Het kwaad eindelijk eens snoeihard en afdoende aanpakken


  1. Het is niet normaal dat uitgeprocedeerde asielzoekers woningen kunnen kraken. Dat moet onmiddellijk en afdoende worden opgelost! De boosdoeners moeten ‘koet ke koet’ weg, ook al willen de landen waar ze vandaan komen hen niet meer ‘ontvangen’. [Dan maar zo: In het vliegtuig zetten en achterlaten op het vliegveld van het land waarvan ze burger zijn (geweest).]
  2. Politie schiet man met bijl neer’. (Is dit een verkeerde krantenkop? Of is er sprake van een nieuw politiewapen?)
  3. Op 10 juni 1967 eindigde de zgn. Zesdaagse Oorlog. Israël versloeg in die oorlog de Egyptische troepen in de Sinaï. De Jordaanse troepen werden verjaagd, waarna de Westelijke Jordaanoever door Israël werd bezet. Tot slot bezette Israël de Golan Hoogvlakte, wat gebied van Syrië is. Deze oorlog bracht veel problemen voor alle lange jaren daarna. Een grote stroom vluchtelingen kwam op gang. Een vreselijk drama. Israël houdt – dus al sinds 1967 – Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook, de Sinaï en de Golan Hoogvlakte bezet, land dat NIET aan Israël toebehoort. (Dat is niet normaal. Dramatisch is het. Vooral voor de goedwillende mensen. De veroverde en de ten onrechte verkregen gebieden moeten door Israël worden teruggegeven, maar het lijkt erop of Israël dat helemaal niet van plan is. Waar dient de machteloze VN nog voor?)

‘Apenpak’ (kv 90)


Er was in die tijd niet veel te doen voor de ouderen en de jeugd. Wel was er een uitgebreid verenigingsleven.
–  Zo ben ik twee keer lid van de muziekvereniging geworden. De eerste keer leerde ik de sopraansaxofoon bespelen, maar toen ik in het ‘tenue’ van die vereniging moest optreden heb ik vrijwel onmiddellijk mijn lidmaatschap opgezegd, omdat ik niet in een ‘apenpak’ wilde lopen.
–  Toch bleef muziek mij ‘kriebelen’. Ik meldde mij voor de tweede keer aan bij die vereniging. Deze keer ‘moest’ ik op de tenorsax spelen en moest net zo lang oefenen tot de ‘begeleider’ vond dat het goed was. Opnieuw zou ik in de muziekkorps mee moeten doen. Maar zodra de muziekgroep in het openbaar ging optreden, moest dat belachelijke pak ook aan. Dat wilde ik niet. Dus toen het zover was, heb ik mijn lidmaatschap maar weer opgezegd.
–  Waar ik later woonde en daar ook ‘apenpakken’ te zien waren, kreeg ik gelukkig niet de behoefte ‘mijn partijtje mee te gaan blazen’.

Versuft na een harde knal tegen het raam

Het was Ma Merel, die was achterna gezeten door Pa Merel.
Zij leek behoorlijk duizelig na de klap tegen het raam, maar gelukkig was zij na een poosje ‘gevlogen’.

Radio Luxemburg (kv 89)


Naar deze radiozender – ‘Your Radio Of The Stars’ – luisterde ik vaak. Meestal op de zaterdagavond. Mijn ouders zeiden er nooit iets van. Ook niet, als ik af en toe het geluid iets harder zette. Soms zakte het geluid weg, maar dat was geen probleem, vond ik, zolang de muziek maar te horen was.
–  Vaak luisterde ik alleen naar mijn favoriete uitzending, naar de dixieland-jazzmuziek van Mr. Acker Bilk & His Paramount Jazzband. Prachtige muziek. Nog steeds is zijn muziek te krijgen op LP of CD. Ooit kocht ik een LP, waarop Kant 1 zijn muziek was te horen en op Kant 2 die van Chris Barber en zijn band. Maar Bilk had mijn voorkeur.
–  Door de rock-‘n-roll en vooral de komst van The Beatles veranderde vrijwel alle muziek in korte tijd. Mr. Acker Bilk raakte ‘uit’. Zijn populariteit werd opeens een stuk minder.
–  Toch is Mr. Acker Bilk, met zijn klarinet – voor mijn gevoel was zijn spel niet minder dan dat van Benny Goodman – zijn bolhoedje, zijn sikje, zijn vestje, mij bijgebleven. Vooral in de oren.

Raar (kv 88)


Mijn broer was bevriend met een buurjongen. Ze waren van dezelfde leeftijd en zaten in dezelfde schoolklas. Samen haalden zij na schooltijd allerlei kattenkwaad uit. Niet dat ik alles weet van wat die twee allemaal hebben ‘uitgespookt’, maar die keer was ik erbij; zag ik het gebeuren; was ik ‘getuige’.
–  De buren hadden ook een kat. Een kleine kat. Zwart met witte sokjes, geloof ik. De vriend van mijn broer tilde het katje van de grond en nam het in zijn armen. Dan pakte hij de staart beet en liet het beestje een poosje ‘bungelen’.
–  Maar daar bleef het niet bij. Het ergste kwam nog. Hij begon de kat in de rondte te slingeren. Steeds sneller en sneller. Plotseling liet hij het beestje los. De kat vloog door de lucht, over de heg. Maar waar de kat terecht kwam? En of de kat iets mankeerde?
–  Of mijn broer ook heeft meegedaan weet ik niet, want ik ben naar huis gegaan. Het was niet om aan te zien. Dat was geen plagen, maar treiteren.