer boekenmarkt. ( www.deventerboekenmarkt.nl )

Een oase van rust in Hortus Haren (138)


Op de fiets naar Hortus botanicus Haren. Naar één van de grootste en oudste botanische tuinen van Nederland. Ongeveer 50 km heen en terug. Het weer was deze dag gelukkig goed weer. Zowel om te fietsen als om te wandelen in de botanische tuin.

Wat een grote, mooie hoeveelheid planten- en bomensoorten. Al bloeide niet alles, het was een kleurig geheel. En nauwelijks mensen te zien!

De grote Chinese tuin hebben we tot het laatst bewaard. De tuin was niet alleen rustgevend en mysterieus, maar ook buitengewoon uniek en prachtig aangelegd.

Op een aantal plaatsen in de tuin stonden beelden. De officiële opening van de beeldenexpositie was pas de volgende dag hoorden we van de kaartjescontroleur. Hij vertelde met een glimlach dat een man hierover een vraag had gesteld. Tegen de man had hij gezegd dat hij maar even omhoog moest kijken als hij in de tuin een beeld ’tegen kwam’.

Toch moet ik een minpunt melden.
Waarom staan in de website van de Hortus zoveel Engelse woorden? Dat is toch nergens goed voor!

Even samen (weer) op pad


Met de bedoeling om te fietsen in de natuur en (het oude) Nijmegen wandelend te ‘ontdekken’.

Maar eerst naar Ooij. Vanuit dit dorp gaan we fietsend richting en langs de Waal. We kwamen in de Ooijpolder, de Millingerwaard, Milligen a/d Rijn, op het pontje (vanwege de lage waterstand nog niet uit de vaart), Pannerden en weer terug. Het is mooi weer, behoorlijk warm, maar door de wind is het fietsen goed te doen. In totaal fietsen we deze dag ongeveer 60 km.

Deze dag gaan we op de fiets naar de Hortus in Nijmegen. Om er te komen moeten we eerst flink klimmen. We zien in de Hortus een aantal bijzondere planten en bomen. Het is een mooie, rustige plek, maar we denken wel dat de Hortus in het voorjaar op z’n best is. Deze dag fietsen we 30 km.

Met de bus gaan we van Ooij naar het centrum van Nijmegen. We lopen door het Kronenburgerpark naar de Stevenskerk. Op de Grote Markt is het (gezellig) markt. (We lezen er: ‘Als je niks te doen hebt, doe het dan niet hier‘.) We lopen langs de kramen en kraampjes naar de Synagoge, de Commanderie van St. Jan, het Waaggebouw, door de lange winkelstraat naar het Joris Ivensplein. Daarna gaan we terug naar het station, voor de bus naar Ooij.

Vandaag huiswaarts. We rijden via het mooiste museum & beeldenpark in Nederland, namelijk het Kröller-Müller Museum in het Nationale Park ‘De Hoge Veluwe’, voor de tentoonstelling ‘Als kunst je lief is’. We zien o.a. de 80 belangrijke aanwinsten van 40 verschillende Nederlandse musea. Het is een prachtige tentoonstelling, en op initiatief van de Vereniging Rembrandt georganiseerd.

 

Into Nature 2018


Het is een niet te missen route in het Drentse landschap. Deze keer heeft de kunstroute het thema ‘Out of Darkness’ gekregen. (Tegenwoordig schijnt Engels gebruikt te moeten worden. Ik ben benieuwd wat er na Brexit gaat gebeuren.)

De bijzondere kunstwerken zijn te zien t/m 16 september 2018 (van dinsdag t/m zondag tussen 11.00 en 17.00 uur). Er zijn twee startlocaties: Frederiksoord en Havelte (Holtingerveld). De twee fietsroutes zijn elk vijftien km lang. De twee wandelroutes: 2 en 4 km. De routes zijn duidelijk aangegeven met bordjes.

Bij Havelte zag ik (nog) een nostalgische plek, t.w. het heideveld tegenover de ingang van de Johannes Post-kazerne, waar mijn ex-vriendin, mijn echtgenote, en ik hebben liggen knuffelen. Dat heette toen gewoon vrijen.

De hele route is gemakkelijk in twee dagen te doen. Dan heb je tijd genoeg, maar je moet er wel mooi weer bij hebben.

Om je een indruk te geven een aantal foto’s:

[Voor meer informatie: http://www.intonature.net]

Voor een ‘tussenweekje’ naar Losser e.o

 


Voor iedereen die van rust en de natuur houdt, is het genieten in de omgeving van Losser; dus het prachtige Twentse landschap.Op wandel- en fietsafstand vind je heuvels, ‘kerkpaadjes’, bossen, de Dinkel, Singraven, oude boerderijen, enz.

Maar ook daar was het: droog, erg droog, gortdroog. De warmte viel gelukkig mee. Slechts één nacht hebben we last gehad van een mug.

In totaal hebben we 171 km gefietst, maar – eerlijk is eerlijk – toch ook 24 km met de auto gereden. Dat laatste om naar het Rijksmuseum Twenthe in Enschede te gaan, en omdat – oh wonder – het regende.
We zagen in het museum o.a. het eigenzinnige, maar vooruitstrevende werk van de Duitse schilderes Paula Modersohn-Becker.

“Slordige” bomen


Op de morgen van 2de Pinksterdag hebben we weer een eindje gereden. Op de fiets welteverstaan. Het was prachtig weer.
–   Deze keer reden we een stukje door de omgeving van de hoofdstad van Drenthe en een eindje door de mooie stad, omdat we het nieuwe station wilden gaan zien; ook om een kop koffie te gaan drinken.
–  Toen we door het bijzonder mooie natuurgebied ten oosten van de stad reden, zagen we een aantal dode bomen – een kennis zou zeggen “slordige”  bomen – in het landschap staan. In Taarlo hebben wij een poosje gekeken naar de ooievaar op zijn, of haar, hoge nest. Af en toe zagen we de kop van het jong. Het was een prachtig gezicht.