Mijn laskunst (149)


(Het gebeurde eind jaren zestig. ? )

Toen ik mijn broer opzocht – op dat moment had hij ‘wachtdienst’ (in een groot gemaal van het Waterschap, aan de rand van Deventer) – was hij druk bezig en had hij dus weinig tijd voor mij. Ik heb mijzelf toen maar wat ‘vermaakt’.

Op de plek in de werkplaats waar het afvalijzer werd bewaard vond ik een paar dunne, ijzeren strips. Met een handzaag zaagde ik de strips in willekeurige lengtes en laste ze – na wat passen en meten – aan elkaar. Het (elektrisch) lassen was amateuristisch gedaan, maar het ging. Mijn broer had mij een keer geleerd hoe ik moest lassen.

Toen het ‘kunstwerk’ klaar was, gebruikte ik de (zwarte) verf uit een verfbus, die op de werkbank stond.

Mijn broer kwam op een bepaald moment kijken wat ik aan het doen was en zei dat zijn werk erop zat voor die dag. Hij zag mijn ‘creatie’ staan en zei dat het er goed uitzag. “Ik had het je niet kunnen verbeteren”, zei hij. Als de verf droog was, zou hij het ‘ding’, zoals hij het noemde, komen brengen.

Dat ‘ding’ staat (nog steeds) op de vensterbank.