Tandpastalachebekken en -bekjes


Je ziet steeds meer, dus vaker, mensen met blinkendwitte tanden.
Vreselijk gewoon.
Onwerkelijk, niet normaal meer. In- en intriest.

Hoe komt dat zo opeens? Is dat om graag op te willen vallen? Is het opnieuw een ordinair modeverschijnsel?

Zo zijn er in het dagelijks taalgebruik ook plotseling woorden die ‘in’ zijn. Zo hoor en lees je tegenwoordig vaak het woord ‘bizar’.

Het gaat vanzelf wel weer over, denk ik dan maar.
Tot het moment dat er weer iets nieuws is bedacht natuurlijk. ?

Zijn spleetjes “uit”?


Nee, ik bedoel niet het spleetje tussen de voortanden en ook niet de bilspleet van de stratenmaker.

Bij Jinek is af en toe geen spleetje te zien.
Nou moet ik wel zeggen dat ik haar talkshows toch al niet interessant vind.
“Wel haar (te) blonde en gladde voorhoofd?” “Nee, ook niet. Zij ziet er mij te “gelikt” uit!”

Bij Dione de Graaff was het spleetje (nog) wel te zien.
Tijdens het commentaar bij de onlangs gehouden shorttrackwedstrijden was dat een opvallend gegeven. In de studio van NOS-sport gebeurde het, geloof ik.
De ogen van de medepresentator – zijn naam ben ik vergeten – dwaalden steeds af naar dat “spleetje”.

Terug naar het Victoriaans tijdperk hoeft van mij ook niet.

Het zal wel een modeverschijnsel zijn: aandachttrekkerij en willen opvallen.

MAAR Gelukkig doet Dione de Graaff het stukken beter dan Mart Smeets.