Sterren en/of recensies


Dit gebouw kreeg vijf sterren in de krant (Dv/hN):

Binnen zal het best wel mooi zijn, maar wat je hier op beide foto’s ziet !!!

Over het geven van een ster en een recensie aan boeken, films, toneel, muziek, tentoonstelling, enz., enz., denk ik: Wat een flauwekul. Overbodig!

Daar hoef je echt niet voor doorgeleerd te hebben. Op (gekleurde) meningen in de vorm van sterren of recensies zit ik niet te wachten. Ik maak zelf wel uit wat ik vind. Mocht ik mij vergissen, dan heb ik pech gehad. ?

Ook al krijgt een boek, enz., nauwelijks sterren, of er is ‘ophemelend’ (o.i.d.) recensie over, dan noch kun je het beste zelf beoordelen of dat wel ‘klopt’.

Mijn advies?
Bepaal lekker zelf wat je wilt lezen, bekijken of beluisteren!

Ik denk dat veel mensen slechts letten op het aantal sterren en de inhoud van een recensie om hun keuze te bepalen.

Van mij mag dat gedoe direct worden afgeschaft. Ook Black Friday, Halloween, Valentijnsdag en al die andere, Amerikaanse flauwekul !!!

Sommigen vinden het boek “Magdalena” van Maarten ‘t Hart slecht geschreven


Ik heb er geen oordeel over, omdat ik met de Nederlandse taal niet goed genoeg op de hoogte ben.

Het is waarschijnlijk dat Maarten ’t Hart een moeilijke jeugd heeft gehad, maar hij was wel “gek op” zijn moeder, want hij beschrijft haar – wat hij pas na haar dood mocht doen – liefdevol en op een eerbiedige, ontwapende en humoristische wijze, zoals hij dat alleen maar kan.

images

Hoe ’t Hart bepaalde kwesties uit zijn jeugd beschrijft?

Op een mooie, droge, nuchtere, scherpe (soms venijnig) en vooral humoristische manier.

 

Niet iedereen zal zijn boek leuk vinden, of kunnen waarderen, denk ik.
Zeker niet door mensen “uit een bepaalde hoek”.

Ik heb zijn boek met veel plezier gelezen.

 

Het boek van Alexander Münninghoff: De Stamhouder.

Opmaak 1

Een generatie bouwt, de volgende breidt uit, maar de derde maakt er een puinhoop van.”

Dat las ik eens in het boek “De Stamhouder” van Alexander Münninghoff met de geschiedenis van zijn grootouders, zijn ouders en hemzelf (“Bully”) als erfgenaam van een kapitaal- dat hij nooit zou krijgen – de familiebanden, intriges en grote geheimen.

De schrijver begint met een bijzondere jeugdherinnering:

Mijn eerste aanraking met de geheimen die mijn leven zouden gaan beheersen was de vondst die ik op een verloren namiddag op de zolder van ons huis in Voorburg deed. Achter een paar hermetisch gesloten kisten ontdekte ik in de klerenkast, verscholen achter een dikke haag van zwaar naar mottenballen ruikende uitgehangen winterjassen, nog een kist die – achteraf wonderlijk genoeg – open bleek te kunnen. Er lag, naast wat hemden, broeken en prullaria, een helm in.”

De helm blijkt de SS-helm van zijn vader (Frans) te zijn.

Het boek bevat niet alleen geheimen in zijn familie, maar geeft ook de karakters en de posities van de verschillende familieleden, inclusief die van de schrijver, weer.

Zijn vader beschrijft hij als een opstandige zoon van de grootvader, een potentaat. De anekdote in het begin van zijn boek laat zien dat het voor Münninghoff moeilijk moet zijn geweest om de geheimen van zijn familie openbaar te maken. Het zal de schrijver veel moeite hebben gekost om te zeggen wat hij weet over zijn grootvader, zoals het gegeven dat deze man na de oorlog met hulp van bevriende rooms-katholieke politici zijn zoon Frans, de oud SS’er, uit de gevangenis heeft weten te houden. Nog meer moeite moet het hem hebben gekost om over zijn vader te vertellen dat hij “zelfzuchtig en kwaadaardig” was, na de oorlog de ene zwendel na de andere opzette en de erfenis van zijn zoon opsoupeerde.

Schrijver laat de lezer meemaken dat de familiegeschiedenis draait om winstbejag en honger naar macht, en dat de gruwelijke gevolgen daarvan tot op de dag van vandaag doorwerken.

[Dat Münninghoff nu pas met dat boek komt, heeft misschien te maken met het feit dat hij kort na WOII niet met een dergelijk boek durfde te komen? Ik denk van wel.]