Familie van mij?


Of het familie van mij is? Ik weet het echt niet.
Hoe ik erbij kom om dat te denken weet ik ook niet.

Waarom ik het dan vertel? Misschien omdat zij – zij was ongehuwd, oud en heel erg doof – een groot gehoorapparaat aan haar oor hield om beter te kunnen horen.

Of dat apparaat ook hielp weet ik ook niet.

Eigenlijk ken ik alleen maar deze situatie: haar verschijning (een klein vrouwtje), het wonderlijke, koperen gehoorapparaat, dat zij in de deuropening van haar kleine woning stond en een smid als buurman. Dat alles heeft mij aan het schrijven van deze bijdrage gebracht.

[Maar omdat ik graag wilde weten, of de bewuste dame toch familie van mij was, heb ik een mailtje gestuurd naar de Historische Kring Dalfsen. Ik vond het geweldig om bericht op 27-11-2018 te ontvangen. Dit was de inhoud van het bericht:

Geachte heer Tempelman, beste Martien,

De dove mevrouw met het ouderwetse gehoorapparaat heette Trijntje Dorenbos. Zij woonde in de voorkamer van de fam. Leeuwenkuijl aan de Zwolseweg nr. 3. Vlakbij smid Veldhuis.
Ze zat vaak voor het raam van haar kamer. Kinderen uit de buurt kregen wel eens een snoepje van haar.

Met vriendelijke groet,

Joke Wesselink

Historische Kring Dalfsen
werkgroep Genealogie]

Zij is dus geen familie van mij.

Waterpokken (kv 91)


Met ons drieën keken wij door het raam van de slaapkamer van mijn broer en mij naar het grote paasvuur in het weiland dat net werd aangestoken. Mijn moeder keek ook, maar waar mijn vader was? Waarschijnlijk was hij in de smederij aan het werk.
–  Van mijn moeder moest ik een trui aantrekken, omdat er mouwen aan zaten. Waarom? Omdat ik de waterpokken had. Zij was ‘bang’ dat ik mij zou gaan krabben, als de waterpokken jeukten. Daarom moest ik een ‘beschermende’ trui aan, was haar uitleg.
–  Wat ik mij nog meer herinner? Het was een mooi en groot vuur, met veel rook. Minder leuk was de jeuk van de waterpokken in de veel te warme trui.