3 x Van Gogh

Met ‘Kunst in Zicht Groningen’ naar Herford-Münster-Krefeld


Het verslag:

Vrijdag (8 november 2019):
’s Morgens om half acht (!) stappen we in de bus bij Hotel Van der Valk in Assen.
Bij Apeldoorn is er een plas- en/of koffiestop o.i.d.
Tegen half twaalf zijn we in Krefeld voor een rondleiding in Haus Lange en Haus Esters. Beide villa’s zijn ontwerpen van de architect Mies van der Rohe.

Voor de lunch gaan we naar het Stadwaldhaus.
Een Duitse dame komt later in de bus voor de rondleiding (in het Nederlands, maar haar ’taaltje’ is even wennen) langs allerlei Bauhaus-gebouwen. Zij vertelt ook dat Joseph Beuys weliswaar in Krefeld is geboren, maar dat hij in Kleef woonde. (In die plaats staat een museum met kunstwerken van hem.)
Na de rondleiding krijgen we ongeveer een uur de tijd om in het Kaiser Wilhelm Museum rond te kijken. Om half vijf vertrekt de bus uit Krefeld (in de bus krijgen we nog een wijntje en wat knabbeltjes).
Tegen zeven uur komen we bij het hotel in het centrum van Münster.

Zijdefabriek in Krefeld, ook een ontwerp van Mies van der Rohe

Zaterdag:
Om 9.45 uur gaan we te voet naar het LWL Museum für Kunst und Kultur voor de tentoonstelling Turner – Horror and Delight. Ook al zijn we het niet in alles met de rondleider eens, toch steken we veel op. (Smaken verschillen.’)
Daarna gaan we met ons tweeën de stad in. Na wat Italiaans eten wandelen we naar de Dom, waar we nog net een stukje van de mis meemaken. We bewonderen o.a. het mooie uurwerk in de Dom.
Terug in het hotel zijn we op bed gaan liggen om even de benen te strekken. Daarna ‘doen’ we de wandelroute langs moderne sculpturen. Van de dertien kunstwerken hebben we er maar twee kunnen vinden.

Zondag:
Vertrek uit Münster en op weg naar Herford. Naar MARTa Herford, het (prestigieuze) museum van Gehry, de Amerikaanse architect. Voor de tentoonstelling Im Licht der Nacht. Vom Leben im Halbdunkel.
MARTa? De M staat voor Meubel, ART voor kunst, en de a voor ambience, d.w.z. voor alles wat met interieur en design te maken heeft.
Na de lunch vertrekken we naar Osnabrück voor een bezoek aan het Felix-Nussbaum-Haus (architect Daniel Libeskind). De ruimtes in het museum zijn somber. In het programmaboekje lezen we dat dát nu juist de bedoeling van de architect was: het gebouw moet niet alleen naar de geschiedenis van de schilder Nussbaum, en zijn schilderijen, verwijzen, maar ook naar het lot van de joden die het slachtoffer zijn geworden van de Nazi-terreur.
Naast het museum staat het Kulturgeschichtliches Museum. Hier zien wij de tentoonstelling over de samenwerking tussen de behangfabriek van Gebr. Rasch – en Maria Rasch – en het Bauhaus.
Om 17.00 uur vertrekt de bus uit Osnabrück.
Ongeveer kwart voor acht zijn we weer in Assen.

(Wij vonden het een prachtige, driedaagse reis.)

 

Grenzelose kunst


Grensloos Kunst Verkennen: in de Wijk (Drenthe) en IJhorst (Overijssel).

De verkenning was verrassend en ging alle kanten op: schilderijen, fotografie, tekeningen, textiel, beelden van hout, metaal, brons, keramiek, enz. Ook was kunst te zien op plekken waar je het eigenlijk niet zou (mogen) verwachten. Ook kunst in het landschap. Een kunstwerk had zo tussen de folly’s in Norg en omgeving kunnen staan.

Het was een belevenis dus. Het weer werkte gelukkig ook mee!

De route was te voet te doen, maar wij waren op de fiets.

Nog een achttal foto’s (je kunt ze vergroten door erop te klikken):

 

Mijn laskunst (149)


(Het gebeurde eind jaren zestig. ? )

Toen ik mijn broer opzocht – op dat moment had hij ‘wachtdienst’ (in een groot gemaal van het Waterschap, aan de rand van Deventer) – was hij druk bezig en had hij dus weinig tijd voor mij. Ik heb mijzelf toen maar wat ‘vermaakt’.

Op de plek in de werkplaats waar het afvalijzer werd bewaard vond ik een paar dunne, ijzeren strips. Met een handzaag zaagde ik de strips in willekeurige lengtes en laste ze – na wat passen en meten – aan elkaar. Het (elektrisch) lassen was amateuristisch gedaan, maar het ging. Mijn broer had mij een keer geleerd hoe ik moest lassen.

Toen het ‘kunstwerk’ klaar was, gebruikte ik de (zwarte) verf uit een verfbus, die op de werkbank stond.

Mijn broer kwam op een bepaald moment kijken wat ik aan het doen was en zei dat zijn werk erop zat voor die dag. Hij zag mijn ‘creatie’ staan en zei dat het er goed uitzag. “Ik had het je niet kunnen verbeteren”, zei hij. Als de verf droog was, zou hij het ‘ding’, zoals hij het noemde, komen brengen.

Dat ‘ding’ staat (nog steeds) op de vensterbank.