kijk ik naar het gezicht
van de liefste onbekende
met wie ik lang samen ben
vraag ik mij vaak weer af
wie ze is en is geweest
al die tijd vanbinnen
welke gevoel heeft zij
gekregen bij de dingen
die we hebben beleefd
deelde zij met mij wat
ik jaren ben vergeten
waar zijn de dagen gebleven
dat we alleen samen waren
toen we dachten aan elkaar
als wie we lief zouden krijgen
boven alle anderen in de tijd
na een halve eeuw
weet ik niet wie zij is
ken mezelf niet eens
zou ik zonder haar
een ander zijn
vraag ik me af
(Uit: Momentaan –
Jaap Tempelman, Beilen



