Wat ik NIET zal missen!?

Dat zal ik hier vertellen.

Ik vind, en ook vond, de zin van het begroeten met drie kussen (de zgn. ‘drieklapper’) – al vanaf het begin een ‘gedwongen’ iets. Anders gezegd: een rare, onbegrijpelijke gewoonte. Het heeft lang genoeg geduurd.

Eindelijk wordt mijn visie, mijn volhouden, mijn koppigheid, beloond met de constatering, dat na de coronacrisis deze begroeting in de prullenbak kan worden gegooid.

Eindelijk, want ik vind één kus (meer dan) genoeg, en elkaar een hand geven: gewoon, normaal.

Volgens de krant wil niemand ‘de driekussenbegroeting‘ nog langer.

Dat zou heel fijn zijn. En ook:

Hiep, hiep, hoera!

“Hoofdbedekking? Waar heb je het over!”


Inderdaad, ‘andere tijden’.

Tot het Tweede Vaticaans Concilie was het vrouwen verplicht hoofdbedekking te dragen in een katholieke kerk. En dan heb ik het alleen nog maar over de katholieke kerk.

Op de ‘Bijbelbult’, bij vooral de conservatieve christelijke groepen, zie je zondags nog allerlei soorten hoeden, hoedjes en sjaals.

audrey-hepburn

Het gebod vindt zijn oorsprong in I Korintiërs 11:5-6 (“Iedere vrouw, die blootshoofds bidt of profeteert, doet haar hoofd schande aan…”).

De hoofddoek als symbool van kuisheid in de christelijke traditie is nu nog wel te zien in bruids- en eerstecommuniekleding?
“Je kunt dan wel zeggen ‘Daar heb ik geen boodschap aan’, maar dat (een hoofdbedekking dus) was TOEN heel gewoon.”