Rondlopen met een geheim (kv 109)

 


Uit mijn jeugd heb ik twee geheimen onthouden. Vraag mij niet waarom mijn ouders het mij verteld hebben. Er werd mij heus niet alles verteld. Ik weet nog dat mijn moeder een keer tegen mij zei dat ze bang was dat, als er iets mis ging, men (Moffen) mij misschien iets zou willen/kunnen aandoen.

Het ene geheim gaat over de knecht (tegenwoordig: ‘medewerker’?) die mijn vader in dienst heeft genomen. Dat is gebeurd omdat mijn ouders vonden dat de man een kans moest krijgen, ook al was zijn vader een enorm foute NSB’er!
Mijn vader zocht een goede ‘kracht’ voor zijn bedrijf, want hij kon het werk niet alleen meer af.
Mijn ouders vonden ook dat je een kind van ‘foute ouders’ niet mocht afrekenen op hun daden. Aan de andere kant kenden zij het spreekwoord: De appel valt niet ver de boom. Toch hebben zij besloten dat de man kon komen werken met kost en inwoning.

Het ander geheim? Het was oorlog. In de buurt waar we woonden, waren op een nacht wapens ‘gedropped’. De wapens waren voor het verzet bestemd. Twee grote, ronde, blikken ‘trommels’ werden bij ons thuis gebracht. In de schuur, in de ren van het kippenhok, werden ze ‘begraven’. De kippen zouden wel voor de rest zorgen, nl. de grond ‘egaliseren’. Op een dag (bevrijdingsdag?) stonden er een aantal geweren tegen het aanrecht in de keuken. In mijn gedachten zie ik ze daar nog steeds staan.

Hoe het verder is gegaan? Weet ik niet. Ik was toen net geen drie jaar oud.
En waarom ik dit vertel? Het kan geen kwaad meer doen, lijkt mij.

“Verzet was in Nederland een stuk gewoner dan menigeen dacht.”


Daar ben ik het helemaal mee eens.

In mijn jeugd ben ik door mijn ouders behoorlijk anti-Duits opgevoed.
Er deugde niet één Duitser. Althans niet in de ogen van mijn ouders.

Maar: “Tijden veranderen.”
Een cliché? Dat zal wel, maar ik geloof er wel in.

Ik begreep deze reacties van mijn ouders, maar onvoldoende. Ik ben in die oorlog geboren, maar ik heb er niets van gemerkt. In elk geval niets nadelig. Misschien kwam het daardoor?

Niet alle Nederlandse mensen zaten tijdens WO II in het georganiseerd verzet, maar heel veel Nederlanders deden wel aan het verzet tegen de Duitsers mee!

Daarom spraken mij de conclusies (in de Volkskrant van afgelopen weekend) van Marjan SchSchwegman_foto-Bob-Bronshoff (Mobile)wegman, directeur van het NIOD, ook zo aan.
Volgens haar was meedoen aan het verzet tegen de Duitsers voor veel mensen gedurende de oorlogstijd een deel van het gewone leven, en deden zij iets in het verzet!

Dat deden mijn ouders ook. Ook na die verschrikkelijke oorlog.

Iemand die in het kader van de “Arbeitseinsatz” in nazi-Duitsland in de oorlogsindustrie moest werken, en uit dat land was gevlucht, terug naar Nederland, gaven zij onderdak en werk, en na de oorlog gaven zij een zoon van een NSB’er een kans om verder te komen in het leven, nl. werk, kost en inwoning. Om maar een paar voorbeelden te noemen.

Het waren zaken waarbij zij veel risico liepen, maar toch, zij deden het gewoon.

Inderdaad: in het gewone leven.
En: zelfs met een baby/kleuter (Blogger) in huis.