Nee, het heeft niks, maar dan ook helemaal niks te maken met een hoelahoep. Wel met een ijzeren hoepel, een wielband.
– Af en toe maakte mijn vader een ijzeren band om een houten wagenwiel. Ik heb dat een paar keer zien gebeuren. Bij de eerste keer was hij alleen bezig, maar bij de tweede keer hielp zijn medewerker hem bij het zware werk, want alleen was “een beetje moeilijk”.
– Eerst maakte hij het smidsvuur aan en bevestigde hij een paar grote ijzeren klemmen bij het smidsvuur. Vervolgens zette hij een paar emmers met water buiten bij de grote molensteen. [De molensteen had hij aangeschaft, omdat de as van het wagenwiel in het gat in de molensteen paste, maar ook omdat hij gemakkelijker de gloeiendhete, ijzeren wielband om het wagenwiel kon slaan.]
– Uit het rek met de soorten ijzerstrips en buizen pakte hij de juiste strip. In de werkplaats zaagde hij er een stuk van af en maakte dat gloeiend heet in het smidsvuur. Hoe het verder ging, weet ik niet precies meer. Wel weet ik dat hij de ronde, hete wielband met behulp van een paar grote tangen naar de molensteen bracht, op het houten wiel legde en de band er met een grote hamer omheen sloeg. Daarna goot hij water over de wielband om te koelen, wat een sissend geluid gaf. Door het afkoelen kwam de wielband strak om het wagenwiel. Daarna was het werk klaar.
Tag archieven: smidswerk
Kachelpijpen, elleboogpijpen en dakgoten (kv 96)
Mijn vader maakte ze en kon ze repareren ook. Met verwondering en bewondering keek ik altijd toe als hij bezig was. Soms maakte hij nieuwe dakgoten voor personen die in een ‘burgerwoning’ woonden. Maar dat gebeurde weinig. Aan de boerderijen in de buurt zaten geen dakgoten. In elk geval niet in de omgeving waar ik woonde.
– Kachel- en elleboogpijpen maken was echt ‘een ander verhaal’. Vrijwel altijd maakte en plaatste hij ze in een bepaalde periode van het jaar. In het begin maakte hij de pijpen zelf, totdat hij ze kant en klaar en in alle maten kon bestellen. Bij het maken van hoefijzers ging dat al net zo. Het smeedwerk werd steeds minder. Dat kwam vooral door de opkomst van de industrie. Maar ook in die nieuwe ‘tak’ gold het recht van de sterkste, want er gingen in die tijd heel wat nieuwe bedrijfjes failliet. Behalve bij boeren zo leek het. Ze bleven van alle kanten subsidies en ‘gunsten’ ontvangen. Misschien kwam dat vooral door hulp van de politiek? Door een ‘eigen’ minister?
– Mijn vader was tijdig wat anders gaan doen met zijn bedrijf. Ook het winkelgebeuren, waar mijn moeder ‘de scepter zwaaide’, moest en ging met de tijd mee.
– Totdat mijn vader een zwaar ongeluk kreeg.