Mijn oma en Canasta (nummer 59)


Mijn vrouw en ik woonden in hetzelfde dorp als mijn grootouders. Je kon mijn opa en oma geen groter plezier doen, dan bij hen thuis ‘Canasta’ te spelen. Zo af en toe deden we dat dus ook.

Als we binnenkwamen lag er al een groen ‘kaartkleedje’ op de tafel en een bakje van plastic voor de speelkaarten. Ook stonden er de koffiekopjes met een schoteltje voor een plak koek, of iets dergelijks.

Het was duidelijk genoeg. Mijn oma kon nauwelijks wachten om Canasta te gaan spelen. Het liefst zou zij direct met het kaartspel beginnen, zodra wij er waren. Mijn vrouw en oma speelden samen tegen opa en mij. Als je haar hoorde ‘snuiven’ dan had zij goede kaarten. Mijn opa deelde meestal de kaarten en noteerde de punten. Gewoonlijk speelden we twee potjes Canasta op een avond. Het was altijd gezellig.

Stom (nummer 58)


Er stonden een paar tentjes toen we met de auto en de Kip-caravan, een tweepersoons, over het kampeerterrein reden, op zoek naar een mooi plekje.
–  Bij de tentjes stonden een paar fietsen. Verder zagen we daar twee volwassenen en een paar jonge kinderen. Een jongen en een meisje.
–  Nadat we een plekje hadden gevonden, stapten we uit de auto. We hoorden het meisje duidelijk zeggen: “Mamma, jij vindt een caravan toch stom?” Het bleef heel stil. Wij keken elkaar grijnzend aan.

Verhuizen met een ponywagen (nummer 57)


En met een pony als ‘trekpaard’.
–  De allereerste keer ben ik met een pony en een ponywagen met spullen naar ons eerste huis gereden, maar ik ben er niet gekomen.
–  We hadden van de gemeente een woning toegewezen gekregen en konden gaan trouwen. Dat was zo de gewoonte in die tijd. We hadden al heel wat spullen voor het nieuwe huis gekocht en ‘opgeslagen’ op de zolder van de woning van de ouders.
–  Nu was het dan zover om deze dingen van de zolders te halen en ze een plek geven in het ‘eigen’ huis. We mochten de pony en de ponywagen van mijn grootvader gebruiken. De pony werd ingespannen en daar ging het met de (eerste) lading. Maar de pony was zo onhandelbaar dat ik niet eens bij het huis ben gekomen. Wel in het weiland waar hij normaal gesproken liep. Het beest wilde niet meer voor- of achteruit! Ik heb de pony uitgespannen en in ‘zijn weiland’ achtergelaten. Met de ponywagen achter mij aan ben ik naar de nieuwe woning gelopen. Zo zijn alle spullen opgehaald. ?

‘RK-kerk betaalt 30 miljoen aan slachtoffers misbruik’


Deze ‘kop’ staat boven een bijna halve pagina in de krant (de VK) van vandaag, maar nergens in het stuk is ook maar iets over de daders te lezen.

Wat is er met hen gebeurd? Zijn ze overgeplaatst? (Om nog meer ellende te veroorzaken?) Zijn deze ‘engelen’ naar IJsland ‘verbannen’?

Kardinaal Eijk: ‘De kerk bevindt zich niet in een florissante toestand, maar we hebben het kunnen dragen.’
(Het gaat dus over geld!)

Is geld (ook bij de RK-kerk) belangrijker dan de slachtoffers?

‘Water van Keulen’ en het ‘Duftmuseum’ in Keulen


Zelf ben ik nooit in dat museum geweest, maar Maarten van Rossem wel. Tenminste dat beweert hij op de scheurkalender.
Hij noemt het museum ‘een vrij achterlijk museumpje’. Ook zegt hij, dat hij nooit meer iemand heeft gezien die iets met eau de cologne deed.

Ik wel. Maar of het een veilige manier is? Volgens mij niet. Het is wel goed bedacht.
Ook denk ik dat er niet veel mensen zijn die weten wat ‘4711’ is en betekent, en dus niet weten hoe de geur is.
Dan kan ik je snel ‘uit de brand helpen’: het ruikt heel smerig! ?

Dit is wat ik zag op de camping bij Berlijn: