Mijn interesse voor BZV is nul,nul


Om er over mee te kunnen praten heb ik anderhalf tv-programma van ‘Boer zoekt vrouw’ gevolgd. Samen met mijn vrouw. Daarna wisten we het wel: wat een flauwekulprogramma. Echt zonde van de tijd.

Maarten van Rossem zegt het zo. Volgens hem is het programma BZV van een onbeschrijfelijke, hemeltergende stupiditeit.

We hadden voor het kijken twee vragen, waarop we geen antwoord wisten, nl.:
1. Hoe het kan dat Boer zoekt vrouw zo enorm populair is?
2. Heeft Maarten gelijk?

Ja, dus!

Acda en De Munnik


Toen ik hun lied ‘Ik ben mezelf niet of nooit geweest’ weer eens op de radio hoorde, deden die woorden aan mijzelf denken. ?

Ik moet eerst zeggen dat het helemaal niets met mijn partner heeft te maken. Ook niet met de seksbeleving. Wat dan wel?
Al jaren zit er een bepaalde onrust in mij. Een opgejaagd gevoel, lijkt het wel, maar Ik kan het niet nader omschrijven; ook ik heb er geen verklaring voor. Af en toe merkt mijn partner het wel (op), maar dat heeft gelukkig nooit tot iets vervelends tussen ons geleid.
Weet jij eigenlijk wel wat echt genieten is?’, merkt zij soms op. Wat het woord ‘genieten’ betekent, weet ik heus wel, maar hoe je het werkelijk beleeft? Dat is voor mij nog steeds een open vraag.

Ik zeg dus niet dat ik van alles – dus alles wat ik tot nu toe heb gedaan en meegemaakt – NIET heb genoten, maar dat ik echt van iets heb kunnen genieten, is op een hand te tellen.

Dus? Mijn conclusie:
Het zal wel aan mij liggen.
En:
Het is zoals het is. Het beste er samen van zien te maken; gewoon doorgaan met ademhalen.

Even samen (weer) op pad


Met de bedoeling om te fietsen in de natuur en (het oude) Nijmegen wandelend te ‘ontdekken’.

Maar eerst naar Ooij. Vanuit dit dorp gaan we fietsend richting en langs de Waal. We kwamen in de Ooijpolder, de Millingerwaard, Milligen a/d Rijn, op het pontje (vanwege de lage waterstand nog niet uit de vaart), Pannerden en weer terug. Het is mooi weer, behoorlijk warm, maar door de wind is het fietsen goed te doen. In totaal fietsen we deze dag ongeveer 60 km.

Deze dag gaan we op de fiets naar de Hortus in Nijmegen. Om er te komen moeten we eerst flink klimmen. We zien in de Hortus een aantal bijzondere planten en bomen. Het is een mooie, rustige plek, maar we denken wel dat de Hortus in het voorjaar op z’n best is. Deze dag fietsen we 30 km.

Met de bus gaan we van Ooij naar het centrum van Nijmegen. We lopen door het Kronenburgerpark naar de Stevenskerk. Op de Grote Markt is het (gezellig) markt. (We lezen er: ‘Als je niks te doen hebt, doe het dan niet hier‘.) We lopen langs de kramen en kraampjes naar de Synagoge, de Commanderie van St. Jan, het Waaggebouw, door de lange winkelstraat naar het Joris Ivensplein. Daarna gaan we terug naar het station, voor de bus naar Ooij.

Vandaag huiswaarts. We rijden via het mooiste museum & beeldenpark in Nederland, namelijk het Kröller-Müller Museum in het Nationale Park ‘De Hoge Veluwe’, voor de tentoonstelling ‘Als kunst je lief is’. We zien o.a. de 80 belangrijke aanwinsten van 40 verschillende Nederlandse musea. Het is een prachtige tentoonstelling, en op initiatief van de Vereniging Rembrandt georganiseerd.

 

De spiegel moet niet in de wc hangen (kv 120)

Dat zei mijn moeder eens. Waarom zij dat zei, zal ik proberen te vertellen.
–  Zij had ons een keer een spiegel gegeven om in de hal op te hangen. Maar omdat er al één hing, hebben we de spiegel in de wc opgehangen. Eerlijk gezegd vonden wij de spiegel niet in de hal ‘passen’. Toen zij een keer op bezoek was en zij ‘haar’ spiegel in de wc zag, vond zij dat helemaal niet leuk. Dat zei zij dus ook, want zij had de goede gewoonte om geen blad voor de mond te nemen. [Dat zal ik dan wel van haar hebben. ?]
–  We hebben de spiegel uit de toiletruimte gehaald en zolang ergens opgeborgen. Toen zij weer was vertrokken hebben we de spiegel weer op dezelfde plek opgehangen. Dat leek ons toch de beste oplossing. Zij heeft er nooit meer iets van gezegd.

Tandpastalachebekken en -bekjes


Je ziet steeds meer, dus vaker, mensen met blinkendwitte tanden.
Vreselijk gewoon.
Onwerkelijk, niet normaal meer. In- en intriest.

Hoe komt dat zo opeens? Is dat om graag op te willen vallen? Is het opnieuw een ordinair modeverschijnsel?

Zo zijn er in het dagelijks taalgebruik ook plotseling woorden die ‘in’ zijn. Zo hoor en lees je tegenwoordig vaak het woord ‘bizar’.

Het gaat vanzelf wel weer over, denk ik dan maar.
Tot het moment dat er weer iets nieuws is bedacht natuurlijk. ?

Eindelijk erkenning van het Sallands (Nedersaksisch) als streektaal


Dat werd ook tijd.

In de krant was te lezen dat het Nedersaksisch officieel als streektaal is erkend. Dat betekent ook dat het Nedersaksisch niet langer kan worden gezien als een minderwaardig dialect, maar als een volwaardige taal.

Ook las ik dat het Nedersaksisch is ontstaan uit het Nederduits, dat in Westfalen en Nedersaksen werd gesproken, en dat het Standaardnederlands is voortgekomen uit Hollandse dialecten. Beide zijn voortgekomen uit het Germaans.

Het Nedersaksisch taalgebied loopt van Oost-Nederland via Noordoost-Duitsland tot aan Denemarken!
In Nederland bestaan – al jaren – Nedersaksische varianten, nl. Drents, Twents, Veluws, Sallands, Achterhoeks, Gronings, Urks en Stellingwerfs.

Maar ook in het gebied waar Sallands wordt gesproken bestaan tal van taalverschillen. Als oud-Dalfsenaar spreek ik het Sallands bijna dagelijks nog. Niet tegen iedereen.

In o.a. Nieuwleusen en Heino worden andere woorden gebruikt dan in Dalfsen. Zelfs dichterbij Dalfsen worden verschillende woorden gebruikt. Met Oudleusen bijvoorbeeld is er al verschil in het gebruik van woorden.

In het verhaal in de krant wordt door een oud-fabrieksdirecteur gezegd dat het dialect de taal van het werkvolk was. Onzin. Ik herinner mij een klant van mijn ouders die eens tegen mij zei toen ik hem in het Hollands antwoordde: ‘Ie wilt zeker burgemeester word’n.

Ik herinner mij nog iets anders. Samen met mijn vrouw heb ik eens de ‘Groene Kustweg’ gereden, tot boven in Denemarken. Een prachtige route. Een grote belevenis.

Het gebeurde ergens in het Noorden van Duitsland – ik geloof op de terugweg – bij een pont, dat ik met Sallands naar de overgangstijden en de kosten vroeg. Het was geen enkel probleem. Men sprak er Plattdeutsch, of gewoon Platt.

Erkenning van het Nedersaksisch als taal is natuurlijk fijn/mooi, maar hoe nu verder? ?

Zolang het maar niks gaat kosten zeker!