Het laatste potje bramenjam


Toen na de bramenpluk en de voorbereidingen alle jampotjes door mijn vrouw waren gevuld, en je ziet dan het resultaat, dan denk je heus niet direct aan het laatste jampotje met bramenjam.

Toch hebben we genoten van de zelfgemaakte jam en er kennissen en bekenden ook een plezier mee gedaan, maar we zullen het nu voorlopig met deze ‘Elf’ moeten doen:

Bramen

Twee emmers

Geplukt in Marwijksoord

Het laatste potje jam

Op

 

Biologische Rinse Appelstroop


Natuurlijk had ik het al lang moeten weten, maar ik heb steeds gedacht dat ‘Rinse’ een merknaam is. Net als bijvoorbeeld ‘Venz’.

Onlangs corrigeerde mijn vrouw mij, want zij zei dat ‘rins’ een ander woord is voor ‘zuur, zuurachtig’.
Het is dus gewoon een bijvoeglijk naamwoord. Nooit geweten. Echt niet!
Toch zit ik wel zo in elkaar dat ik het ‘zeker’ wil weten. Dus snel even gekeken in de ‘Dikke van Dale’. En daar lees ik het. Ik ben overtuigd. ?

Toch klinkt het woord ‘biologisch’ mij – nog steeds – overdreven in de oren.
En het is een cliché natuurlijk, maar:

Martien, je bent nooit te oud om te leren.

Even een ‘blauwe maandag’ wachten

De dagen beginnen langer te worden. Dat is al te merken. Niet zolang geleden begon het om vier ’s middags al donker te worden. Nog even wachten dus.

Op de scheurkalender staat vandaag iets over Blue Monday als de meest deprimerende dag van het jaar te lezen. Ik kende die betekenis niet. Niks ‘depri’. Trouwens: wie zit er nou op dat Engelse gedoe te wachten!? Zeker na ‘Brexit’.

Wel ken ik de uitdrukking: een blauwe maandag. Wat ‘kort’ betekent, geloof ik. Bijvoorbeeld: hij heeft er maar ‘een blauwe maandag’ gewerkt. Hij is er maar kort geweest.
Dus: er zijn ‘blauwe maandagen’ genoeg te bedenken!

Amerikaans Realisme in Assen en Emden


Trump zal zich wel nooit in Assen laten zien, denk ik. Ook de nieuwe ambassadeur van Amerika, Pete (‘Jandoedel’) Kooistra, niet. Ik denk, omdat beiden geen kunstliefhebbers zijn. Maar ik kan het mis hebben.

Gisteren (11 jan. 2018) ben ik voor de tweede keer naar het Drents Museum in Assen geweest voor de expositie ‘The American Dream’. Het was weer indrukwekkend om de verschillende werken en sculpturen te zien. Gelukkig was het niet druk. Mijn vrouw en ik konden de naoorlogse Amerikaans realistische kunst dus rustig bekijken. Het is heel bijzonder hoe de kunstenaars naar zichzelf kijken en hun land, Amerika: Elvis Presley, Vietnam, Irak, Kennedy, de ruimtevaart, het milieu, New York, Marilyn Monroe, het platteland, de strijd tussen blank en zwart, de drugs, de armoede, enz., enz.

Ik ga óók naar de tentoonstelling in Kunsthalle Emden in Duitsland. Mijn vrouw en ik zijn benieuwd wat daar te zien zal zijn.

             

Waar heeft het mee te maken?


  1. Graag kijk ik naar het tv-programma ‘De slimste mens’. Mijn vrouw ook. Toch denk ik wel eens: ‘Hoe bestaat het, dat je daar geen antwoord op weet.’ Vaak denk ik dat na het stellen van de meest simpele vragen. Geldt misschien hier: ‘Andere tijden?’ Algemene kennis hoeft niet meer? (Afijn, zo weet ik niets van rappers, hiphop, disco, en meer van dat soort muziek. ]
  2. De Nederlandse vlag in de Tweede Kamer! Wat een (Amerikaanse) gekkigheid! Nog zoiets geks: het Nederlandse volkslied kennen en zingen. En: alle leerlingen moeten een keer naar het Rijksmuseum. (Maar waarom is er geen EU-vlag in de Tweede Kamer?)
  3. Tweespalt tussen de Randstad en de rest van Nederland bestaat al jaren. Misschien al eeuwen. Ik hoor de laatste tijd regelmatig het woord ‘wingewest’ noemen. Dat is ook al jaren zo. Voorbeelden genoeg! Maar men kan blijkbaar wel blijven roepen, schrijven en op van alles en nog wat stemmen, maar er verandert nauwelijks iets, of niet genoeg. Ik ben benieuwd wat minister Wiebes (VVD) op korte termijn wel kan bewerkstelligen. (Misschien wordt het tijd dat het Noorden in opstand komt?)

Een stoomwals (nummer 63)


Mijn broer moest weer naar Engeland. Deze keer naar Carlisle en een plaatsje in de buurt van Salisbury. Hij vroeg of ik een paar dagen met hem mee kon gaan. Dan konden wij om beurten rijden en de nieuwe autotelefoon uitproberen. Er zal ook wel weer ‘gejakkerd’ moeten worden, dacht ik, maar samen op stap gaan was wel gezellig.
–  Vanaf de veerboot in Harwich was het te ver om in één keer naar Carlisle te rijden. We overnachtten eerst in Stratford-upon-Avon. De volgende dag reden we vroeg over de snelweg naar Carlisle. Op een bedrijfsterrein bij Carlisle keurde mijn broer een aantal tractoren, sprak daarna met de eigenaar, waarna we naar het zuiden reden. In de buurt van Salisbury wist mijn broer een B&B. Hij was er eerder geweest. De eigenaar was een gewezen vliegenier. Hij kon goed koken. Het avondeten was inderdaad heerlijk.
–  Niet ver van de B&B moest mijn broer bij twee zaken langs. Terwijl hij met de eigenaar van het eerste bedrijf sprak, keek ik in een schuur naar de bijzondere hobby van de man: een grote trekker met een enorme motor, een vliegtuigmotor, een Rolls-Royce! Ergens in die schuur stond nog zo’n motor. Hij had met die trekker al heel wat prijzen gewonnen. ‘Ook op het ‘vasteland’’, zei hij met een grijns.
–  Op het terrein van het tweede en laatste adres stond een schitterend mooie, prima onderhouden stoomwals. De stoomwals was zijn grootste passie, beweerde de eigenaar. Je moet misschien wel in Engeland zijn opgegroeid om het te kunnen begrijpen: de eigenaar van de wals deed in de zomer mee aan wegwedstrijden! Meestal in het zuiden van Engeland.

Terug in Nederland blijf ik steeds aan deze bijzonderheden denken. Nu dus ook maar eens opgeschreven!