“Stilstand is achteruitgang” (No. 52)


Dat dachten en zeiden mijn ouders ook regelmatig.

Voor de derde keer was er een verbouwing van het mechanisatiebedrijf geweest. De winkel was weer vergroot, er kwam een nieuwe werkplaats en een magazijnplaats. Voor de nieuwe knecht – er was ook toen niets mis met die naam – werd een woning gebouwd. Om er te wonen moest hij een billijke huurprijs betalen.

Toen de openingsdag kwam, kregen mijn ouders het die dag extra druk, maar dat hoorde erbij vonden zij. ‘Iedereen’ kwam kijken. Ook uit nieuwsgierigheid misschien?
Ook kwamen er mensen die je liever niet zag, maar ja,  je bent ondernemer of niet!

Ik herinner mij iemand aan wie ik een enorme hekel had. Dat was misschien ook wel wederkerig. Ik vond hem ‘een kwal van een vent’. Hij praatte en vroeg ‘honderduit’ en was af en toe vol lof, maar je voelde gewoon – ik voor 99,9 % –  dat hij er niks van meende. Hij wilde het gewoon weten om het zelf te kunnen gebruiken!

Mijn gedachten over hem zaten er niet ver naast, want hij begon kort daarna ook met een mechanisatiebedrijf.
Wel op een heel slinkse manier, maar ik hoop toch dat ik het mis heb!