‘Het Nijenhuis’ en ‘Groot Paar’ (144)

Voor de zoveelste keer waren we bij een van de best bewaard gebleven havezaten in Overijssel, nl. het Nijenhuis bij Heino. Deze keer voor het vervolg van de expositie ‘de Europa Zomerexpo’ van het Museum de Fundatie in Zwolle.

Fijn rustig was het bij de tweede locatie van het ‘Museum de Fundatie’ ( www.museumdefundatie.nl ).

De havezate wordt steevast kasteel genoemd. ‘Kasteel’ zal wel beter klinken, want anders snap ik het niet.

Afijn, naar Salland dus. Maar waarom Dalfsen niet meer in Salland ligt, is voor mij ook een raadsel. Daarom zeg ik altijd maar dat Dalfsen bij Salland hoort. Wie de naam Vechtdal ooit heeft verzonnen? Het zal wel met commercie te maken hebben; weer met dat beroerde geld dus!

Natuurlijk moesten we naar de beeldentuin. Met name naar het beeld “Groot Paar’ van Mario Negri, waarover zoveel te doen is geweest. Het bronzen beeld heeft ook nog nummer dertien (13) in de (mooie en uitgebreide) folder gekregen! 🙂

Zo stond het beeld op 3-7-2012 (fout dus)

Het beeld anno juli 2019

Met de veerpont is altijd een belevenis. Deze keer was het de veerpont over de IJssel bij Wijhe. Daarna is het nog een klein stukje rijden naar de havezate. 🙂

Langs de noordrand van de Veluwe (143)


Deze dag een fietstocht van 40 km. Een mooie rit, maar we kwamen ook langs campings, chalets en grote buitenhuizen. Het was – bijna overal – veel drukker geworden. Om fijn naast elkaar te fietsen was er niet of nauwelijks meer bij.

In het hart van Harderwijk waren we niet eerder geweest. Ook niet in het Museum Marius van Dokkum (www.mariusvandokkummuseum.nl). We zagen er naast humorvolle schilderijen ook ander werk van hem. Een aantal schilderijen vond ik net zo goed als een Helmantel. In de vertolking van humor in zijn werk is Van Dokkum – de schilder was ook in het museum – onovertrefbaar.

Op de terugweg reden we langs het Beekhuizerzand. ‘De foto (hieronder) lijkt Sahara-achtig’ appte een goede bekende. Door het Leuvenumse Bos reden we weer naar Hulshorst.

Na wat we in Harderwijk zagen doen, keek ik af en toe ook even naar de eiken, die we passeerden, maar gelukkig was er geen eikenprocessierups te bekennen! Wel zag ik af en toe een waarschuwingslint.

Er is meer nodig voor de Nederlandse taal

Er is veel aandacht nodig voor de Nederlandse TAAL. 

Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Dat besef is er bij mij altijd geweest! Dus blijf ik mijn ‘stinkende’ best doen, want Nederlands is en blijft mijn eigen taal.

Zeker, een moeilijke taal! Maar het is een kwestie van volhouden.

Toch nog drie opmerkingen:

  1. Wat je soms leest, is om te huilen.
  2. Let op dat je geen ENGELS in je “moerstaal” gebruikt (zeker niet als het echt NIET nodig is).
  3. Als een vreemde taal NIET nodig is, waarom zou je die taal dan gebruiken?

Liefdesslotjes (142)

‘Lovelockers’, maar ik vind het woord ‘liefdesslotjes’ toch beter, en mooier klinken.

Je ziet de slotjes op bijna alle bruggen hangen. Is zo’n slotje een ‘hype’ geworden? Een nieuw liefdesbegrip? Het lijkt erop.

We zagen de slotjes voor het eerst in Florence. Er hingen op de brug daar nog niet veel liefdesslotjes. Later zagen we ze aan een brug in Santiago de Compostella en weer later aan een brug over de Seine in Parijs. Aan die brug kon nauwelijks nog een slotje bij!

Zoals bij elke ‘hype’ zal ook deze ‘lol’ wel weer verdwijnen.

Even lachen


De eerste keer dat ik de mop hoorde, was in de tv-serie ‘Jiskefet’.
In elke aflevering van Jiskefet komt Herman Koch de kantoorruimte binnen, met een aktetas, hangt zijn jasje aan de kapstok, gaat achter zijn bureau zitten en begint (op onnavolgbare wijze) dan een mop te vertellen. Kees Prins, die al achter zijn bureau zit, is toehoorder en reageert hilarisch op deze mop:

Ik stond net op de tramhalte, stond er naast mij een ontzettend lelijke vrouw met een papegaai op haar schouder. Ze zei: “Als jij kan raden welk dier dit is, mag je met me naar bed”. Ik antwoordde: “Een olifant!”, “Nou”, zegt ze, “dat reken ik ook goed.”