Met ons drieën keken wij door het raam van de slaapkamer van mijn broer en mij naar het grote paasvuur in het weiland dat net werd aangestoken. Mijn moeder keek ook, maar waar mijn vader was? Waarschijnlijk was hij in de smederij aan het werk.
– Van mijn moeder moest ik een trui aantrekken, omdat er mouwen aan zaten. Waarom? Omdat ik de waterpokken had. Zij was ‘bang’ dat ik mij zou gaan krabben, als de waterpokken jeukten. Daarom moest ik een ‘beschermende’ trui aan, was haar uitleg.
– Wat ik mij nog meer herinner? Het was een mooi en groot vuur, met veel rook. Minder leuk was de jeuk van de waterpokken in de veel te warme trui.