Nakomelingen van ‘foute ouders/Nederlanders’


Stel, je bent een kind van (bijvoorbeeld) NSB-ers, die geen daders zijn/ waren, maar meelopers, volgers van verkeerde ideeën/denkbeelden; van personen die toevallig, misschien ook door stommiteit, voor deze en andere bewegingen hebben gekozen.

Misschien ook dit: Niet uit overtuiging, maar denkend voor het ‘goede’ te hebben gekozen.

Ik ken namen van dergelijke kinderen. Persoonlijk had ik altijd al een beetje medelijden met deze personen; nog steeds, want het mag toch niet zo zijn dat zij worden gestraft voor daden, ideeën van hun ouders en/of grootouders. Zo ben ik opgevoed!

Het is volgens mij juist prima, en nodig, dat (bijvoorbeeld) oorlogsarchieven (dus ook: digitaal) PAS mogen opengaan als openheid, eerlijkheid en zorgvuldigheid gewaarborgd zijn!

Waarom? Gewoon, omdat de samenleving recht heeft op een goede en juiste toepassing van de privacy(-regels)!

Openheid, eerlijkheid en zorgvuldigheid zijn dus onmisbaar! Er passen geen achterdocht, angst, enz., in of bij!

Wie (beslist) wil ‘neuzen‘ – ook al is het uit nieuwsgierigheid – moet maar naar de studiezaal van, of het Nationale Archief in Den Haag (af)reizen!

Dus zeg ik hier:
punt, uit en basta!

“Ik heb een poos geen eekhoorns in de tuin gezien.”


Dat vroeg Ally mij onlangs. Zij zei ook: ”Ik heb de twee eekhoorns lange tijd niet meer gezien.”

Afgelopen zondag gebeurde het! Zij had het nog maar nauwelijks gezegd, of er stond warempel een eekhoorn, met een bijna zwarte pluimstaart, bovenop de omheining van onze tuin.

Je gelooft het misschien niet als je dit leest, maar toch is het echt waar!

Gekscherend zei ik: “Misschien is de makelaar wéér in de buurt?” Zij begreep direct wat ik bedoelde. (Tenslotte heeft een goed verstaander maar weinig woorden nodig.)

Wat we vervolgens zagen gebeuren:

De eekhoorn trippelde snel over de rand van de omheining, deed met een voorpootje het (houten) dekseltje van het voederhuisje omhoog, haalde er iets uit – we konden niet zien wat -, ging daarna vlug verder, klom op het afdakje van de buren, keek rond, keerde zich om en verdween, via dezelfde rand terug, tussen het groen van de grote eik die vlak naast de omheining staat.

(Dit alles duurde slechts 2 à 3 minuten!)

‘Kraantjes’ en ‘spaarpotjes’ in het korenveld (kv 97)


Met een stel buurkinderen – van ongeveer dezelfde leeftijd; ik zal acht of negen jaar oud zijn geweest – kroop ik door het roggeveld. We dachten dat niemand ons zag, maar dat was niet zo. Een boer wist wel dat het bewegen van de korenaren niet normaal was.
–  Iemand in het groepje hoorde een verdacht geluid. Het was het geluid van iemand die ons achternazat! We renden zo snel we konden uit het korenveld. Toen we ver genoeg waren, zagen we de eigenaar middenin zijn korenveld staan. Hij schreeuwde iets, maar we konden niet verstaan wat. Wel was duidelijk dat hij kwaad was.
–  ’s Middags was ik weer met dat groepje bij het begin van het paadje in het korenveld. Er was niemand te zien, dus kropen we achter elkaar het roggeveld weer in. Ongeveer in het midden van het korenveld gingen we in een kringetje zitten. Er werd wat zenuwachtig gegiecheld en gegniffeld, en toen deden we wat was afgesproken. De ‘kraantjes’ en ‘spaarpotjes’ werden bekeken. Wat spannend leek, stelde nauwelijks iets voor. Was dat het dan? We zijn weer naar de ‘uitgang’ gekropen en naar huis gegaan.
–  Het gebeurde werd vergeten, maar door het schrijven van de kv’s (lees: korte verhaaltjes) moest ik weer aan dit voorval denken.