Je hoort tegenwoordig nauwelijks meer iemand echt fluiten.
Vanmorgen hoorde ik het tijdens het sneeuw- en ijsvrij maken van de auto, terwijl mijn partner bezig was met het vegen van de oprit en het trottoir.
‘Toevallig’ zul je denken?
Het fluitgeluid kwam van iemand die op dit ogenblik bezig is met herstelwerkzaamheden, o.i.d., in de woning naast ons.
Hij kwam naar buiten om gereedschap uit zijn ‘bedrijfsbusje’ te halen.
Ik maakte er een opmerking over, waarna de man vriendelijk begon te grijnzen.
Het deed ons beiden goed: het buiten zijn, zijn gefluit te horen en het reageren.
Maar ik dacht iets later toch ook:
“De wereld is nog niet (helemaal) verloren.”


