Kachelpijpen, elleboogpijpen en dakgoten (kv 96)


Mijn vader maakte ze en kon ze repareren ook. Met verwondering en bewondering keek ik altijd toe als hij bezig was. Soms maakte hij nieuwe dakgoten voor personen die in een ‘burgerwoning’ woonden. Maar dat gebeurde weinig. Aan de boerderijen in de buurt zaten geen dakgoten. In elk geval niet in de omgeving waar ik woonde.
–  Kachel- en elleboogpijpen maken was echt ‘een ander verhaal’. Vrijwel altijd maakte en plaatste hij ze in een bepaalde periode van het jaar. In het begin maakte hij de pijpen zelf, totdat hij ze kant en klaar en in alle maten kon bestellen. Bij het maken van hoefijzers ging dat al net zo. Het smeedwerk werd steeds minder. Dat kwam vooral door de opkomst van de industrie. Maar ook in die nieuwe ‘tak’ gold het recht van de sterkste, want er gingen in die tijd heel wat nieuwe bedrijfjes failliet. Behalve bij boeren zo leek het. Ze bleven van alle kanten subsidies en ‘gunsten’ ontvangen. Misschien kwam dat vooral door hulp van de politiek? Door een ‘eigen’ minister?
–  Mijn vader was tijdig wat anders gaan doen met zijn bedrijf. Ook het winkelgebeuren, waar mijn moeder ‘de scepter zwaaide’, moest en ging met de tijd mee.
–  Totdat mijn vader een zwaar ongeluk kreeg.