“Morgenrood, water in de sloot; avondrood, mooi weer aan boord.”
Vanmorgen, om ongeveer kwart over acht, was het volgende hier in D. te zien.
Het moet hier toch wel even gezegd worden: Aan de de rand van de stad D.
Maar, binnen circa vijf minuten was het natuurverschijnsel helemaal verdwenen!

Morgen rood geeft ‘s avonds water in de sloot. ‘s avonds rood morgen mooi weer aan boord.
Zo zeiden we het eerder.