We gaan naar Zandvoort …


De opa van prins Bernhard heette ook prins Bernhard.
Er is een spreekwoord dat luidt: ‘De appel valt niet ver van de boom.’
Dat is duidelijk, niet waar!

‘Zandvoortcircuiteigenaar’ en ‘huisjesmelker’, prins Bernhard jr., zal zich flink in de handen hebben gewreven – geholpen door de ‘hofhouding’: de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders en de raad van de gemeente Zandvoort, ‘hofnar’ Jan Lammers en een aantal andere ‘slimmeriken’ als (grote) geldschieters – toen duidelijk werd dat het Formule 1-circus naar Zandvoort kwam.

Toch wil ik nog graag het volgende zeggen:

Prins Bernhard jr. en c.a., er worden straks heel veel mensen ‘opgezadeld’ met ontzettend veel stank, lawaai en drukte, de extra CO2-uitstoot zal gigantisch zijn, mijn belastinggeld is gelukkig met rust gelaten en het is heel fijn te weten dat het Formule 1-circus NIET naar Assen komt. Hartelijk bedankt voor de medewerking.’

‘Ik heb niets met clowns’ (Kv 121)


Dat beweert Maarten van Rossem.

Waarom hij dat zegt? Een gedachtekronkel? Misschien denkt hij te Amerikaans? Waarschijnlijk aan Halloween?

Met Halloween heb ik totaal niets. Voor mij is het maar een vreemd ‘gedoe’. Grote flauwekul. Afwijkend gedrag. Ik kan er wel een een ander lelijk woord voor verzinnen, maar laat ik het houden op: niet normaal. Of gewoon: er is geen bal aan!

Als ik aan clowns denk, dan denk ik ook aan kunst. Aan geniale humor. Aan Charlie Chaplin. Aan Buster Keaton. Aan de Dikke en de Dunne. Aan Oleg Popov, de Gouden Clown-winnaar, een legende (in 1992 zag ik een optreden van deze beroemde clown in Emmen).

Maarten en ik zijn dan wel van dezelfde leeftijd, maar zijn visie op clowns is niet de mijne.