Dat zal ik hier vertellen.
Ik vind, en ook vond, de zin van het begroeten met drie kussen (de zgn. ‘drieklapper’) – al vanaf het begin een ‘gedwongen’ iets. Anders gezegd: een rare, onbegrijpelijke gewoonte. Het heeft lang genoeg geduurd.
Eindelijk wordt mijn visie, mijn volhouden, mijn koppigheid, beloond met de constatering, dat na de coronacrisis deze begroeting in de prullenbak kan worden gegooid.
Eindelijk, want ik vind één kus (meer dan) genoeg, en elkaar een hand geven: gewoon, normaal.
Volgens de krant wil niemand ‘de driekussenbegroeting‘ nog langer.
Dat zou heel fijn zijn. En ook:
Hiep, hiep, hoera!



