“Onze Max”. Hoezo “onze Max”!?

Je zult het mij niet gauw horen zeggen/ beweren, want voor mij woont hij momenteel in Monaco, is hij géén Nederlander, betaalt hij geen belasting zoals ik, en heeft hij een eigen vliegtuig en kan hij heel hard rijden in een dure, geldverslindende ‘stinkauto’.

Dat is het wel zo’n beetje.

Maar nog even wachten, dan is ook deze ‘hype’ weer voorbij. Dan kunnen, bijvoorbeeld, de inwoners van Zandvoort weer rustig slapen. 😉 :mrgreen: 😀

(Volgens mijn woordenboek is hype iets nieuws dat tijdelijk sterk de aandacht trekt, maar weinig voorstelt.)

Kröller-Müller, Museum & Beeldentuin


Het is steeds weer een geweldige ervaring om naar het Kröller-Müller Museum, annex beeldentuin, in het Nationale Park ‘De Hoge Veluwe’, te gaan.

Vorige week zijn Ally en ik er weer geweest.
Meneer Jacques’ stond ons, als vanouds, weer welkom te heten. 🙂

Wij vinden dat museum het interessantste en mooiste museum in heel Nederland! Het is door de ligging tevens de prachtigste plek voor kunst- en natuurliefhebbers.

Het prachtige museum bezit de unieke combinatie van kunst, natuur en architectuur!

Ook in de schitterende tuin ben je dichtbij Kunst met een grote K, de beeldenkunst, en niet te vergeten: de Natuur.

Een drietal (nieuwe) foto’s:

 

Een lang weekend op Vlieland


Er gebeurt altijd wel iets’. (Ook op Vlieland!)
De tijd vliegt’. (Ook daar!)

De veerboot naar Vlieland was ‘stampvol’. (‘Er is een boot uitgevallen‘, werd er gezegd.)
Het water (een stukje Noordzee?) tussen het eilandje en Terschelling zorgde voor een merkbare ‘schommeling’.
Eerst moest er gekeerd worden voordat de veerboot kon aanmeren.
Bijna iedereen haastte zich naar de bus en de diverse taxi’s.
Wij liepen ongeveer een kwartier naar ‘ons onderkomen’.

De volgende dag op de fiets naar de Vuurboetsduin met de vuurtoren. Toen naar de Kaasbunker en daarna naar het strand bij het strandpaviljoen.

De derde dag naar Kroon’s Polders, het mooie moerasgebied en het uitzicht op het Posthuiswad, het Wad, de Vogelkijkhut en de (trek)vogels.
We zagen lepelaars, eendensoorten, een kiekendief, roodborsttapuiten, een paar winterkoninkjes, en natuurlijk de aalscholvers en meeuwen.
Op de terugweg nog een roofvogel (een velduil?) gezien, maar het silhouet van de vogel konden wij niet ‘thuisbrengen’.