Ik heb behoorlijk wat bijdragen (verhalen en verhaaltjes) over mijn jeugd in mijn Blog geschreven, maar over wat ik onlangs hoorde, nog niet. Dat gaat nu gebeuren door het verhaal dat mijn neef vertelde. Hij was, geloof ik, een beetje verbaasd dat ik het niet meer wist.
Ik ben altijd een muziekliefhebber geweest. Ik houd wel van de meeste muziek, maar zeker niet van hiphop en smartlappen. En al zeg ik het zelf, ik heb ook aardig wat muziekinstrumenten bespeeld, maar nooit lang. Eerder te kort. De reden?
Dat weet ik echt niet. Nog steeds niet! In het begin speelde ik sopraanblokfluit. Frans Brüggen was mijn favoriet. Wat kon die man spelen! Ik heb ook een tijdje altblokfluit gespeeld, dat instrument met een prachtig donker geluid! Omdat de blokfluit als ‘iets ‘kinderachtigs’ werd beschouwd, ben ik – zwak natuurlijk – op een ander instrument ‘overgestapt’, namelijk de sopraansaxofoon. Ik kreeg les van een man, postbode, die ook op zo’n instrument speelde. Ook in de plaatselijke harmonie. Zijn muzieklessen waren prima, zodat ik vrij snel in het harmoniegezelschap mocht gaan spelen. Maar helaas, dat moest dan wel met een tenorsaxofoon, want dat instrument werd gemist in de harmonie! Gelukkig bleek het spelen op de tenorsaxofoon vrij gemakkelijk te gaan. Maar toen ik hoorde dat ik het ‘uniform’ voor de harmonie moest gaan dragen en ook nog een bontmuts op moest zetten, zei ik tegen de leiding dat ik dat echt niet ging doen. Per direct heb ik toen mijn lidmaatschap opgezegd. Ik wilde geen ‘apenpak’ aan.
Omdat ik nog steeds veel van muziek hield, kocht ik zo nu en dan een 45-toeren plaatje van mijn zakgeld. Zelfs een EP kostte best wel veel. Mijn verzameling grammofoonplaatjes was best wel afwisselend te noemen. Van Elvis Presley met ‘Guitar Man’ en ‘Hound Dog’, ‘Hello Josephine’ van Fats Domino, een LP van Frans Brüggen tot een stuk of wat andere populaire en klassieke platen, tot mijn lievelings-LP met ‘Mr. Acker Bilk and His Paramount Jazzband’. In die tijd was zijn jazzband elke zaterdagavond te horen op de populaire radiozender ‘Radio Luxembourg, the radio of the Stars‘.
Het weer kunnen spelen op een muziekinstrument werd steeds sterker. Deze keer verkoos ik de banjo. Voor muzieklessen moest ik naar Zwolle. Op de fiets, maar dat vond ik prima. Na ongeveer drie jaar les te hebben gehad kon ik solo spelen. Maar toch kon ik met de banjo ook niet genoeg ‘uit de voeten’. Heel graag had ik in een bandje willen spelen en soleren. In die tijd een Dixielandbandje zien te vinden? Vergeet het maar!
Het moet ook in die tijd zijn geweest, dat ik samen met mijn neef, die blokfluit speelde, op het podium van het naburig buurthuis. Het ‘publiek’ bestond uit een aantal kinderen uit de buurt.
Wie er allemaal in het zaaltje zaten, weet ik niet, maar zijn beschrijving van een buurjongen herinner ik mij nog wel, namelijk dat deze persoon steeds de mond halfopen had staan!