Sint en Piet MOETEN ook een mondkapje OP?

Niet om vervelend te doen, maar moeten Sint en Piet ook een mondkapje dragen? Volgens de kenners maakt het niets of NAUWELIJKS WAT uit!

Om met de woorden van Dieuwertje Blok te spreken:

Sint en Piet zonder een mondkapje is gewoon niet van deze tijd. Bovendien maakt het kinderen niet veel uit of ze nou wel of niet door Sint en/of Piet in hun gezicht gehoest worden, als zij maar hun cadeautjes krijgen.”

(Dieuwertje Blok weet wel waar Abraham de mosterd haalt. Zij kent de klappen van de zweep!)

Pepernoten, chocoladeletters, wortels, hooi, Sinterklaasliedjes, Sint, en natuurlijk ook …


Zwarte Piet. Jawel, hij of zij!

Ik vind het een zeer moeilijk onderwerp geworden. Vanaf het moment dat het gezeur begon.
Hoezo?

Omdat ik in mijn geboorteplaats ooit twee keer als Zwarte Piet heb meegedaan! Ook al heeft mijn vader mij toen gevraagd dat te gaan doen, heb ik er nu last van gekregen! Niet normaal, zul je zeggen?

Zwarte Piet is door een minderheid ‘zwart gemaakt’, ‘misvormd’. 🙂 Er kan blijkbaar alleen nog maar negatief over hem of haar worden gedacht en gesproken. Het is een discussie door volwassenen geworden, terwijl het een kinderfeest is! De media doet (jammer genoeg) volop mee!

Ik snap best dat er mensen zijn die zich door Zwarte Piet gekwetst kunnen voelen, maar bij mij is NOOIT de gedachte opgekomen om deze mensen met de figuur van Zwarte Piet dwars te (gaan) zitten, te kwetsen, of te discrimineren.

Voor mij is Zwarte Piet altijd iemand geweest die bij een Nederlandse traditie hoort. Anders was ik beslist niet, zeg maar ‘nooit’, Zwarte Piet geworden.

Het volgende vind ik (nog steeds):

Zwarte Piet hoort bij het ‘sinterklaasfeest’!

Zwarte Piet hoort bij het ‘kinderfeest’!

Dat moet blijven !!!

NB: Voor mij mag Zwarte Piet best een ander ‘figuur’ worden, als de kleur op zijn gezicht maar zwart is en door alle kinderen wordt erkend en geaccepteerd.

VERDRAAGZAAMHEID


Jaarlijks is zestien november – vandaag dus ook – de ‘Internationale Dag van de Verdraagzaamheid’. Maar helpt zo’n (speciale, bijzondere) dag eigenlijk wel?

Verdraagzaamheid is ver te zoeken. Ook in deze tijd. Misschien is – in het algemeen gesproken dan – de media toch de hoofdschuldige. Waarom is goed nieuws nog steeds geen nieuws? Dat is moeilijk te begrijpen.

Volgens Maarten van Rossem zijn de meeste hufters autochtone Nederlanders.
Al dat (hufter)gedoe over Zwarte Piet is hemeltergend. Wat weten de jonge kinderen – zij die in Sint en Piet geloven – eigenlijk over discriminatie?

En dan nog iets. Laten de volwassenen, dat wil zeggen de ouders van de kinderen die denken het allemaal zo goed te weten zeker, èn niet te vergeten de scholen, deze ‘materie’ maar eens en vooral goed ‘uitdiepen’, en daarbij bedenken dat Sint en zijn Zwarte Piet geen zwart-wit-kwestie is, maar een kinderfeest. En dat was het, is het en dat moet ook zo blijven. Democratie is een kostbaar iets, maar een kleine minderheid moet daarin NIET de meerderheid kunnen opleggen!

Sint-Maarten, Sint en Piet en Foekepotten


Toen ik in Zuidoost-Groningen woonde, werd op 11 november Sint-Maarten ‘gevierd’.
Onze kinderen zijn met dat ‘feest’ en Sinterklaas opgegroeid. Natuurlijk ook met Zwarte Piet, waar nog steeds dat ‘irritante gemekker en gekwetter’ over is.
Op de basisschool, waar zij toen zaten, werd gelukkig aandacht aan deze ‘feesten’ besteed. Prachtig toch!? “Prima, niks mis mee”, zeg ik dan.
Ik heb altijd gedacht dat Sint-Maarten een ‘Gronings feest’ is, maar dat is dus niet zo. Waar we nu wonen wordt Sint-Maarten ook gevierd, al moet ik zeggen dat we in al die jaren maar één keer kinderen aan de deur hebben gehad.
Gelukkig geen Halloween-gedoe!
Bij Sint-Maarten droegen de meeste kinderen een lampion (“Elf november is de dag, dat mijn lichtje branden mag.”), die ze op hun school hadden gemaakt, of van thuis hadden meegenomen. En ze hadden een grote plastic zak bij zich om al het gekregen snoepgoed in op te kunnen bergen.
Zelf heb ik ooit aan foekepotten gedaan.

 Een echte ‘foekepotte’, met een (gedroogde) varkensblaas van slagerij Zweerts. 🙂

Foekepotterij bestaat dat nog? Wordt deze traditie nog steeds in ere gehouden op de ‘Vastenavond’, de dinsdag voor Aswoensdag, de laatste dag van carnaval? Komen er dan kinderen verkleed aan de deur met een echte foekepot en/of een paar potdeksels? En zingen ze dan het liedje: “Foekepotterij, foekepotterij, geef mij een centje, dan ga ik voorbij. Ik heb geen geld om brood te kopen, daarom moet ik met de foekepotte lopen?”
Als beloning kreeg je iets lekkers. Meestal wat geld voor in de spaarpot, maar soms ook een kippenei, of een sinaasappel.
Het was een leuk ‘feest’, vond ik, totdat het buurmeisje met mijn ons (mijn broer en ik) mee ‘moest’ langs een aantal deuren in de buurt.

De Zwarte Pieten-discussie zal binnenkort wel weer in alle hevigheid losbarsten, maar …


ik ga er niet aan meedoen, want voor mij was en is het gewoon ‘voor Zwarte Piet‘spelen’. Niet meer en niet minder. Van mij mag hij blijven, omdat het een kinderfeest is en zo moet blijven.

‘Voor Zwarte Piet spelen’ (Verhaaltjes, nummer 31)

Mijn vader had een landbouwmechanisatiebedrijf.  Hij was aangesloten bij de plaatselijke handelsvereniging. De leden waren verplicht mee te doen aan jaarlijkse evenementen in het dorp, zoals het sinterklaasfeest. Hij had zich opgegeven om “voor Zwarte Piet te spelen” en vroeg mij, of ik ook mee wilde doen. Een schoolvriend, die in het dorp woonde, deed ook mee.

Op een zaterdag in november zat ik bij mijn vader achterop de brommer. Hij reed naar een boerderij ten zuiden van het dorp, vlakbij de (Overijsselse) Vecht. De deelnemers zouden elkaar op de deel van de boerderij ontmoeten. Sint en een paar Zwarte Pieten waren er al.
Mijn vader en ik werden geschminkt. Onze gezichten werden zwart gemaakt met een smerig, vettig goedje. De lippen werden met ‘rood spul’ ingesmeerd. Daarna moesten we Zwarte Piet-kleren aantrekken.
Opeens hoorden we iemand spreken. Hij stond midden op de deel. Het was Sint, maar half aangekleed en met zijn staf in de hand. Hij sprak plechtig tegen de koeien voor hem. Het leek wel of hij al op het bordes van het gemeentehuis stond. Lachen natuurlijk.

Toen iedereen was geschminkt en aangekleed liepen we naar de boot in de Vecht. Iedereen ging aan boord. De boot vertrok richting de brug bij het dorp. De eigenaar van de boot liet af en toe de hoorn even goed horen. Na de bocht in de rivier zagen we de kinderen en volwassenen op de kade en de brug staan.

Op het bordes voor het gemeentehuis werden Sint en zijn Pieten welkom geheten door de burgemeester en een wethouder. Sint maakte eerst een praatje. Na de toespraak van de burgemeester, en nadat de kinderen een paar liedjes hadden gezongen, ging iedereen op pad. Dat wil zeggen: de politie voorop, dan de muziekkorps, de burgemeester en de wethouder in de eerste auto en daarna de Sint op ‘zijn’ schimmel. Tot slot kwam de ‘bezemauto’ met de voorraad snoepjes en pepernoten voor de Zwarte Pieten om te kunnen ‘strooien’.
Af en toe drukte ik een opdringerige jongen in de heg. Dat hielp maar even, maar ik kon hardlopen en sprong over heggetjes en hekjes. Zo raakte ik ‘lastposten’ snel kwijt. Het was leuk om de kinderen iets te geven.
Aan het einde van de route stond een lange boerenwagen langs de kant van de weg. Op die wagen moesten de Pieten gaan staan en elk kind die passeerde een zakje met fruit en snoep meegeven.

Nadat het laatste kind iets had gekregen, was de ‘intocht van Sinterklaas’ voorbij en konden Sint en zijn Pieten naar de boot. De boot bracht ons terug naar de boerderij, waar we werden afgeschminkt, en waar we ons konden wassen en omkleden.
Er werd nog wat nagebabbeld en we kregen ook nog een hapje en een drankje. Mijn vader en ik namen afscheid en gingen toen naar huis.

Het jaar daarop was de laatste keer dat ik heb meegedaan aan het sinterklaasfeest, dat wil zeggen als ‘Zwarte Piet’.