Waarom nu pas? Na meer dan 70 jaar geleden?


Achteraf is het gemakkelijk te zeggen wat er had moeten gebeuren.”
Of zeg het zo:
Je kunt toch niet veranderen wat er is gebeurd.” (Dus ook niet door excuses.)

Wil premier Rutte zijn ‘populariteit’ opvijzelen door nu pas, publiekelijk, namens ‘zijn’ kabinet, excuses aan te bieden voor iets wat al meer dan 70 jaar geleden had moeten gebeuren? Namelijk om te zeggen dat de enorme ellende van toen in het verre Oosten, in Indië dus, NIET had mogen gebeuren?

Natuurlijk klopt het NIET wat er toen is gebeurd. Maar het is wèl gebeurd, en dat was toen al vanaf het begin bekend! Zo ook wat er is gedaan en uitgevoerd in naam van God, of welke godheid of ‘hotemetoot” dan ook !

Wie zich in de geschiedenis van toen heeft verdiept – al is het maar een beetje – die weet tegelijkertijd wat er is gebeurd: het was een smerige, koloniale OORLOG!
Het waren heus geen politionele acties, zoals de Nederlandse politiek het destijds probeerde te ‘verwoorden’. En dat is lange tijd nog gelukt ook!
Te erg voor woorden natuurlijk. Schandalig gewoon!

Maar wat schiet je anno 2022 ermee op om die ‘beerput’ van toen (weer) uitgebreid te gaan openen? Helemaal niks toch zeker.

Wat heb je nu nog aan excuses? Verontschuldigingen? Eerherstel?
En voor wie zijn ze dan bedoeld? Voor wat? Waarvoor? Waarom? Enz.
Excuses komen voor de meesten sowieso te laat.

En: Wie worden er in de excuses van premier Rutte vergeten?
Zijn het de personen, soldaten, enz., die destijds al in Indië woonden, omdat zij er hun baan/ werk hadden te verrichten?
Of gaat het wellicht om de personen en soldaten, enz., die er vrijwillig naar toe zijn gegaan? (Het is toch zeker niet zo dat allen ‘verkeerde’ bedoelingen hebben gehad!?)

Kort gezegd, meneer Rutte, er zijn genoeg vragen voor ‘uw’ kabinet, de regering, die op antwoord wachten.

Zo weet ik dat er personen, soldaten, enz., naar het voormalig Indië zijn gegaan, omdat zij zich kort na WO II ‘bevrijders’ achtten. Sommigen onder hen zullen dat wellicht ook voor het avontuur, misschien zelfs voor voor de ‘kick’, hebben gekozen, en die er, wellicht ook om die reden, een enorme puinhoop van hebben gemaakt. En wel zo’n enorme rotzooi dat de goedwillende mensen, vrijwillige en dienstplichtige soldaten, e.d., er nadien, en misschien wel elke dag, heel veel last, en ja, zelfs een trauma, aan hebben overgehouden.

Maar nogmaals, meneer Rutte: Velen leven al niet meer!


Onderstaande foto komt uit een artikel in ELSEVIER(van 14 juli 2007).
(Dat artikel is bijna 15 jaar geleden geschreven.)

Laat de regering zich richten op tegenwoordige zaken. Op (nare) zaken die nog steeds niet zijn opgelost, maar wel moeten! Er is dus genoeg te doen!

[Ik moest mijn verhaal toch weer even kwijt!]

Oom of ome Cé (nummer 53)


Zijn naam was ‘Gerard’, maar op die leeftijd kon ik de naam niet goed zeggen. Het werd dus “ome of oom Céen dat is eigenlijk altijd zo gebleven.

Hij was misschien wat rechtlijnig, maar eerlijk. Mijn oom behoorde in elk geval niet tot de groep mensen die het zeggen, zelfs toepassen: “Gelijk hebben is wat anders dan gelijk krijgen”.

Of ik hem goed heb gekend? Wel ‘algemeenheden’, maar nauwelijks details.

Zo weet ik niet precies waarom ik die keer naast hem stond – ik zal ongeveer tien jaar zijn geweest? – op de viersprong, buiten het Dorp, voor een groep Ambonezen, die naar een onderkomen, een voormalig ‘interneringskamp’, werd gebracht.
Het schemerende en het was fris toen in de verte een aantal auto’s en vrachtwagens kwam rijden. Dichterbij zagen we dun geklede, donkere vrouwen en kinderen. De mannen droegen warmere kleren. Een aantal kinderen zat bovenop de spullen op de vrachtwagens en zwaaiden vrolijk naar ons. Dat alles maakte diepe indruk op mij. Nadat de ‘stoet’ voorbij was, zijn we naar het Dorp teruggelopen.
Met wat ik nu weet, denk ik dat veel Ambonezen, sinds de komst in Nederland, slecht zijn behandeld. Zeker door de Nederlandse regering.

De laatste keer dat ik telefonisch contact met mijn oom had, was in de tijd dat iemand een boek wilde schrijven over het leven van Dr. Victor E. van Vriesland. De man was druk bezig met het verzamelen van gegevens over hem.
Van Vriesland was bij verschillende mensen ondergedoken geweest. Zo ook een tijdje (eind 1944) bij mijn tante Anne.
Mijn oom werkte in die tijd bij Gemeentewerken∗. Van Vriesland kwam af en toe even bij hem langs om een praatje te maken. Soms ook om even een potje schaak te spelen met mijn oom. Op een dag werden zij ‘opgeschrikt’ door de bezoek van de NSB-burgemeester. De man maakte een opmerking, maar wat precies weet ik niet meer. Na dit voorval verhuisde Van Vriesland naar een ander onderduikadres, geloof ik.
Oom “Cé” belde mij eens op met de vraag wanneer de schrijver een keer bij hem langs kon komen voor een gesprek. “Nu kon het nog,” zei hij. Dat is jammer genoeg nooit gebeurd, omdat de schrijver geen geld meer kreeg van de uitgeverij. Hij moest dus noodgedwongen stoppen met het verzamelen van informatie over Van Vriesland.
Maar of mijn oom het ook goed van mij heeft ‘gehoord’?

(∗ Hiermee ben ik mis. Hij werkte toen op Sociale Zaken. De NSB-burgemeester heette Umbgrove. Van Vriesland noemde zich Ernst van Vliet. Hij heeft de oorlog overleefd en de bevrijding in Dalfsen meegemaakt.)

4000 KNIL-soldaten (Ambonezen) kwamen …


… in 1951, met hun gezinnen, per boot naar (het koude) Nederland.

asturias (Mobile)

Op een zaterdagnamiddag stonden mijn oom, die als militair (vrijwilliger) in Indonesië (toen Nederlandsch-Indië) was geweest, en ik bij een viersprong bij het station te kijken naar een aantal (open) vrachtwagens. Hoeveel wagens er passeerden, weet ik niet meer.

De vrachtwagens waren hoog beladen. Kinderen, die bovenop de lading zaten, zwaaiden vrolijk naar ons.
We zwaaiden terug.

Het was een vreemd gezicht. Verwarrend ook, vond ik. Mijn oom zei, dat het oud-KNIL-militairen met hun gezinnen waren en op weg naar een kamp, vlakbij Ommen (in de buurt van Vilsteren).
Het woord “kamp” klonk mij negatief in de oren.

molukse-woonoorden-kaart (Custom)

Van dat gebeuren herinner ik mij weinig.
Bijvoorbeeld: Waar waren mijn ouders, broertje en tante toen?
Misschien gewoon in het huis van mijn oom en tante?

Mijn oom was anders dan anders, weet ik nog. Niet vrolijk in elk geval. Hij zei: “Wat Nederland met deze mensen heeft gedaan, is een grote schande.”

Of hij het precies zo zei, weet ik niet meer, maar iets dergelijks was het wel.

Ik heb hem er nooit meer iets over horen vertellen, maar ik heb hem er later ook niet naar gevraagd.
Dat had ik wel moeten doen.