Steenanjer

Wat ik niet wist – en nooit geweten heb – is dat de steenanjer ook wel Zwolse anjer of heideanjer wordt genoemd.

In Wikipedia staat dat de anjer ook Vechtdalanjer wordt genoemd, maar daar geloof ik dus helemaal niets van! Een commerciële naam! Bedacht dus.

De steenanjer bloeit van juni tot de herfst en komt voor op voedselarme zandgrond, in laag grasland, en is vrij algemeen – wist ik ook niet – in het stroomgebied van de Overijsselse Vecht en Dinkel.

De elders voorkomende planten zijn vermoedelijk verwilderd of uitgezaaid.

Aldus Wikipedia. 🙂

Hoog water! Wat moet je dan doen?


De buurtschap Fortmond (hier in de buurt; is Overijssel) is sinds vorige week vrijdag NIET langer bereikbaar. Althans niet via de weg. Door het hoge water van de IJssel staat de enige toegangsweg namelijk onder water.

De gemeente Olst-Wijhe, waaronder Fortmond valt, heeft voor een ‘hoogwater pontje’, of met andere woorden een noodveer, naar Fortmond gezorgd, opdat de 100 inwoners, die daar wonen, toch naar het ‘vasteland’ kunnen komen.

[Het is niet de eerste keer dat Fortmond onbereikbaar is door het hoge water. In 2011 was dat ook zo.]

Het pontje.

Bijna elke zondag op pad (kv 82)


Misschien ben ik daarom wel een huismus geworden.
–  Als het weer een beetje goed was, dan waren mijn ouders, broer en ik vrijwel elke zondag bezet. D.w.z.: we waren dan bij de grootouders in het dorp, of zij waren bij ons, of wij gingen naar familie, die veraf woonden, of men kwam bij ons op bezoek. Ik had het idee – nog steeds – dat wijt met ons vieren nooit eens alleen thuis waren.
–  Ook gingen we zondags vaak met ons vieren op stap. In die tijd ging dat op de bromfiets. Op de Solex van mijn moeder en op de NSU van mijn vader. Onze voeten moesten dan in de fietstas zetten. Mijn broer zat bij mijn moeder achterop en ik bij mijn vader. Het is niet overdreven om te stellen dat we over en langs alle wegen en weggetjes in de provincie Overijssel zijn geweest. Naar Junne, Hardenberg, Ootmarsum, Deventer, Holten, Nijverdal, Olst, Wijhe, de Wieden, Steenwijk, enz, enz. Zelfs waren we een keer in Bentheim – een mooie, maar lange reis – waar we in het oude kasteel vol trots lazen, dat de voormalige kasteelbewoners familie van de Van Rechterens – plaatsgenoten dus – was.
–  Toen we te groot waren geworden om nog achterop de brommer te zitten, kwam er een auto, een 2CV, en gingen we daarmee ‘op pad’. De afstanden werden steeds groter en dus was Overijssel ‘te klein’ geworden voor de zondagse uitstapjes.

[Zondagse uitstapjes hebben we jarenlang gedaan. Het was altijd gezellig en er gebeurde altijd wel iets geks. Persoonlijk heb ik er enorm leuke herinneringen aan overgehouden.]

Een barre Elfstedentocht op de schaats


…, een toertocht van ongeveer 130 km voor auto’s over het ijs van het IJsselmeer (van Urk naar Stavoren) en mijn opkomst voor de militaire dienstplicht. Dit alles in 1963!

Zelf ken ik beide tochten van televisiebeelden, maar Ally, mijn vrouw, heeft de auto’s werkelijk op het IJsselmeer zien rijden. Zij was met haar ouders naar Urk gereden om dat met eigen ogen te gaan zien.
Volgens haar was het ijs zo’n 70 cm dik en stonden er zelfs een paar benzinepompen op het ijs!

De beelden van die beide tochten vond ik heel bijzonder, mooi, en spannend om naar te kijken.

Van de aflevering Door weer en wind in ‘Andere tijden special’ (op oudejaarsavond, 31 december 2017, NPO 2, 21.15-22.15), in de periode tussen 1950 en 1980, heb ik, een nuchtere Overijsselaar, volop genoten. ?