VERDRAAGZAAMHEID


Jaarlijks is zestien november – vandaag dus ook – de ‘Internationale Dag van de Verdraagzaamheid’. Maar helpt zo’n (speciale, bijzondere) dag eigenlijk wel?

Verdraagzaamheid is ver te zoeken. Ook in deze tijd. Misschien is – in het algemeen gesproken dan – de media toch de hoofdschuldige. Waarom is goed nieuws nog steeds geen nieuws? Dat is moeilijk te begrijpen.

Volgens Maarten van Rossem zijn de meeste hufters autochtone Nederlanders.
Al dat (hufter)gedoe over Zwarte Piet is hemeltergend. Wat weten de jonge kinderen – zij die in Sint en Piet geloven – eigenlijk over discriminatie?

En dan nog iets. Laten de volwassenen, dat wil zeggen de ouders van de kinderen die denken het allemaal zo goed te weten zeker, èn niet te vergeten de scholen, deze ‘materie’ maar eens en vooral goed ‘uitdiepen’, en daarbij bedenken dat Sint en zijn Zwarte Piet geen zwart-wit-kwestie is, maar een kinderfeest. En dat was het, is het en dat moet ook zo blijven. Democratie is een kostbaar iets, maar een kleine minderheid moet daarin NIET de meerderheid kunnen opleggen!

Een (te zwarte?) kijk op ….


  • Laten we het Sinterklaasfeest (lees: kinderfeest) maar direct afschaffen. Al dat misselijkmakend gedoe en gezeur over Zwarte Piet! Het is kinderen echt niet uit te leggen. Het verpest de goede bedoelingen van dat feest. Een kinderfeest met alleen een Sint kan ook niet. (Waar bemoeien die volwassenen zich mee. Zij die de hetze tegen Zwarte Piet zijn begonnen, en ook nog steunen, moesten zich de ogen uit de kop schamen.)
  • Politici bedonderen hun kiezers telkens weer. Het zijn huichelachtige mensen. Vast niet alle politici, maar je hoort hen niet of nauwelijks. In elk geval te weinig. (Wat zo vreemd is? Zij worden steeds maar gekozen of herkozen. Onbegrijpelijk.)
  • Behalve de vluchtelingen moeten alle ‘veiligelanders’ (een nieuw woord voor personen die geen recht hebben op asiel?) – en liefst zo snel mogelijk – het land worden uitgezet. (Het maakt niet uit op welke manier dat gebeurt. Als het maar snel is.)
  • Israël en Palestina: dat is water en vuur, Koran tegen OT, dezelfde God. (Dat wordt dus nooit wat! Gerdi Verbeet zei zonder voorbeelden te geven: ‘Er zijn nog te veel anti-Joodse incidenten in Nederland.’)
  • Wat hadden Trump en zijn etalagepop, Melanie, zondag in Parijs te zoeken? Was het eigen belang? Een verplicht nummer? (Er waren meer van dat soort mensen bij de herdenking aanwezig, bijvoorbeeld Poetin en Erdogan.)
  • Formule-1 in Zandvoort of in Assen? (Een duidelijk antwoord? ZANDVOORT. Dan prins Bernhard ook rustig slapen. Maar het beste zou zijn: helemaal geen snelheidsduivels en herriemakers in Nederland.)

De Zwarte Pieten-discussie zal binnenkort wel weer in alle hevigheid losbarsten, maar …


ik ga er niet aan meedoen, want voor mij was en is het gewoon ‘voor Zwarte Piet‘spelen’. Niet meer en niet minder. Van mij mag hij blijven, omdat het een kinderfeest is en zo moet blijven.

‘Voor Zwarte Piet spelen’ (Verhaaltjes, nummer 31)

Mijn vader had een landbouwmechanisatiebedrijf.  Hij was aangesloten bij de plaatselijke handelsvereniging. De leden waren verplicht mee te doen aan jaarlijkse evenementen in het dorp, zoals het sinterklaasfeest. Hij had zich opgegeven om “voor Zwarte Piet te spelen” en vroeg mij, of ik ook mee wilde doen. Een schoolvriend, die in het dorp woonde, deed ook mee.

Op een zaterdag in november zat ik bij mijn vader achterop de brommer. Hij reed naar een boerderij ten zuiden van het dorp, vlakbij de (Overijsselse) Vecht. De deelnemers zouden elkaar op de deel van de boerderij ontmoeten. Sint en een paar Zwarte Pieten waren er al.
Mijn vader en ik werden geschminkt. Onze gezichten werden zwart gemaakt met een smerig, vettig goedje. De lippen werden met ‘rood spul’ ingesmeerd. Daarna moesten we Zwarte Piet-kleren aantrekken.
Opeens hoorden we iemand spreken. Hij stond midden op de deel. Het was Sint, maar half aangekleed en met zijn staf in de hand. Hij sprak plechtig tegen de koeien voor hem. Het leek wel of hij al op het bordes van het gemeentehuis stond. Lachen natuurlijk.

Toen iedereen was geschminkt en aangekleed liepen we naar de boot in de Vecht. Iedereen ging aan boord. De boot vertrok richting de brug bij het dorp. De eigenaar van de boot liet af en toe de hoorn even goed horen. Na de bocht in de rivier zagen we de kinderen en volwassenen op de kade en de brug staan.

Op het bordes voor het gemeentehuis werden Sint en zijn Pieten welkom geheten door de burgemeester en een wethouder. Sint maakte eerst een praatje. Na de toespraak van de burgemeester, en nadat de kinderen een paar liedjes hadden gezongen, ging iedereen op pad. Dat wil zeggen: de politie voorop, dan de muziekkorps, de burgemeester en de wethouder in de eerste auto en daarna de Sint op ‘zijn’ schimmel. Tot slot kwam de ‘bezemauto’ met de voorraad snoepjes en pepernoten voor de Zwarte Pieten om te kunnen ‘strooien’.
Af en toe drukte ik een opdringerige jongen in de heg. Dat hielp maar even, maar ik kon hardlopen en sprong over heggetjes en hekjes. Zo raakte ik ‘lastposten’ snel kwijt. Het was leuk om de kinderen iets te geven.
Aan het einde van de route stond een lange boerenwagen langs de kant van de weg. Op die wagen moesten de Pieten gaan staan en elk kind die passeerde een zakje met fruit en snoep meegeven.

Nadat het laatste kind iets had gekregen, was de ‘intocht van Sinterklaas’ voorbij en konden Sint en zijn Pieten naar de boot. De boot bracht ons terug naar de boerderij, waar we werden afgeschminkt, en waar we ons konden wassen en omkleden.
Er werd nog wat nagebabbeld en we kregen ook nog een hapje en een drankje. Mijn vader en ik namen afscheid en gingen toen naar huis.

Het jaar daarop was de laatste keer dat ik heb meegedaan aan het sinterklaasfeest, dat wil zeggen als ‘Zwarte Piet’.

Begint dat ‘Zwarte Pieten-gezanik’ nu alweer?


Bij de Jumbo schijnt vandaag iets nieuws bedacht te zijn:
geen Sint en geen Piet meer laten zien!

Met Olaf Tempelman ben ik het eens:
‘Elk tijdperk kent zijn eigen Piet.’

verlanglijstje-small

Mijn verlanglijstje uit 1950

In mijn ‘sinterklaasperiode’ – zeg maar: van 1950 tot 1956 – was je een beetje ‘bang’ voor Sint en Piet.
‘Bang’ dat je met de roe zou krijgen. ‘Bang’ dat je mee naar Spanje moest. ‘Bang’wanneer je bij Sint moest komen. ‘Bang’ om wat je van hem te horen zou krijgen.
Het was een spannende tijd.

Je kreeg hooguit één cadeau, maar je was maar wat blij dat alles weer snel voorbij was.
Trouwens, je was alles ook zo weer vergeten en speelde je met iets dat je af en toe aan Sint deed denken.

De commerciële markt is er (later) flink op ingesprongen! En zal dat ook wel blijven doen, tenminste als een ‘nieuwe’ Zwarte Piet algemeen wordt erkend in Nederland.

Dat Zwarte Piet opeens (sinds 2013?) als aanstootgevend, ja zelfs als racistisch moet worden beschouwd, kan en wil er bij mij niet in.
Wie verzint/ zegt/ vindt dat nou? Om dat te vinden zou bij mij niet zijn opgekomen.

Zo ben ik niet opgevoed. Mijn kinderen en kleinkinderen ook niet. Gelukkig niet!
Sint en Piet horen er gewoon bij. Het is een ‘kinderfeest’. Ook ouderen geven elkaar sinterklaascadeautjes.

Ik laat mij het ‘sinterklaasfeest’, deze mooie traditie, niet afnemen. Door niemand.
Zelf heb ik twee keer voor Zwarte Piet gespeeld. Meer om mijn vader een plezier te doen. Maar ik heb er nooit spijt van gekregen.
Ook had ik er toen geen bepaalde gedachte bij om het niet te doen. Het was gewoon leuk!

Als de donkere mensen onder ons dat ‘kinderfeest’ niet willen of kunnen vieren, dan vieren ze dat feest toch mooi niet! Lijkt mij simpel.
Leven en laten leven’ is volgens mij beter, dan je in ‘Zwarte Piet-kampen’ opstellen.