‘Ik heb niets met clowns’ (Kv 121)


Dat beweert Maarten van Rossem.

Waarom hij dat zegt? Een gedachtekronkel? Misschien denkt hij te Amerikaans? Waarschijnlijk aan Halloween?

Met Halloween heb ik totaal niets. Voor mij is het maar een vreemd ‘gedoe’. Grote flauwekul. Afwijkend gedrag. Ik kan er wel een een ander lelijk woord voor verzinnen, maar laat ik het houden op: niet normaal. Of gewoon: er is geen bal aan!

Als ik aan clowns denk, dan denk ik ook aan kunst. Aan geniale humor. Aan Charlie Chaplin. Aan Buster Keaton. Aan de Dikke en de Dunne. Aan Oleg Popov, de Gouden Clown-winnaar, een legende (in 1992 zag ik een optreden van deze beroemde clown in Emmen).

Maarten en ik zijn dan wel van dezelfde leeftijd, maar zijn visie op clowns is niet de mijne.