Voor stikstofproblemen was er in mijn jeugd niet de nodige aandacht.
Wel was er in die tijd sprake van ruiverkaveling. Kort gezegd: Voor velen was/werd het een regelrechte ramp!
Mijn vader had toen een smederij. Mijn ouders leidden samen het bedrijf. Toen paarden in het boerenbedrijf niet meer nodig waren, moest bijna elke boer plotseling een trekker hebben. Nee, niet zo’n belachelijk grote joekel als je tegenwoordig ziet, maar een trekker met pk’s dat bij het bedrijf en de streek paste.
Niet veel later had bijna elke boer een zwarte auto, een Opel Record, op zijn erf staan.
Zo ging het maar door. Alles moest groter en groter!
Van bedrijfsbeëindiging kon volgens mijn ouders geen sprake zijn. Want van niemand of iemand was steun, of geld, te verwachten. Kort gezegd: mijn ouders hebben alles zelf moeten opknappen (regelen, uitzoeken) !!!
Zo kwam er in de plaats van een smederij een geheel nieuwe werkplaats, maar bijv. ook een winkel. In plaats van smidswerk en het beslaan van paarden werden er trekkers en landbouwmachines verhandeld en gerepareerd. Wie dat niet op tijd deed ging failliet.
Volgens mij is dat nog steeds zo !!!
De naam voor het smidsbedrijf werd ‘omgetoverd’ in landbouwmechanisatiebedrijf.
De ‘vooruitgang’ ging heel snel na de Tweede Wereldoorlog. Niet alleen in Nederland. Ook met de techniek, de uitvindingen, ging het heel snel.
Wat ik eigenlijk zeggen/ beweren wil ???
Dat er vandaag de dag nog steeds sprake is van bedrijfsrisico !!!


