Zwemmen vanaf een paar mooie plekjes bij de rivier (nummer 51)

Regelmatig gingen wij, d.w.z. mijn ouders, broer en ik, naar de Vecht bij ‘Stokvisdennen’ om er te zwemmen.
Heel in het begin kreeg ik niet veel mee van wat er gebeurde, omdat ik nog te jong was.

Mijn grootouders en andere familieleden gingen soms mee.
Meestal kwamen we er op de fiets. Wandelend soms ook. Of met de roeiboot. Zelfs een keer met een zeilboot.
Naar een andere, mooie plek gingen we altijd op een zondagmiddag. Met ons vieren. De plek lag vlakbij ‘de Broekhuizen’. De fietsen werden geparkeerd op het erf van de boerderij van een familie die mijn ouders goed kende. De boerderij stond dichtbij de plek en dichtbij een bocht in de rivier. Het was hun ‘land’. Er stond een grote eikenboom. Je kon er zelfs een eindje in de rivier komen door het vele zand dat er lag. Dat kwam door de stroming en de kromming in de rivier. Het was een ‘strandje’ geworden, waar af en toe ook de koeien even kwamen drinken. Soms lagen er koeien te herkauwen in de schaduw van de boom. Een schitterende plek .
Maar om er te komen, moest je goed op de koeienvlaaien letten.

Zwemmen zonder zwemdiploma’s

Mijn kleindochter heeft de zwemdiploma’s A en B behaald. Ze was er heel blij mee en ook blij verrast. Twee diploma’s tegelijk. Best wel knap van haar.

In mijn jeugd waren (blijkbaar) geen zwemdiploma’s nodig, maar mijn ouders vonden het nodig dat ik het zwemmen moest leren. Dat gebeurde zo: eerst thuis ‘droogzwemmen’ op de keukenvloer, Dan op de keukentafel, totdat mijn vader zei, dat ik het maar eens in het water van de (Overijsselse) Vecht moest gaan ‘proberen’.

Op een zomerse zondagmiddag gingen wij, mijn ouders, mijn broer en ik, naar deze rivier Bij van het dorp. Mijn vader had een lang stuk touw meegenomen en mijn moeder het fototoestel.

Toen we op EEN ‘goede’ plek waren, moest ik op de kant van de rivier nog een tijdje ‘droogzwemmen’, waarna mijn vader een Gedeelte van het touw om mijn middel knoopte en de rest in zijn hand hield. Ik moest voorzichtig in de rivier stappen. Ik voelde het water stromen. Opeens was er geen ‘grond’ meer onder de voeten. Ik maakte de slagen die ik tijdens het ‘droogzwemmen’ had geleerd. En Warempel, het ging. ik kon zwemmen. Mijn vader liep mee op de oever met het eind touw in de hand.
Het gaat prima’, riep hij vanaf de oever. ‘Nog even een stukje zwemmen, keren, terug en dan uit het water komen.’

Zwemmen in de kolk van …


Samen met een paar jongens uit het dorp ging ik in de zomervakantie regelmatig zwemmen in een kolk vlak buiten het dorp, dichtbij de Vecht. De kolk was behoorlijk diep. Hoe dieper je in het water kwam, hoe kouder het water.
De kolk werd gebruikt als drinkplaats voor de koeien. Aan het eind van de middag ging de boer met zijn koeien naar de kolk om ze te laten drinken.
Meestal hoorde je de koeien wel komen door het gesnuif en het geloei, maar waarom ik het die keer niet hoorde, of niet merkte, weet ik niet, maar plotseling stonden zij aan de rand van de kolk. Alleen durfden de koeien durfden niet te gaan drinken.
De boer liet zich stotterend horen, want hij was ontzettend kwaad. ”Als jij godverdomme niet snel maakt dat je uit het water komt, dan …!” galmde het plotseling over het water van de kolk. Hij had het tegen mij!
Ik zwom snel naar de kant, omdat ik de boer zag rennen. Weliswaar op klompen, maar hij had een flinke stok in de hand.
Zodra ik uit het water was, liep ik vlug naar mijn spullen, raapte alles vlug bij elkaar en snelde daarna naar het hek van het weiland. De jongens stonden er al.
De boer liet zich gelukkig niet zien.
Ik ging naar huis. De anderen ook.
De kwaadheid van de boer en vooral zijn ‘GVD’ had diepe indruk op mij gemaakt.