Een bruine kikker in de (onze) vijver.
(Vorig jaar om deze tijd waren ze al ‘druk bezig’.)
Maandelijks archief: maart 2018
Vogeleieren sparen (nummer 71)
Je verzint het niet! Vogeleieren sparen kan echt niet meer. Ook toen eigenlijk niet, maar het werd ‘gewoon’ gevonden, denk ik.
– Er werd ook geruild. Net als bij het verzamelen van postzegels. Zo had ik een paar eieren die hij, mijn buurjongen, heel graag wilde hebben. Hij had ook wel ruilexemplaren, maar er was niet één ei bij die ik niet had.
– Op een dag kwam hij mij ‘opzoeken’ en zei dat hij graag een ei wilde ruilen. Ik ging mee naar zijn huis en nam alleen de verzameling ‘ruileieren’ mee. Jammer genoeg had ik niet het boekje ‘Wat is dat voor een ei’’ van mijn vader bij me. Het ei dat hij liet zien, had ik nog nooit eerder gezien. Het was een behoorlijk ei, lichtbruin van kleur en het leek verdacht veel op een kippenei. Dat zei ik maar niet hardop. Hij zei dat het een buizerdei was. In ruil voor dat ei koos hij een ei in mijn ruilverzameling uit.
– Veel later ontmoetten wij elkaar. Het gesprek kwam op het sparen van vogeleieren, op hoe dat wel kon gebeuren en ook op dat ‘vreemde’ ei. Ik zei hem dat ik er niet was achtergekomen van welke vogel het ei was. Hij vertelde dat het een ei van een krielkip was, dat een nacht in een kopje met thee had gelegen en dat het zo de bruine kleur had gekregen. Ik kon er wel om lachen, maar als ik het toen had geweten!!!
Pietje doet zo vrolijk (kv 70)
In verband met een (zoveelste) reis van mijn moeder zouden wij, mijn vrouw en ik, op de parkiet passen. Het vogeltje zat in een mooie, flinke kooi, dus was het geen probleem om de vogel mee te nemen om hem bij ons thuis te kunnen verzorgen.
Maar …
Vlak voordat mijn moeder terugkwam van haar (zoveelste) reis ging de parkiet dood! Het bleek dat het vogeltje een kopervergiftiging had opgelopen. Het diertje had – waarschijnlijk door de stress – aan de elektriciteitsdraad, waarmee het voerbakje aan de kooi was vastgemaakt, geknabbeld.
Ik belde met het adres waar zij de parkiet had gekregen en vertelde wat er was gebeurd. Ik kon wel een andere parkiet komen halen. Ze zou er toch niets van merken, was de opmerking.
Een prima idee!
Toen mijn moeder weer thuis was, en wij een keer bij haar waren, merkte zij op dat de parkiet zo “vrolijk” was en deed. Waarop ik antwoordde, dat de parkiet vast heel blij was dat zij weer thuis was!
Waar maken wij ons (dan wel) druk over?
- De dieren in de Oostvaardersplassen. [Alleen nog Schotse hooglanders erin; weg met de konikpaarden, heckrunderen, herten en doe-het-zelvers (de zielige bijvoerders).];
- Verwarde personen. (Opeens waren deze woorden in de mode. Sinds 2012, denk ik, want dat is het jaar, waarin psychiatrische- en verslavingspatiënten aan hun lot werden overgelaten. Bij wie ligt de meer dan schandalige schuld? Bij de mensen die we hebben gekozen!);
- Houtstoken. (Veel mensen hebben last van de rook van houtkachels. We hebben er zelf ook aan meegedaan. Eigenlijk zonder erbij na te denken.);
- Assad. (Wat die man allemaal uitspookt in Syrië is meer dan barbaars. Dat hij nog steeds aan de macht is, snap ik niet. Het is in elk geval niet normaal! En wat doet Europa (inclusief Nederland en andere, egoïstische landen?)tegen het ‘afslachten’ van onschuldige mensen?);
- Hans Alders. (Welke verantwoordelijke instantie heeft die man aangesteld? Hij heeft van het Schipholgebeuren een enorme puinhoop gemaakt. Wat kan Groningen dan van deze man verwachten? Nog meer ellende?);
- De verdwenen Nederlandse oorlogsschepen in de Javazee. (Een familielid zal maar op één van die schepen hebben gezeten. De schending van de oorlogsgraven met beschermende status in de verdwenen drie Nederlandse oorlogsschepen op de bodem van de Javazee is héél fout en onvergeeflijk. Laat advocate Liesbeth Zegveld zich hiervoor ook maar inzetten!)
- IJsfluisteraars. (Een nieuw woord? Het vriest een week en sommige personen gaan het onbetrouwbare ijs al op. Als er iets mis gaat, moeten ze zelfs gered worden. Onverantwoord. Of is het: eigen schuld, dikke bult?)
Zijn de mestkevers er nu wel geweest?
Verven en schilderen (nummer 69)
Ik heb er wat afgeverfd en -geschilderd! Zowel binnen- als buitenshuis. Maar ook dat gaf mij niet de gewenste rust. Het zal wel aan ‘de aard van het beestje’ liggen.
– Als ik het huis buitenom schilderde, had ik dikwijls gezelschap van ‘Tim’, onze rode kat. ‘Tom’, onze zwarte kat met witte sokjes, was meestal in de buurt van mijn vrouw te vinden.
– Tim kon zelf de trap, die ik tegen de stelling had gezet, opklimmen en ging dan lekker languit liggen spinnen en naar mij kijken. Hij keek ‘lodderig’ naar mijn bezigheden. Op zijn ‘kattenrust’ was ik weleens jaloers. De kat keek met een blik in zijn ogen, alsof hij zeggen wilde: ’Waarom maak jij je zo druk?’ Als ik klaar was met verven, moest ik hem de trap afhelpen. (De foto maakt het wel duidelijk, denk ik.)


