Een blindedarmoperatie om een kersenpit


Een kersenpit  doorslikken kan gevaarlijk zijn‘. Dat is ooit eens tegen mij gezegd.

In mijn jeugdjaren at ik regelmatig kersen. In de tuin stonden drie kersenbomen, maar een boompje liet ik wel met rust, gewoon omdat de kersen in dat boompje enorm zuur smaakten. Morellen zijn echt niet te pruimen! Ja, met veel suiker misschien.

Ik zal ongeveer 12 jaar zijn geweest, toen ik op een dag plotseling naar het R.K.-ziekenhuis in Zwolle moest/ werd gebracht.

Hoezo? Plotseling kreeg ik hevige buikkrampen. Er was, geloof ik, geen tijd voor de dokter, want mijn ouders belden vrijwel onmiddellijk om een taxi waarmee wij snel naar het ziekenhuis werden gereden. (In het Sophia-ziekenhuis was geen plek, geloof ik.)

Het stukje spoorwegovergang op de heenweg herinner ik mij nog heel goed, omdat het een pijnlijk moment was.

Ook de tijd in het ziekenhuis herinner ik mij nog goed:

  • Na de operatie – voor de narcose kreeg ik een soort kap op de neus gedrukt – herinner ik mij groene kikkers die door het gaas van een klommen.
  • Toen ik na de spoedoperatie op de kinderzaal kwam, legde iemand – een priester? – mij elke morgen (12 keer), een ouwel op de tong. (Waarom dat moest, weet ik nog steeds niet.)
  • Op een bepaald moment kreeg ik opeens een geweldige dorst. Stiekem haalde ik de bloemen uit de vaas die op de tafel stond en nam een paar slokken water.
  • Mijn Oma kwam vrijwel elke dag wel op bezoek. Samen met mijn moeder. Mijn Oma nam steeds een Kuifje-album mee. Kon zij niet komen, dan nam mijn moeder een album mee. (Met beiden, dus ook met mijn Oma, was het altijd prettig kersen eten! 😊 )
  • Bij de operatie bleek dat er een kersenpit in de blindedarm zat.
  • Mij werd ook gevraagd, of ik het stukje blindedarm mee naar huis wilde nemen.(Ik heb de chirurg vriendelijk bedankt.)
  • (Blijkbaar heeft het gebeuren een enorme impact op mij gehad, want ik heb er al eerder over geschreven. Misschien zelfs  wel voor de derde keer?! 🙂 )

Kröller-Müller, Museum & Beeldentuin


Het is steeds weer een geweldige ervaring om naar het Kröller-Müller Museum, annex beeldentuin, in het Nationale Park ‘De Hoge Veluwe’, te gaan.

Vorige week zijn Ally en ik er weer geweest.
Meneer Jacques’ stond ons, als vanouds, weer welkom te heten. 🙂

Wij vinden dat museum het interessantste en mooiste museum in heel Nederland! Het is door de ligging tevens de prachtigste plek voor kunst- en natuurliefhebbers.

Het prachtige museum bezit de unieke combinatie van kunst, natuur en architectuur!

Ook in de schitterende tuin ben je dichtbij Kunst met een grote K, de beeldenkunst, en niet te vergeten: de Natuur.

Een drietal (nieuwe) foto’s:

 

Struikelstenen (‘Stolpersteine’)


Struikelstenen zijn kleine, opvallende, goudkleurige steentjes – vaak te zien in de stoep – voor huizen waar slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog woonden of ondergedoken zaten.

De bedenker, de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, plaatst ze zelf? (Maar dat is blijkbaar veranderd!?)

Je hebt dergelijke ‘stenen’ vast wel eens ergens in Nederland gezien.

In Luxemburg en Duitsland zijn/worden ze nu ook geplaatst voor de huizen van mensen die tijdens WO II, weliswaar onder dwang, voor de Duitse Wehrmacht hebben gevochten.

Belachelijk. Dat mag echt NIET. Dat had echt niet gemogen.

Gelukkig ben ik niet de enige die dat denkt. Ook als je onder dwang voor de vijand (de bezetter) hebt gewerkt, dan heb je verkeerd gehandeld. Dan ben je een verrader.

Waarom ik dat denk? Zo ben ik opgevoed.

Ik denk dat het heel moeilijk zal zijn, maar men had anders kunnen kiezen!
En als je dat niet kunt/wilt, er niet genoeg lef, moed, voor hebt, dan moet je NIET gaan zeggen, dat je géén keuze had. (Dan lieg je!)

Gebakken bloedworst met paddenstoelen


Hoef ik niet?”
Nou, dan vergis jij je deerlijk!”

Maar eerst nog even dit:
Ik kan maar slecht wennen aan de letter ‘n’ in het woord paddenstoelen.
Is daar misschien wat aan te doen? Volgens het Groene Boekje niet. 😊

Laatst las ik in de Volkskrant een gerecht uit Catalonië (Spanje), waarover ik dacht: “Dat gerecht past ook goed in herfstig Nederland.”

In plaats van Spaanse bloedworst proberen te kopen is gewone bloedworst ook een prima alternatief.

Daarnaast heb je nodig: paddenstoelen (voor 2 personen ongeveer 250 gram, denk ik), roomboter, knoflook (2 teentjes), een ui, citroensap, verse peterselie (fijn gehakt), peper, zout en olijfolie.

Wat te doen?
Maak de paddenstoelen schoon met een velletje keukenpapier (ikzelf heb voor de cantharellen gekozen. Als deze gedroogd zijn, doe ze dan ongeveer 25 minuten in lauw water). Verhit vervolgens een klont roomboter in een koekenpan, bak de paddenstoelen samen met ui en knoflook (ongeveer 5 min.), voeg het sap van een halve citroen en de peterselie toe, en naar smaak ook: zout en peper.

Ik bak (tegelijkertijd) de plakken bloedworst in de andere koekenpan, in olijfolie (ongeveer 3 minuten).

Tot slot verdeel ik de paddenstoelen over beide borden en leg de gebakken bloedworst er ook bij.

(Je kunt er bijvoorbeeld ook aardappelen en/of plakjes appel en/of ananas bij doen. En natuurlijk nog een ‘toetje’. )

Eet smakelijk!!!

Moeilijk, moeilijk, moeilijk?


Het is blijkbaar niet ‘een beetje moeilijk’, maar ‘heel moeilijk’!

Ik bedoel het gebruik van Engelse woorden. Authentieke, normale Hollandse woorden en uitdrukkingen kunnen toch gebruikt worden!? Nou dan! Doe dat dan!

Maar waarom gebeurt dat niet genoeg? Waarom is dat zo moeilijk? Waarom niet gewoon Hollands? We wonen toch in Nederland? Dus wat is het probleem?

Over het volgende ben ik heel zeker:
Heel veel Nederlanders snappen geen barst – of willen het niet snappen – van wat zij horen of lezen! Van ‘straattaal’, en andere ‘hoempa’, vast en zeker ook niet.

Het zal wel niet ‘sexy’ genoeg zijn om normale Hollandse woorden te gebruiken?

Maar beste mensen, praat toch gewoon en doe normaal!

Dus: In gewoon en normaal Nederlands!