“Landweren”, een stukje geschiedenis maar ook werkelijkheid

Landweren werden aangelegd in de middeleeuwen met waarschijnlijk de bedoeling om ongewensten te weren.

Bij landgoederen waren ze ook. Bijvoorbeeld bij het ‘landgoed Frieswijk‘, in de buurt van Diepenveen (gemeente Deventer), zijn ze nog te zien.

Een landweer bestond uit een enkele of zelfs een dubbele aarden wal. In waterrijke gebieden uit een of twee grachten of greppels. Bij de aanleg werd gebruikgemaakt van zandruggenbekenmoerassen, enz.

De wal van een landweer werd beplant met dicht struikgewas, vooral stekelige soorten als meidoorn en sleedoorn. Zeg maar ondoordringbare begroeiing! Dit maakte een landweer een moeilijk te nemen hindernis.

Grote delen van de landweren zijn inmiddels afgegraven, bijvoorbeeld om de grond te kunnen gebruiken voor landbouw of bebouwing.

In Nederland zijn nog resten van landweren te zien in Limburg, Oost-Gelderland, Overijssel en Het Gooi.

De Sallandse landweer was een bekend verdedigingswerk dat (in de tweede helft van de veertiende eeuw) werd aangelegd tussen Deventer en Holten. Samen met de Twentse landweer vormden ze de Overijsselse landweer, een eenvoudige verdedigingslinie 

Opdrachtgevers voor de bouw van de versterking aan de Sallandse grens waren het Oversticht en de Hanzestad Deventer.