‘Is er een kind op komst?’


De mevrouw in de museumwinkel zei laatst tegen mij toen zij de kaart zag: ‘Wordt er binnenkort een kind geboren?’

Ja,’ zei ik toen, ‘maar het kind is niet van mij.’

Zij keek mij aan toen ik afrekende en zei: ‘Mannen kunnen hun hele leven voor zaad blijven zorgen, maar vrouwen niet voor eitjes.’

We keken elkaar aan en moesten er beiden om lachen.

Blijkbaar rustte er (nog) geen zegen op de mooie kaart, want nadat we ergens gegeten hadden, vergat ik de kaart en de mooie magazine mee te nemen. Thuis gekomen belde ik met het restaurant en vroeg of beide misschien gevonden waren.

Gelukkig was dat zo. Ik kon ze komen afhalen bij de infobalie.