Het moest een keer verteld worden. Dus: daarom!


Dat klinkt dramatisch misschien, maar wees gerust: dat is het niet. Echt niet.
Ik moest er kort geleden weer aan denken. Dus, dacht ik, laat ik het een keer gaan opschrijven!
[Daarom dit verhaaltje. 🙄 ]

“Ik ben als oudste zoon van een smid niet zijn opvolger geworden. Mijn enige broer – een zus heb ik niet gehad – was toen te jong, 17 jaar, maar ik weet zeker dat hij het gedaan zou hebben.

Aan de ‘Hessenweg’, bij de “Potsenhoek”, in A. (De plek is vrijwel onherkenbaar geworden.)

Ik heb de zaak van mijn ouders niet overgenomen, omdat ik de aandrang/ zin niet had, er al vroeg niet voor voelde, zag er mijn toekomst niet in, kortom gezegd: ik vond het beroep waarschijnlijk niet leuk genoeg om te doen.
Mijn broer zou die aanmoediging vast en zeker niet nodig hebben gehad. Dat weet ik zeker. Ik heb hem er weleens naar gevraagd én gezegd dat we in de verkeerde volgorde geboren zijn. Dat mocht ik zó niet van hem zeggen. Toch vind ik dat nog steeds!

Wat ik wel wilde worden, wist ik toen ook niet! Wel wist ik dat ik dát niet wilde. Niet elke dag te hoeven denken: waar ben ik aan begonnen, waar ben ik in terechtgekomen, dit heb ik nooit gewild, enz.

Mijn ouders hebben mij nooit een ‘schuldgevoel‘ proberen aan te praten. Misschien mijn Opa wel een beetje, maar mijn overige familieleden beslist niet! Er zal onder elkaar heus wel over gepraat zijn, maar dat deerde mij niet. Gelukkig niet!

Al ben ik dan geen ondernemer geworden, de fascinatie voor het werk van mijn vader, van mijn ouders, ben ik nooit kwijtgeraakt.

Mijn broer heeft zich wel zeker tot een ‘echte’ ondernemer weten te ontwikkelen. Wel verwonderde hij er zich soms over – bijvoorbeeld wanneer ik hem hielp bij het jaarlijks inventariseren van zijn bedrijf voor de belastingen – dat ik bijna alle namen van de materialen en producten nog wist. Dat gaf mij een goed gevoel als hij dat zei.

Ik was vast en zeker geen goede ondernemer geworden, want ik kon niet handelen en ook niet goed rekenen. Mijn broer was er een kei in!

Ik ben als ’taalmens’ geboren. Het is zoals het is. 😀

Boerenprotesten


Met honderden grote (en dure) trekkers reden de boeren eind 2015 naar Brussel. Ook toen vroeg ik mij af: “Waarom met (zoveel) ‘dikke’ trekkers?”

De meeste boeren wisten het toen ook al wel: “Wij doen ook mee aan de vervuiling en aftakeling van de aarde.”

Maar zijn ze ook bekend met bedrijfsrisico’s?
VAST WEL, denk ik.

Toch zijn ook de boeren NIET eensgezind bezig. Dat waren ze niet in Brussel; ook niet in Den Haag en bij de provinciehuizen.

Wat willen zij precies?
Willen zij het niet weten, waar ze mee bezig zijn?
Houden zij zich maar van de domme?
Wat is het?

Mijn grootvader wist het, denk ik. Hij deed zo nu en dan wel “dom”, want hij was een enorm slimme man. Zo nu en dan was hij zelfs een linkmiegel.

Even iets anders. Nog steeds vraag ik mij af waarom boerenbedrijven anders moeten worden behandeld. Anders dan bijvoorbeeld het landbouwmechanistiebedrijf van mijn vader en mijn broer?

De trekkers in 2015 zien er NU niet veel anders uit. In elk geval zijn ze nog steeds “dik” en agressief.

Ook bij de boeren en de boerenbedrijven gaat het – ik denk: nog steeds – ‘hard tegen hard’ en ‘groot, groter, grootst’.
Wat ik bedoel?

In het gebied waar ik woonde (Salland) was een trekker van ongeveer 80 à 100 pk “dik” genoeg!