Mijn oma en Canasta (nummer 59)


Mijn vrouw en ik woonden in hetzelfde dorp als mijn grootouders. Je kon mijn opa en oma geen groter plezier doen, dan bij hen thuis ‘Canasta’ te spelen. Zo af en toe deden we dat dus ook.

Als we binnenkwamen lag er al een groen ‘kaartkleedje’ op de tafel en een bakje van plastic voor de speelkaarten. Ook stonden er de koffiekopjes met een schoteltje voor een plak koek, of iets dergelijks.

Het was duidelijk genoeg. Mijn oma kon nauwelijks wachten om Canasta te gaan spelen. Het liefst zou zij direct met het kaartspel beginnen, zodra wij er waren. Mijn vrouw en oma speelden samen tegen opa en mij. Als je haar hoorde ‘snuiven’ dan had zij goede kaarten. Mijn opa deelde meestal de kaarten en noteerde de punten. Gewoonlijk speelden we twee potjes Canasta op een avond. Het was altijd gezellig.