Hoera! Shell vertrekt!

“Hoe kun je zoiets zeggen!”

Ik vind dat geen probleem. Maar of dat straks ook aan de benzinepomp te merken is?

Al jaren beweer ik dat Shell de boel beduvelt. Dit wereldconcern, o.l.v. de aandeelhouders en bestuurders, heeft de boel gewoon zitten flessen en kilo’s zand in onze ogen gestrooid.

Maar: de rijken onder ons Nederlanders, zij die al meer dan genoeg zelf te verteren hebben, zijn verblind (geraakt) door al het geld dat zij (hebben) ontvangen. “Meer, meer, meer“, riepen en roepen zij in koor!

Koninklijke Shell“? “Ammehoela“. Ja, die titel zal een boel mensen wel aanspreken, denk ik, maar wat schiet een ander ermee op? Niks toch zeker! Wat moet je met zo’n (commerciële) titel?

Al jaren is Shell in Nederland marktleider op de benzinemarkt. Maar wie is er echt beter van geworden? Zeer zeker NIET de autogebruiker. (Natuurlijk wel de aandeelhouders en Shell zelf. 🙂
(Als het anders is, dan hoor ik dat graag. Maar dan wel in een objectieve verklaring!)

Ik zeg het dus zonder schroom: GB, Londen, UK, heel veel plezier met Shell. “Je mag hem/haar hebben!” (Wat mij betreft mag KLM, en meer van dat soort belastinggeldverslindende bedrijven, vertrekken.)

Een blindedarmoperatie om een kersenpit


Een kersenpit  doorslikken kan gevaarlijk zijn‘. Dat is ooit eens tegen mij gezegd.

In mijn jeugdjaren at ik regelmatig kersen. In de tuin stonden drie kersenbomen, maar een boompje liet ik wel met rust, gewoon omdat de kersen in dat boompje enorm zuur smaakten. Morellen zijn echt niet te pruimen! Ja, met veel suiker misschien.

Ik zal ongeveer 12 jaar zijn geweest, toen ik op een dag plotseling naar het R.K.-ziekenhuis in Zwolle moest/ werd gebracht.

Hoezo? Plotseling kreeg ik hevige buikkrampen. Er was, geloof ik, geen tijd voor de dokter, want mijn ouders belden vrijwel onmiddellijk om een taxi waarmee wij snel naar het ziekenhuis werden gereden. (In het Sophia-ziekenhuis was geen plek, geloof ik.)

Het stukje spoorwegovergang op de heenweg herinner ik mij nog heel goed, omdat het een pijnlijk moment was.

Ook de tijd in het ziekenhuis herinner ik mij nog goed:

  • Na de operatie – voor de narcose kreeg ik een soort kap op de neus gedrukt – herinner ik mij groene kikkers die door het gaas van een klommen.
  • Toen ik na de spoedoperatie op de kinderzaal kwam, legde iemand – een priester? – mij elke morgen (12 keer), een ouwel op de tong. (Waarom dat moest, weet ik nog steeds niet.)
  • Op een bepaald moment kreeg ik opeens een geweldige dorst. Stiekem haalde ik de bloemen uit de vaas die op de tafel stond en nam een paar slokken water.
  • Mijn Oma kwam vrijwel elke dag wel op bezoek. Samen met mijn moeder. Mijn Oma nam steeds een Kuifje-album mee. Kon zij niet komen, dan nam mijn moeder een album mee. (Met beiden, dus ook met mijn Oma, was het altijd prettig kersen eten! 😊 )
  • Bij de operatie bleek dat er een kersenpit in de blindedarm zat.
  • Mij werd ook gevraagd, of ik het stukje blindedarm mee naar huis wilde nemen.(Ik heb de chirurg vriendelijk bedankt.)
  • (Blijkbaar heeft het gebeuren een enorme impact op mij gehad, want ik heb er al eerder over geschreven. Misschien zelfs  wel voor de derde keer?! 🙂 )

Kröller-Müller, Museum & Beeldentuin


Het is steeds weer een geweldige ervaring om naar het Kröller-Müller Museum, annex beeldentuin, in het Nationale Park ‘De Hoge Veluwe’, te gaan.

Vorige week zijn Ally en ik er weer geweest.
Meneer Jacques’ stond ons, als vanouds, weer welkom te heten. 🙂

Wij vinden dat museum het interessantste en mooiste museum in heel Nederland! Het is door de ligging tevens de prachtigste plek voor kunst- en natuurliefhebbers.

Het prachtige museum bezit de unieke combinatie van kunst, natuur en architectuur!

Ook in de schitterende tuin ben je dichtbij Kunst met een grote K, de beeldenkunst, en niet te vergeten: de Natuur.

Een drietal (nieuwe) foto’s:

 

Struikelstenen (‘Stolpersteine’)


Struikelstenen zijn kleine, opvallende, goudkleurige steentjes – vaak te zien in de stoep – voor huizen waar slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog woonden of ondergedoken zaten.

De bedenker, de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, plaatst ze zelf? (Maar dat is blijkbaar veranderd!?)

Je hebt dergelijke ‘stenen’ vast wel eens ergens in Nederland gezien.

In Luxemburg en Duitsland zijn/worden ze nu ook geplaatst voor de huizen van mensen die tijdens WO II, weliswaar onder dwang, voor de Duitse Wehrmacht hebben gevochten.

Belachelijk. Dat mag echt NIET. Dat had echt niet gemogen.

Gelukkig ben ik niet de enige die dat denkt. Ook als je onder dwang voor de vijand (de bezetter) hebt gewerkt, dan heb je verkeerd gehandeld. Dan ben je een verrader.

Waarom ik dat denk? Zo ben ik opgevoed.

Ik denk dat het heel moeilijk zal zijn, maar men had anders kunnen kiezen!
En als je dat niet kunt/wilt, er niet genoeg lef, moed, voor hebt, dan moet je NIET gaan zeggen, dat je géén keuze had. (Dan lieg je!)