Busconductrice (kv 100)


Als we een dagje naar Zwolle – meestal voor de tandarts – gingen, dan reisden mijn moeder, broer en ik met de Sallandbus. We hoefden niet ver te lopen, want de bushalte stond vlakbij ons huis.
–  In de trein was een conducteur, maar in de bus een conductrice. Toch ‘verdween’ zij op een bepaald moment uit beeld. ‘Te duur geworden?
–  In de trein zag je later ook een conductrice. Soms kwamen de conducteur en de conductrice tegelijk om de kaartjes te controleren en te knippen.
–  Maar er was meer. Bij de busconductrice moest je een kaartje kopen. Zij kwam ook controleren. Later moest de buschauffeur dat werk erbij doen. Er zijn dus veel leuke en bijzondere dingen verdwenen. Zo hoorde ik dat er af en toe een romance was ontstaan tussen een buschauffeur en een busconductrice. Je zag dan opeens een ander gezicht in de bus.
–  Een romance! Een liefdesband op de werkvloer.

Ruziën (kv 99)


Slechts af en toe en vrijwel altijd met dezelfde buurkinderen. Waarom? Misschien omdat we op een andere school zaten? Geen idee eigenlijk. Maar gelukkig gebeurde het zelden. Ik heb altijd een enorme hekel aan ruzie gehad. Ruziënde en ruziezoekende mensen heb ik nooit begrepen.

Ook deze ruzie begon opeens. Zomaar. Wij, mijn broer en ik, stonden aan de ene kant en de twee broertjes met hun twee zusjes aan de andere kant van de ‘Hoevenweg’. De vier stonden op het zanderig gedeelte van het schoolplein en wij in ‘onze tuin’. We zagen op dat moment geen enkel gevaar.
–  Ik kon al ver gooien. Op de grond zag ik een ‘zeilsteentje’. Zo’n steentje, waarmee je lang over het water kon ‘zeilen’. Ik raapte het steentje op en zeilde hem weg. Maar even later: een kreet. M.a.w.: raak. Het viertal rende weg. We hadden ‘gewonnen’. Mijn broer en ik liepen naar binnen.
–  De volgende dag zag ik dat één van de jongens een grote pleister boven zijn rechteroog had. Toen ik hem vroeg waarom dat was, zei hij dat hij een steentje tegen het hoofd had gekregen. Ik schrok behoorlijk. Het had nog veel slechter kunnen aflopen.

[Het gooien met stenen naar iemand heb ik daarna nooit meer gedaan!]

Oranjegekte


Nederland doet jammer genoeg dit jaar niet mee aan de WK-voetbal, maar hoeft zich deze keer niet druk te maken over de vraag of het Nederlands elftal wel mee moet doen aan het toernooi in het Rusland van Poetin. Voor het eerst sinds jaren zullen de in oranje uitgedoste fans thuis voor de tv zitten.
–  Toch is het zo dat de oranje-gekte niet is begonnen bij de voetbal, maar in het tijdperk Ard en Keessie. Schenk en Verkerk. Toen hesen de fans zich massaal in het oranje. In Deventer kleurden – volgens Bob Spaak – de tribunes van de kunstijsbaan oranje, omdat de schaatsgekke toeschouwers in het oranje was gehuld. Zelfs was het zo dat in allerijl oranje mutsen uit Noorwegen moesten komen, omdat die in Nederland niet werden gemaakt!
–  In 1974 kwam tijdens het WK-voetbalduel tussen Nederland en Uruguay in Hannover de Oranjekoorts meer op gang. Maar in 1988 is de Oranjegekte een nationaal levensritme geworden.
–  Bijna elk sportevenement, van handbal tot hockey, kent tegenwoordig z’n toeschouwers met oranje shirts, petten, dassen, kazen, en wat dies meer zij.

Een Messerschmitt (kv 98)


Het was, werkelijk waar, een auto. Wel een bijzonder gemotoriseerd ‘karretje’, maar meer een ‘driewieler’ voor twee personen. Het leek wel een beetje op een vliegtuigje, maar dan zonder vleugels en een staart. De kap was van plexiglas en moest worden opengeklapt als je erin wilde stappen. En je moest achterelkaar (gaan) zitten. Er was ook geen, of nauwelijks, ruimte voor bagage, geloof ik. Je mocht blij zijn als de zon niet scheen, want anders werd het binnen smoorheet. Het was ook een lawaaiig ‘ding’ en je rook af en toe zelfs uitlaatgas. Een bijzonder autootje dus, maar dat autootje is nu wel heel veel geld waard! 🙂
–  Waarom ik dit vertel? Het zal 1958 zijn geweest dat de ‘medewerker’ – om ‘knecht’ te zeggen was toen heel normaal – van mijn vader het autootje kocht. Ik mocht een keer met hem meerijden, maar na die keer vond ik het welletjes. Ik vond het helemaal niks!

‘Kraantjes’ en ‘spaarpotjes’ in het korenveld (kv 97)


Met een stel buurkinderen – van ongeveer dezelfde leeftijd; ik zal acht of negen jaar oud zijn geweest – kroop ik door het roggeveld. We dachten dat niemand ons zag, maar dat was niet zo. Een boer wist wel dat het bewegen van de korenaren niet normaal was.
–  Iemand in het groepje hoorde een verdacht geluid. Het was het geluid van iemand die ons achternazat! We renden zo snel we konden uit het korenveld. Toen we ver genoeg waren, zagen we de eigenaar middenin zijn korenveld staan. Hij schreeuwde iets, maar we konden niet verstaan wat. Wel was duidelijk dat hij kwaad was.
–  ’s Middags was ik weer met dat groepje bij het begin van het paadje in het korenveld. Er was niemand te zien, dus kropen we achter elkaar het roggeveld weer in. Ongeveer in het midden van het korenveld gingen we in een kringetje zitten. Er werd wat zenuwachtig gegiecheld en gegniffeld, en toen deden we wat was afgesproken. De ‘kraantjes’ en ‘spaarpotjes’ werden bekeken. Wat spannend leek, stelde nauwelijks iets voor. Was dat het dan? We zijn weer naar de ‘uitgang’ gekropen en naar huis gegaan.
–  Het gebeurde werd vergeten, maar door het schrijven van de kv’s (lees: korte verhaaltjes) moest ik weer aan dit voorval denken.