Er is echt heel veel moed voor nodig


In wereldoorlog II werd mijn vader – op last van de Duitse bezetter – opgeroepen om (verplicht) in Duitsland te gaan werken. Dat zal best wel heel veel stress hebben veroorzaakt bij mijn ouders, maar hoe het precies is gegaan, weet ik eigenlijk niet eens.

Mijn ouders zijn in 1942 getrouwd. Ik ben in 1943 geboren. En in mei 1943 werd de algemene Arbeitseinsatz in het door nazi-Duitsland bezette Nederland afgekondigd. Alle jongemannen tussen achttien en vijfendertig jaar kregen een oproep om zich te komen melden. De resultaten voor de nazi’s waren mager. Veel Nederlandse mannen doken onder of probeerden een vrijstelling te krijgen/ regelen.

Wat ik er nog van weet, is het volgende.
Ook mijn vader en een aantal mannen uit het dorp D. werden opgeroepen om in Duitsland voor de bezetter te gaan werken. De groep ging op een dag te voet, onder bewaking, naar het station van D. Maar onderweg stapte mijn vader uit de groep, ergens nog in het dorp. Via, via, is hij eerst naar zijn ouderlijk huis gelopen, heeft daar zijn fietst gepakt en is toen naar mijn moeder, hun huis en zaak, ongeveer drie kilometer buiten het dorp, gefietst.

Dat dit heeft kunnen en mogen gebeuren is in mijn ogen nog steeds heel bijzonder. Mijn vader kende alle wegen, straten en binnenweggetjes in het dorp! Dat scheelde natuurlijk.

Er is later/ daarna niet door de Duitsers, of de plaatselijke politie, naar hem gezocht. Hij heeft tot en met de dag van de bevrijding in mei 1945 (gelukkig) geen last van de foute autoriteiten van destijds gekregen. Ook is hij niet verraden.

34 Nederlanders (Germaanse SS’ers) krijgen pensioen uit Duitsland


Gisteren hoorde ik het vreselijke nieuws dat nog 34 Nederlanders, die zich in de Tweede Wereldoorlog bij de Germaanse SS hebben aangesloten, een bepaald pensioenbedrag vanuit Duitsland krijgen. Onbelast.

Dat is toch niet te geloven! Ik was er ondersteboven van toen ik het hoorde. Wat zijn dat voor mensen, dacht ik.
Maar zijn het wel mensen?

Je leest af en toe het spreekwoord ‘zich in het graf omkeren’. Mijn ouders zouden zich in hun graf omdraaien als ze wisten dat zij (die Nederlandse SS’ers) al jaren een bepaald en onbelast pensioenbedrag uit Duitsland krijgen.
Heeft nou niemand er ooit weet van gehad? Ik kan mij dat niet voorstellen! Zij – o.m. mijn ouders en grootouders – hadden er vast geen weet van. Anders had ik het wel geweten.
Zouden zij nog in leven zijn, dan zouden zij zich hierover vreselijk hebben opgewonden en geërgerd. Mijn ouders zouden vast tegen mij gezegd hebben: ‘Zie je nou wel. Duitsers zijn niet te vertrouwen.’ (Of iets dergelijks!)

De meeste SS’ers zullen inmiddels wel een plekje in de hel hebben gekregen.

Hoe heeft zoiets kunnen gebeuren! Door een oud wetje van Hitler? Uit de tijd van nazi-Duitsland? Over het hebben van de Duitse nationaliteit bestaat, geloof ik, ook zo’n wetje. Beide wetjes hadden ongedaan gemaakt moeten worden, maar waarom dat niet is gebeurd?

De Nederlandse regering zal snel een diepgaand onderzoek moeten doen. Alle personen die er al die jaren van hebben geweten en de nog 34 levende oud-SS-stiekemerds die dat smerige geld ontvangen, moeten zonder pardon gestraft worden!

Het UWV-verhaal is heel erg, maar dit slaat alles!

Een Messerschmitt (kv 98)


Het was, werkelijk waar, een auto. Wel een bijzonder gemotoriseerd ‘karretje’, maar meer een ‘driewieler’ voor twee personen. Het leek wel een beetje op een vliegtuigje, maar dan zonder vleugels en een staart. De kap was van plexiglas en moest worden opengeklapt als je erin wilde stappen. En je moest achterelkaar (gaan) zitten. Er was ook geen, of nauwelijks, ruimte voor bagage, geloof ik. Je mocht blij zijn als de zon niet scheen, want anders werd het binnen smoorheet. Het was ook een lawaaiig ‘ding’ en je rook af en toe zelfs uitlaatgas. Een bijzonder autootje dus, maar dat autootje is nu wel heel veel geld waard! 🙂
–  Waarom ik dit vertel? Het zal 1958 zijn geweest dat de ‘medewerker’ – om ‘knecht’ te zeggen was toen heel normaal – van mijn vader het autootje kocht. Ik mocht een keer met hem meerijden, maar na die keer vond ik het welletjes. Ik vond het helemaal niks!

De Februaristaking (herdenking)


Dit was een publiek protest in 1941 tegen de Jodenvervolging door de Duitse bezetter.

De aanleiding hiervoor waren de razzia’s op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam tegen een groep van ruim 400 Joodse mannen.

De staking was een oproep van de illegale Communistische Partij Nederland.

(De Duitsers (moffen) traden keihard op.)

de_dokwerker

En toch is mij de aanleiding van de staking van destijds (nog steeds) niet duidelijk:
Werd er toen gestaakt voor meer loon?
Of was het een samenloop van omstandigheden?

“Verzet was in Nederland een stuk gewoner dan menigeen dacht.”


Daar ben ik het helemaal mee eens.

In mijn jeugd ben ik door mijn ouders behoorlijk anti-Duits opgevoed.
Er deugde niet één Duitser. Althans niet in de ogen van mijn ouders.

Maar: “Tijden veranderen.”
Een cliché? Dat zal wel, maar ik geloof er wel in.

Ik begreep deze reacties van mijn ouders, maar onvoldoende. Ik ben in die oorlog geboren, maar ik heb er niets van gemerkt. In elk geval niets nadelig. Misschien kwam het daardoor?

Niet alle Nederlandse mensen zaten tijdens WO II in het georganiseerd verzet, maar heel veel Nederlanders deden wel aan het verzet tegen de Duitsers mee!

Daarom spraken mij de conclusies (in de Volkskrant van afgelopen weekend) van Marjan SchSchwegman_foto-Bob-Bronshoff (Mobile)wegman, directeur van het NIOD, ook zo aan.
Volgens haar was meedoen aan het verzet tegen de Duitsers voor veel mensen gedurende de oorlogstijd een deel van het gewone leven, en deden zij iets in het verzet!

Dat deden mijn ouders ook. Ook na die verschrikkelijke oorlog.

Iemand die in het kader van de “Arbeitseinsatz” in nazi-Duitsland in de oorlogsindustrie moest werken, en uit dat land was gevlucht, terug naar Nederland, gaven zij onderdak en werk, en na de oorlog gaven zij een zoon van een NSB’er een kans om verder te komen in het leven, nl. werk, kost en inwoning. Om maar een paar voorbeelden te noemen.

Het waren zaken waarbij zij veel risico liepen, maar toch, zij deden het gewoon.

Inderdaad: in het gewone leven.
En: zelfs met een baby/kleuter (Blogger) in huis.