Zwemmen vanaf een paar mooie plekjes bij de rivier (nummer 51)

Regelmatig gingen wij, d.w.z. mijn ouders, broer en ik, naar de Vecht bij ‘Stokvisdennen’ om er te zwemmen.
Heel in het begin kreeg ik niet veel mee van wat er gebeurde, omdat ik nog te jong was.

Mijn grootouders en andere familieleden gingen soms mee.
Meestal kwamen we er op de fiets. Wandelend soms ook. Of met de roeiboot. Zelfs een keer met een zeilboot.
Naar een andere, mooie plek gingen we altijd op een zondagmiddag. Met ons vieren. De plek lag vlakbij ‘de Broekhuizen’. De fietsen werden geparkeerd op het erf van de boerderij van een familie die mijn ouders goed kende. De boerderij stond dichtbij de plek en dichtbij een bocht in de rivier. Het was hun ‘land’. Er stond een grote eikenboom. Je kon er zelfs een eindje in de rivier komen door het vele zand dat er lag. Dat kwam door de stroming en de kromming in de rivier. Het was een ‘strandje’ geworden, waar af en toe ook de koeien even kwamen drinken. Soms lagen er koeien te herkauwen in de schaduw van de boom. Een schitterende plek .
Maar om er te komen, moest je goed op de koeienvlaaien letten.

“Liever Meer Banen Dan Meer Bomen”


Erik Ziengs, het Drentse VVD-Tweede Kamerlid, was op enig moment de man met de gevleugelde en ondeugdelijke woorden:
Liever Meer Banen Dan Meer Bomen”.

Hij heeft voor de komende regeerperiode een nieuwe portefeuille gekregen.
Je zult het misschien niet willen geloven, maar hij gaat zich bezighouden met infrastructuur, waterstaat, milieu, bodem, openbaar vervoer, spoor, fietsbeleid, KNMI, leefomgeving en nucleaire veiligheid.

Wat een enorme tegenstelling moet dat voor hem zijn vergeleken met wat hij ruim zeven jaar lang heeft gedaan, namelijk het midden- en kleinbedrijf, want hij komt uit ‘die wereld’ en kent die ‘wereld’ als zijn eigen broekzak.

Ben je ook benieuwd wat hij ervan terecht zal gaan brengen? Misschien denk je ook wel: “Wordt hij de zoveelste VVD’er die denkt dat de kiezers gemakkelijk zand in de ogen kan worden gestrooid?”

“The American Dream”, Amerikaans Realisme


Als ‘Vrienden van het Drents Museum’ kregen wij, mijn vrouw en ik, voor zaterdag, 18 november, van 14.30 tot 17.00 uur, een uitnodiging om te komen kijken naar de nieuwe tentoonstelling ‘The American Dream’.
Het museum noemde het een exclusieve ‘Vriendenpreview’.
We werden ontvangen in een grote, mooie tent voor de ingang van het museum en kregen daar een drankje met een typisch Amerikaans hapje en een Amerikaans optreden. Daarna konden alle ‘vrienden’ als eerste bezoekers de tentoonstelling gaan bekijken.

In een mooie folder las ik dat het Drents Museum in Assen en de Kunsthalle Emden in Duitsland samen de primeur hebben om in Europa een overzicht van het Amerikaans Realisme in de periode 1945 tot heden te laten zien. In totaal zijn er meer dan 200 kunstwerken van Amerikaanse topkunstenaars (als Hopper, Warhol, Andrew Wyeth (mijn favoriet), Neel, Lichtenstein, Roberts, Katz en Close) te zien, waarbij het Drents Museum zich richt op de periode 1945-1965 en de Kunsthalle Emden: 1965 tot heden.

Het is een indrukwekkende tentoonstelling. We gaan zeker nog een keer kijken.

De tentoonstelling is t/m 27 mei 2018.
Meer informatie op
: www.drentsmuseum.nl en www.kunsthalle-emden.de

Tot slot nog een vijftal foto’s:

Twee jeugdverhaaltjes


Het Schooldiploma E (49)

Qua schoolbelevenissen zijn mij de klassen vijf en zes van de lagere school het langst bijgebleven. Op beide sportdagen, waaraan meer lagere scholen meededen, behaalde ik een E-diploma. Ik was er apetrots op! Met balgooien (met een grote en kleine bal), hardlopen en hoog- en verspringen kreeg ik het Schooldiploma E.
Mijn moeder borg deze goed op. Zij deed ze in de lade van de kast waarin zij de ‘kleuter- en lagere schoolspullen’ bewaarde.
Toen ik haar een tijd later vroeg of zij de beide diploma’s nog had, kon zij ze nergens meer vinden. Zeer waarschijnlijk zijn de diploma’s bij een schoonmaak of een verhuizing verdwenen.

Een ‘ongelukje’ (50)

Enorm veel pijn had ik na de val op het ijzeren hek rondom het schoolplein van de lagere school. De jongens op ‘mijn’ school vonden het een uitdaging om te proberen wie het langst over de bovenste buis van het hek te kunnen lopen. Meestal gebeurde er dan niet veel bijzonders.
Ik deed soms mee en was die keer bijna tot het eind van het hek gekomen, toen mijn voet weggleed. Ik kon niet op tijd van het hek springen en kwam op de bovenste stang terecht. Tegen een wel heel gevoelige plek. Mijn ‘klok-en-hamerspel’, mijn ‘zaakje’: beurs!
Hoe ik ben thuisgekomen ben? Ik weet het echt niet meer.

Vroeger was alles beter


Onzin natuurlijk.

Vroeger was heus niet alles beter. Al beweert Maarten van Rossem dat. ?
De mooie, leuke en fijne dingen onthoud je meestal wel; graag zelfs.
De lelijke, nare en wanhopige dingen NIET, want die wil je liefst zo snel mogelijk vergeten.

Vaak lukt dat ook wel.

Gelukkig maar!